Behoud van biodiversiteit in oude duingraslanden
Duingraslanden (Grijze duinen, H2130) zijn soortenrijke Natura 2000-habitats, maar oude successiestadia zijn onderbelicht geraakt in beheer. Dit rapport onderzoekt waarom sommige oude duingraslanden soortenrijk blijven en andere verarmen, welke rol stikstofdepositie speelt en welke beheermaatregelen effectief zijn voor behoud en herstel, op basis van veldonderzoek, experimenten en praktijkervaring.
Extra leefgebied voor de noordse woelmuis in de Nieuwkoopse Plassen
In dit onderzoek is gekeken welke uitbreidingsmogelijkheden er zijn voor geschikt habitat voor de noordse woelmuis. Dit kan door bijvoorbeeld beboste percelen te ontdoen van bomen en struiken, waardoor nieuw noordse woelmuishabitat ontstaat. Verder is een aangepast maaibeheer mogelijk waarbij bepaalde delen, waaronder oeverzones, van het gebied worden uitgerasterd. Ook minder intensief begrazen is een goede optie om geschikt habitat te creëren.
Verkennende studie naar de effecten van drukbegrazing met schapen in droge heide
Het onderzoek toont aan dat drukbegrazing met schapen een effectief, minder ingrijpend alternatief kan zijn voor plaggen bij herstel van vergraste droge heide. Succes hangt sterk af van juiste timing, intensiteit en vervolgbeheer. Binnen 5–10 jaar kan soortenrijke heide terugkeren.
Achteruitgang van kenmerkende libellen in vennen
De biodiversiteit in vennen neemt af. Dat is vooral goed te merken aan de libellenfauna, die zeer kenmerkend is voor deze vennen. Vooral is het opvallend dat niet alleen zeldzame soorten achteruitgaan, maar ook de soorten die tot 2010 heel algemeen waren zoals maanwaterjuffer, gewone pantserjuffer, noordse witsnuitlibel en zwarte heidelibel. In dit onderzoek is gekeken naar de oorzaak van de achteruitgang van deze voorheen algemene soorten.
Functioneel herstel van schraalgraslanden in het droge heidelandschap
Hoe herstel je biodiverse schraallanden in heidegebieden? Dit onderzoek toont het belang van fosfaatverlaging en aangepast beheer.
Randvoorwaarden voor het herstel van kenmerkende en bedreigde soorten in het natte zandlandschap
Het doel van dit onderzoeksproject is om voor de bedreigde soorten van het natte zandlandschap knelpunten te herkennen voor het herstel van de ecosystemen met de bijbehorende soorten. In dit project is gezocht naar groepen van bedreigde soorten met vergelijkbare reacties op herstelmaatregelen of het uitblijven daarvan en is geprobeerd de respons van deze soorten te koppelen aan bepaalde herstelmaatregelen of ecologische condities. De kennis van habitateisen of knelpunten is voor veel soorten nog erg beperkt, of nog te abstract voor vertaling naar toepasbare maatregelen. Voor het overgrote deel van de soorten ontbreekt het aan onderzoek dat gericht is op het vaststellen van knelpunten.
Grote grazers voor veiligheid en natuur in rivieruiterwaarden
Rijkswaterstaat wil in de stroombanen van de rivier de vegetatie weer terugzetten tot een ruwheid die overeenkomt met die van productiegrasland. Met terreinbeheerders worden gedetailleerde afspraken gemaakt om deze vegetatie vervolgens ook kort te houden. De vraag is wat de beste manier is die recht doet aan waterveiligheid en aan de biodiversiteit. In dit onderzoek is bestaande kennis verzameld en geanalyseerd.
Beheeroptimalisatie Zuid-Limburgse hellingschraallanden
Om te onderzoeken of fasering van het begrazingsbeheer in hellingschraallanden leidt tot een verhoging van de biodiversiteit en ook praktisch uitvoerbaar is, is een grootschalig driejarig veldexperiment uitgevoerd en keken onderzoekers naar effecten op typische flora en fauna, de efficiëntie voor het afvoeren van nutriënten en het kostenaspect. Het blijkt dat fasering van begrazing een belangrijke rol kan spelen om meer stikstof en fosfaat uit graslanden te verwijderen en meer kansen te creëren voor karakteristieke flora en fauna.
Begrazingsbeheer in relatie tot herstel van faunagemeenschappen in de duinen – 1e fase

Dit onderzoek toont aan dat begrazing verruiging van duinen tegengaat, konijnenpopulaties stimuleert en biodiversiteit bevordert. Effecten variëren sterk per begrazingsvorm; maatwerk is cruciaal. Broedvogels van open duin ondervinden vaak negatieve impact, wat gericht beheer vereist.
Wormenbestrijding bij grazers in de natuur
In dit beheeradvies wordt uitgelegd wat het effect is van ontwormingsmiddelen op de natuur en hoe je als veehouder en dierenarts het gebruik van deze middelen tot een minimum kan beperken. Minder middelen gebruiken is niet alleen beter voor de natuur, het verkleint ook het risico op resistentieontwikkeling tegen ontwormingsmiddelen en zorgt voor minder stress bij het vee. De dieren hoeven immers minder vaak behandeld te worden.
