Lange-termijneffecten van een invasie van Grijs kronkelsteeltje in kustduinen en stuifzanden

OBN-onderzoek toont dat het invasieve Grijs kronkelsteeltje zich snel vestigt in stuifzanden (H2330) en grijze duinen (H2130), met langdurige dominantie in open zand. Successie naar grasrijke vegetaties vermindert korstmossen. Vestiging en impact hangen af van stikstofdepositie, bodemchemie en beheer; kalkrijke duinen tonen afname, terwijl kalkarme duinen wisselende effecten laten.

Herstellen van akkers als onderdeel van een intact heidelandschap

OBN-onderzoek toont dat extensief beheerde heideakkers en braakliggende percelen cruciaal zijn voor fauna in Nederlandse heidegebieden (H2310, H4010, H4030). Ze ondersteunen loopkevers, sprinkhanen en broedvogels zoals Veldleeuwerik en Geelgors. Herstel is relatief eenvoudig op historische akkerlocaties, met lage bemesting en roulatiebeheer. Fosfaatbeperking en voldoende basenverzadiging zijn essentieel voor duurzame ontwikkeling naar heischraal grasland.

Herstel broekbossen

OBN-onderzoek naar broekbossen (H91E0) bundelt kennis en identificeert kennishiaten over herstel, nutriëntenkringlopen en waterregimes. Vernatting met voedselrijk water kan eutrofiëring veroorzaken; kwelherstel biedt de beste kans op duurzaam herstel. Fauna is soortenrijk maar kwetsbaar voor droogte en overstroming. Systematische monitoring en gericht beheer zijn essentieel, vooral bij natuurontwikkeling en waterberging in Nederland.

Begrazingsbeheer in relatie tot herstel van faunagemeenschappen in droge duingraslanden

Dit OBN rapport onderzoekt begrazingsbeheer in droge duingraslanden en vergelijkt 113 locaties. Begrazing vermindert verruiging, maar effecten verschillen tussen kalkarme en kalkrijke duinen. Matige graasdruk bevordert open-duinvlinders, hoge druk schaadt flora en bodemfauna. Voor sommige broedvogels is hogere graasdruk gunstig. Variatie in graasdruk en herstel van verstuiving zijn cruciaal voor duurzaam biodiversiteitsherstel.

De ecologie van stroomdalgrasland; in het bijzonder de invloed van zandafzetting

Dit OBN onderzoek beschrijft de sterke achteruitgang van droog stroomdalgrasland in het rivierengebied: sinds 1960 verdween het uit 83–84% van de kilometerhokken. Zandafzetting beïnvloedt vegetatie fysisch en chemisch, maar is onvoldoende tegen verruiging. Alleen intensieve begrazing of maaibeheer houdt korte, open vegetaties in stand. Herstelde rivierdynamiek helpt lokaal, maar structureel beheer blijft cruciaal voor duurzaam behoud en herstel van dit habitat.

Effectgerichte maatregelen voor het herstel en beheer van faunagemeenschappen van heideterreinen

Het rapport analyseert waarom herstel van heidefauna vaak uitblijft. Historische habitatvernietiging en verzuring en vermesting verstoren voedselkwaliteit en voedselwebben. Hoge stikstofdepositie veroorzaakt fosforlimitatie en nutriëntenonbalans, met negatieve effecten op insecten en hogere trofische niveaus. Gangbaar plagbeheer is vaak ineffectief. Duurzaam herstel vraagt landschapsherstel, behoud van organische stof, lichte bekalking en vooral bronreductie van stikstofdepositie

Effectgerichte maatregelen voor het herstel en beheer van stuifzanden

Nederland draagt een bijzondere verantwoordelijkheid voor het behoud van stuifzanden, een zeldzaam en dynamisch habitattype. Dit ecosysteem kenmerkt zich door openheid, voedselarmoede en verstuiving en herbergt gespecialiseerde, kwetsbare soorten. Effectief beheer vraagt om een heldere langetermijnvisie waarin ecologische, cultuurhistorische en gebruikswaarden worden afgewogen. Actief herstel van open zand en dynamiek is essentieel om biodiversiteitsverlies te voorkomen.

Behoud van biodiversiteit in oude duingraslanden

Duingraslanden (Grijze duinen, H2130) zijn soortenrijke Natura 2000-habitats, maar oude successiestadia zijn onderbelicht geraakt in beheer. Dit rapport onderzoekt waarom sommige oude duingraslanden soortenrijk blijven en andere verarmen, welke rol stikstofdepositie speelt en welke beheermaatregelen effectief zijn voor behoud en herstel, op basis van veldonderzoek, experimenten en praktijkervaring.

Extra leefgebied voor de noordse woelmuis in de Nieuwkoopse Plassen

In dit onderzoek is gekeken welke uitbreidingsmogelijkheden er zijn voor geschikt habitat voor de noordse woelmuis. Dit kan door bijvoorbeeld beboste percelen te ontdoen van bomen en struiken, waardoor nieuw noordse woelmuishabitat ontstaat. Verder is een aangepast maaibeheer mogelijk waarbij bepaalde delen, waaronder oeverzones, van het gebied worden uitgerasterd. Ook minder intensief begrazen is een goede optie om geschikt habitat te creëren.

