Droge schraallanden beslaan slechts een klein deel van het heidelandschap, maar zijn van grote betekenis voor de biodiversiteit. Juist daar vinden veel insecten de combinatie van open vegetatiestructuur, warm microklimaat en bloembeschikbaarheid. Ze komen van nature voor op overgangen van zandverstuivingen naar droge heide, als lijnvormige elementen zoals schrale zandbermen, maar verreweg het grootste oppervlak in Nederland wordt ingenomen in de vorm van grazige overgangen tussen heide en voormalige akkers of wildweides.
In beheer en beleid fungeren droge schraallanden vaak als bijvangst: ze worden meegenomen in integraal heidebeheer, doorgaans via extensieve begrazing, maar krijgen zelden een eigen, expliciete beheerdoelstelling. Recent uitgevoerd OBN onderzoek richtte zich op droge schraallanden die uit een agrarische ontstaansgeschiedenis zijn ontstaan. Uit het onderzoek is gebleken dat er grote verschillen bestaan in bodemcondities: nutriëntenstaat en buffering zijn vaak knelpunten die vragen om specifiek beheer. Kennis hierover is nodig om vast te kunnen stellen of onderhoudsbeheer kan volstaan, of dat op het knelpunt toegespitst herstelbeheer nodig is.
In de ochtend lichten we de belangrijkste onderzoeksresultaten van de OBN studie toe en vertalen deze naar concrete beheervragen en vragen vanuit deelnemende beheerders. In het veld bekijken we hoe deze inzichten helpen om gerichte keuzes te maken voor herstel en beheer binnen heidelandschappen. Daarna bezoeken we het schraallandcomplex op het Mosselsche Veld. Waar ligt de huidige hoogste biodiversiteitswaarde, waar zit de herstelopgave en welke maatregelen zijn kansrijk?
Programma
09:30 uur Inloop met koffie en thee
10:00 uur Opening
10:15 uur Sprekers aan het woord
12:15 uur Lunch
13:00 uur Excursie
16:00 uur Wrap Up en borrel
17:00 uur Einde
Sprekers
- Joost Vogels (Stichting Bargerveen)
- Kevin Geurts (Stichting Bargerveen)
- Loes Kampherbeek (Bosgroepen Midden Nederland)
- Jaap Bouwman (Bosgroepen Midden Nederland)