Bestrijding van dijkviltbraam in Zeeland
Dijkviltbraam, een invasieve soort in Nederland, groeit snel en vormt grote struiken. Intensief maaien en begrazing zijn effectief maar vaak onvoldoende. Andere methoden zoals branden of chemische bestrijding zijn lastig. Effectieve controle vereist hoge kosten en extra financiering.
Werkprotocol: konijnen uitzetten voor populatieherstel
De dynamiek in de kustduinen neemt af door verhoogde stabiliteit en stikstofneerslag. Konijnen zijn essentieel voor het ecosysteem in de duinen, maar lage populaties vormen uitdagingen. Terreinbeheerders willen konijnen herintroduceren om de ecologische balans te herstellen. Dit protocol is hierbij een praktische handleiding.
Eutrofe moerassen op voormalige landbouwgrond
Veel riet- en moerasvogels in Nederland kampen met leefgebiedstekort. Het ontwikkelen van eutrofe moerassen op voormalige landbouwgronden biedt kansen voor herstel. De studie benadrukt het belang van peildynamiek, begrazing, en nutriëntenbeheer, maar er zijn nog veel onbekenden en vragen.
Effecten van wisselbegrazing op vegetatie en fauna van duingraslanden
Begrazing is een veel toegepaste maatregel in de kustduinen. De maatregel is effectief om verruiging van (half)open duin door hoge grassen en struweel tegen te gaan. Het herstel van de biodiversiteit treedt helaas vaak slechts gedeeltelijk op. Waarschijnlijk pakt de toegepaste graasdruk voor een deel van de karakteristieke planten en diersoorten negatief uit, terwijl deze druk voor het terugdringen van verruiging noodzakelijk is. In dit onderzoek is gekeken wat het effect is van wisselbegrazing, waarbij gebieden afwisselend wel of geheel niet worden begraasd.
Meer soorten op de hei: heischraal grasland
Deze brochure biedt handvatten om te bepalen welke beheer- en herstelmaatregelen in aanmerking komen om de natuurwaarden van heischrale graslanden te behouden en herstellen. De inhoud is geschreven voor beheerders van terreinen met kansen voor herstel of uitbreiding van heischrale graslanden. Ook is de brochure relevant voor beleidsmedewerkers van provincies.
Langetermijneffecten van extensieve duinbegrazing in kalkarme kustduinen
Heidelandschap in ontwikkeling
De brochure “Heidelandschap in Ontwikkeling” biedt nieuwe inzichten en praktische handvatten voor het herstel en beheer van droge heideterreinen. Met zeven kansen wordt toegelicht hoe biodiversiteit, landschapskwaliteit en historische waarde behouden en versterkt kunnen worden.
Beheer en herstel van stuifzanden
De OBN-brochure over het beheer en herstel van stuifzanden gaat over de unieke natuurwaarden van deze kwetsbare gebieden en geeft effectieve beheerstrategieën om biodiversiteit in deze gebieden te behouden en verstuivingsdynamiek te stimuleren.
25 jaar natuurontwikkeling na ontgronden: effecten op vegetatie en dagvlinders
Ontgronding van voormalige landbouwgrond bevordert natuurontwikkeling voor het Natuurnetwerk Nederland, maar structurele monitoring ontbreekt. Het onderzoek over 25 jaar toont positieve resultaten voor planten- en vlindersoorten in Noord-Nederland, al blijft herstel beperkt door gebrekkige verspreiding en omgevingsbronnen.
Natuurkwaliteit en PAS herstelopgave in de Amsterdamse Waterleidingduinen
Waternet maakt zich zorgen over de hoge graasdruk van damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen. Het deskundigenteam adviseert een reductie van PAS-maatregelen, het plaatsen van exclosures om kwetsbare soorten te beschermen en het verminderen van de damhertenpopulatie voor natuurherstel.
Monitoring effecten duinbegrazing Vallei van het Veen – Vlieland
Sinds 1993 worden op Vlieland vaste proefvlakken gemonitord om de effecten van begrazing door runderen en schapen te onderzoeken. Van de oorspronkelijke 32 proefvlakken zijn er 24 over; meerdere exclosures vereisen herstel. De proefopzet is verzwakt, vooral voor onbegraasde vegetatietypes.
Zandafzetting, standplaats, beheer en botanische kwaliteit van Stroomdalgrasland
Stroomdalgraslanden zijn sterk achteruitgegaan door ingrepen en verstoring. Behoud van alle resterende gebieden is nodig. Herstel vraagt geschikt abiotiek, kalkrijk zand, en structureel maaien en/of begrazen om successie terug te zetten en open vegetaties te behouden.
Beheer en inrichting van mergelgroeven en rotsen
De Limburgse mergelgroeves en rotsen herbergen zeldzame planten- en diersoorten. Voor behoud en uitbreiding van Natura2000-soorten zijn specifieke beheermaatregelen nodig. Begrazing, het verwijderen van opslag, en monitoring zijn essentieel om biodiversiteit te bevorderen en de natuurwaarde van deze kalklandschappen te behouden.
Ontwikkeling van eilandstaarten

Dit rapport beschrijft de ontwikkeling van eilandstaarten op de Waddeneilanden, hun afgenomen dynamiek en biodiversiteit, en verkent hoe inzicht in geomorfologie, waterhuishouding en vegetatie beheerders helpt om met gericht ingrijpen verjonging te stimuleren.