Achteruitgang van kenmerkende libellen in vennen

De biodiversiteit in vennen neemt af. Dat is vooral goed te merken aan de libellenfauna, die zeer kenmerkend is voor deze vennen. Vooral is het opvallend dat niet alleen zeldzame soorten achteruitgaan, maar ook de soorten die tot 2010 heel algemeen waren zoals maanwaterjuffer, gewone pantserjuffer, noordse witsnuitlibel en zwarte heidelibel. In dit onderzoek is gekeken naar de oorzaak van de achteruitgang van deze voorheen algemene soorten.

Randvoorwaarden voor het herstel van kenmerkende en bedreigde soorten in het natte zandlandschap

Het doel van dit onderzoeksproject is om voor de bedreigde soorten van het natte zandlandschap knelpunten te herkennen voor het herstel van de ecosystemen met de bijbehorende soorten. In dit project is gezocht naar groepen van bedreigde soorten met vergelijkbare reacties op herstelmaatregelen of het uitblijven daarvan en is geprobeerd de respons van deze soorten te koppelen aan bepaalde herstelmaatregelen of ecologische condities. De kennis van habitateisen of knelpunten is voor veel soorten nog erg beperkt, of nog te abstract voor vertaling naar toepasbare maatregelen. Voor het overgrote deel van de soorten ontbreekt het aan onderzoek dat gericht is op het vaststellen van knelpunten.

Grote grazers voor veiligheid en natuur in rivieruiterwaarden

Rijkswaterstaat wil in de stroombanen van de rivier de vegetatie weer terugzetten tot een ruwheid die overeenkomt met die van productiegrasland. Met terreinbeheerders worden gedetailleerde afspraken gemaakt om deze vegetatie vervolgens ook kort te houden. De vraag is wat de beste manier is die recht doet aan waterveiligheid en aan de biodiversiteit. In dit onderzoek is bestaande kennis verzameld en geanalyseerd.

Beheeroptimalisatie Zuid-Limburgse hellingschraallanden

Om te onderzoeken of fasering van het begrazingsbeheer in hellingschraallanden leidt tot een verhoging van de biodiversiteit en ook praktisch uitvoerbaar is, is een grootschalig driejarig veldexperiment uitgevoerd en keken onderzoekers naar effecten op typische flora en fauna, de efficiëntie voor het afvoeren van nutriënten en het kostenaspect. Het blijkt dat fasering van begrazing een belangrijke rol kan spelen om meer stikstof en fosfaat uit graslanden te verwijderen en meer kansen te creëren voor karakteristieke flora en fauna.

Wormenbestrijding bij grazers in de natuur

In dit beheeradvies wordt uitgelegd wat het effect is van ontwormingsmiddelen op de natuur en hoe je als veehouder en dierenarts het gebruik van deze middelen tot een minimum kan beperken. Minder middelen gebruiken is niet alleen beter voor de natuur, het verkleint ook het risico op resistentieontwikkeling tegen ontwormingsmiddelen en zorgt voor minder stress bij het vee. De dieren hoeven immers minder vaak behandeld te worden.

Bestrijding van dijkviltbraam in Zeeland

Dijkviltbraam, een invasieve soort in Nederland, groeit snel en vormt grote struiken. Intensief maaien en begrazing zijn effectief maar vaak onvoldoende. Andere methoden zoals branden of chemische bestrijding zijn lastig. Effectieve controle vereist hoge kosten en extra financiering.

Werkprotocol: konijnen uitzetten voor populatieherstel

De dynamiek in de kustduinen neemt af door verhoogde stabiliteit en stikstofneerslag. Konijnen zijn essentieel voor het ecosysteem in de duinen, maar lage populaties vormen uitdagingen. Terreinbeheerders willen konijnen herintroduceren om de ecologische balans te herstellen. Dit protocol is hierbij een praktische handleiding.

Eutrofe moerassen op voormalige landbouwgrond

Veel riet- en moerasvogels in Nederland kampen met leefgebiedstekort. Het ontwikkelen van eutrofe moerassen op voormalige landbouwgronden biedt kansen voor herstel. De studie benadrukt het belang van peildynamiek, begrazing, en nutriëntenbeheer, maar er zijn nog veel onbekenden en vragen.

Effecten van wisselbegrazing op vegetatie en fauna van duingraslanden

Begrazing is een veel toegepaste maatregel in de kustduinen. De maatregel is effectief om verruiging van (half)open duin door hoge grassen en struweel tegen te gaan. Het herstel van de biodiversiteit treedt helaas vaak slechts gedeeltelijk op. Waarschijnlijk pakt de toegepaste graasdruk voor een deel van de karakteristieke planten en diersoorten negatief uit, terwijl deze druk voor het terugdringen van verruiging noodzakelijk is. In dit onderzoek is gekeken wat het effect is van wisselbegrazing, waarbij gebieden afwisselend wel of geheel niet worden begraasd.

Meer soorten op de hei: heischraal grasland

Heischrale graslanden - folder

Deze brochure biedt handvatten om te bepalen welke beheer- en herstelmaatregelen in aanmerking komen om de natuurwaarden van heischrale graslanden te behouden en herstellen. De inhoud is geschreven voor beheerders van terreinen met kansen voor herstel of uitbreiding van heischrale graslanden. Ook is de brochure relevant voor beleidsmedewerkers van provincies.