Artikel Nature Today – 8 april
Veel duingebieden worden jaarrond begraasd om verruiging tegen te gaan. Meer afwisseling in graadruk kan echter gunstig zijn voor soorten die kwetsbaar zijn voor begrazing, blijkt uit OBN-onderzoek waarin deze ‘wisselbegrazing’ werd getest.
Begrazing is een van de meest toegepaste herstel- en beheermaatregelen in de Nederlandse kustduinen. De maatregel is afgelopen jaren effectief gebleken om verruiging van (half)open duin door hoge grassen tegen te gaan en opslag van struweel en bomen af te remmen, maar herstel van biodiversiteit treedt toch vaak slechts gedeeltelijk op. Waarschijnlijk pakt de toegepaste graasdruk voor een deel van de karakteristieke planten en diersoorten slecht uit, terwijl deze druk voor het terugdringen van verruiging wel nodig is. Wisselbegrazing is mogelijk de oplossing.
Bij wisselbegrazing worden gebieden afwisselend wel en niet begraasd. Het is mogelijk een geschikte maatregel om verruiging van kustduinen tegen te gaan, zonder dat soorten die gevoelig zijn voor begrazing sterk afnemen. Om dit te testen, zetten onderzoekers van Stichting Bargerveen in opdracht van OBN Natuurkennis experimenten op in halfopen duingebieden, op Texel, in de duinen van Goeree en Voorne en op de Kop van Schouwen. In alle gebieden is er één deelgebied twee jaar begraasd en daarna twee jaar onbegraasd gebleven, een ander deelgebied is eerst twee jaar onbegraasd gelaten en daarna in begrazing genomen. De effecten van het wisselen van begrazing op vegetatiestructuur en -samenstelling, bloemaanbod en diersoorten werden vergeleken met die in een (aangrenzend) duingebied dat continu werd begraasd.
Tijdelijk niet begrazen positief
Het tijdelijk niet begrazen had over het algemeen positieve effecten op flora en fauna. Typische plantensoorten van de duinen reageren positief op wisselbegrazing, evenals veel hommels, zweefvliegen en veldsprinkhanen. Maar de lengte van die periode zonder begrazing luistert nauw. Het langer uitsluiten van begrazing, zoals aanvullend is onderzocht op locaties in Nationaal Park Zuid-Kennemerland, kende juist relatief meer negatieve effecten ten opzichte van de continu begraasde referenties. De afwisseling tussen droge jaren en normale tot natte jaren had voor veel soorten een groter effect dan simpelweg wel of niet begrazen. Hierbij is er vaak sprake van wisselwerking: in droge jaren kan een soort hard achteruitgaan in begraasde gebieden, en gaat deze in het tijdelijk onbegraasde gebied veel minder sterk achteruit.
Effecten in kalkarme duinen het grootst
Verwacht werd dat effecten van wisselbegrazing het kleinst zouden zijn in soortenarmere kalkarme duinen en groter in soortenrijke kalkrijke duinen, maar het tegenovergestelde lijkt het geval. De effecten van het tijdelijk uit begrazing nemen van kalkarme duingebieden op Texel heeft een groter positief effect op vegetatie en fauna dan in de kalkrijke duinen van Goeree en Voorne. Effecten op vegetatie en fauna in de eveneens vrij kalkarme duinen van de Kop van Schouwen lijken hier tussenin te zitten.
Ook beter voor vlinders
Naast het onderzoek in deze duingebieden is met De Vlinderstichting en Sovon Vogelonderzoek Nederland een aanvullende landelijke analyse naar effecten van begrazing op dagvlinders gedaan. Die laat weliswaar zien dat duinbegrazing een positief effect heeft op de trend van dagvlinders in het algemeen, maar binnen de groep van karakteristieke dagvlindersoorten van kustduinen verschillen de effecten aanzienlijk. Soorten als kommavlinder, bruin blauwtje en hooibeestje profiteren van begrazing (ook bij langdurige en hoge graasdruk), terwijl heivlinder, duinparelmoervlinder en landkaartje door begrazing afnemen. Graasdruk en het aantal jaar dat een gebied in begrazing is zijn voor veel soorten belangrijk. Voor sommige soorten blijkt ook het type grazer bepalend.
Langere termijn
In de praktijk blijkt het lastig om na jaren van continue begrazing over te schakelen naar wisselbegrazing: veelal kost het een of twee jaar voordat alles goed is georganiseerd en alle afspraken worden nagekomen. Het nu opgezette wisselbegrazingsexperiment wordt in de periode 2025-2028 voortgezet om de langetermijneffecten van wisselbegrazing in duinen vast te stellen.