Behoud van biodiversiteit in oude duingraslanden
Duingraslanden (Grijze duinen, H2130) zijn soortenrijke Natura 2000-habitats, maar oude successiestadia zijn onderbelicht geraakt in beheer. Dit rapport onderzoekt waarom sommige oude duingraslanden soortenrijk blijven en andere verarmen, welke rol stikstofdepositie speelt en welke beheermaatregelen effectief zijn voor behoud en herstel, op basis van veldonderzoek, experimenten en praktijkervaring.
Randvoorwaarden voor het herstel van kenmerkende en bedreigde soorten in het natte zandlandschap
Het doel van dit onderzoeksproject is om voor de bedreigde soorten van het natte zandlandschap knelpunten te herkennen voor het herstel van de ecosystemen met de bijbehorende soorten. In dit project is gezocht naar groepen van bedreigde soorten met vergelijkbare reacties op herstelmaatregelen of het uitblijven daarvan en is geprobeerd de respons van deze soorten te koppelen aan bepaalde herstelmaatregelen of ecologische condities. De kennis van habitateisen of knelpunten is voor veel soorten nog erg beperkt, of nog te abstract voor vertaling naar toepasbare maatregelen. Voor het overgrote deel van de soorten ontbreekt het aan onderzoek dat gericht is op het vaststellen van knelpunten.
Eutrofiering bij natuurontwikkelingsprojecten
In laagveengebieden worden diverse natuurherstelmaatregelen toegepast, maar deze leiden niet altijd tot herstel van de aquatische natuur. Soms verslechtert zelfs de waterkwaliteit. Op basis van literatuur, data-analyse en interviews onderzoekt dit rapport de relatie tussen inrichtingsmaatregelen en waterkwaliteit. Oorzaken zijn niet eenduidig aantoonbaar, maar risicofactoren worden wel benoemd.
Herstel konijnenpopulaties in de kustduinen
Konijnen zijn cruciaal voor het behoud van Grijze Duinen, maar hun populaties herstellen traag door virussen en habitatproblemen. Onderzoek richt zich op het verbeteren van hun herstel door inzicht in virussen, genetica, voedselkwaliteit en habitat, met aanbevelingen voor beheer en bijzettingen.
Chronische vergrassing van droge heide met pijpenstrootje
Pijpenstrootje verdringt heidevegetaties in droge heidegebieden door bodemdegradatie, verzuring en stikstoftoevoer. Dit onderzoek richt zich op de oorzaken en omstandigheden van deze vergrassing, met als doel het ontwikkelen van beheeradviezen om de biodiversiteit van heidelandschappen te herstellen en behouden.
Herstel grijze duinen door reactiveren kleinschalige dynamiek
In duingebieden moet kleinschalige verstuiving zorgvuldig worden gepland op lange termijn. Strategieën variëren van vegetatiebeheer tot het activeren van stuifkuilen, afhankelijk van kalkgehalte en ecologische noodzaak, met aandacht voor praktische uitvoering en ruimtelijke spreiding.
Alternatieven voor plaggen van natte heide
Het herstel van natte heide vergt hydrologisch herstel en beheer van vegetatie en bufferkwaliteit. Plaggen blijft essentieel tegen vergrassing, maar chopperen en drukbegrazing zijn alternatieven. Chopperen biedt goede abiotische condities; drukbegrazing is minder effectief voor herstel op middellange termijn.
Drukbegrazing en chopperen als alternatieven voor plaggen van natte heide
Het herstel van natte heide vereist het doorbreken van Pijpenstrootje-dominantie. Plaggen is effectief, maar schadelijk. Alternatieven zoals drukbegrazing en chopperen tonen veelbelovende resultaten, maar verder onderzoek is nodig om hun effectiviteit op lange termijn te bevestigen. Bekalking blijft essentieel.