Duurzame basenrijkdom natte schraallanden

Natte, basenrijke schraallanden in Nederland zijn vaak kwetsbaar door verzuring. Onderzoek toont dat niet alleen actuele pH, maar vooral latente verzuringscapaciteit in diepere bodemlagen bepalend is voor duurzaamheid. Hoewel soortenrijkdom vaak stabiel lijkt, nemen karakteristieke soorten af. Hydrologische veranderingen kunnen verborgen zuurvorming activeren. Duurzaam herstel vraagt robuust hydrologisch ingrijpen en vermindering van sulfaat- en nitraataanvoer.

Kennislacunes in De Wieden en De Weerribben

Onderzoek in het kader van het Natura 2000-beheerplan voor De Wieden en De Weerribben toont dat verlaging van fosfor- en stikstofbelasting cruciaal is voor herstel van basenrijke trilvenen. Voldoende calciumaanvoer, hogere zomerpeilen en het voorkomen van droogte zijn essentieel. Nieuwe trilvenen ontstaan nauwelijks; gericht peilbeheer en nutriëntenreductie blijven noodzakelijk voor duurzame instandhouding.

Natuurherstel in ondiepe plassen in het zeeklei- en laagveenlandschap

Ondiepe plassen in het zeekleigebied verkeren vaak in slechte ecologische toestand door hoge externe en interne nutriëntenbelasting. Zwavelrijke kleibodems bevorderen fosfaatnalevering, wat troebel, algenrijk water in stand houdt. Herstel via bron-, systeem- en voedselwebmaatregelen is complex en niet altijd duurzaam. Alternatieve natuurdoelen, zoals moeras- en rietontwikkeling, bieden reële perspectieven voor biodiversiteit en waterkwaliteit.

Integraal natuurherstel in beekdalen

OBN-onderzoek benadrukt dat integraal beekdalherstel op stroomgebiedsniveau nodig is voor biodiversiteitsherstel. Kernmaatregelen zijn diffusie van afvoersystemen, water vasthouden in infiltratiegebieden en genuanceerd verondiepen van beekprofielen. Pilotstudies tonen dat deelmaatregelen onvoldoende werken. Effectief herstel combineert hydrologie, habitatheterogeniteit en adaptieve monitoring, versterkt biodiversiteit én ecosysteemdiensten, en wordt urgenter door klimaatverandering en extremere neerslag.

Herstel broekbossen

OBN-onderzoek naar broekbossen (H91E0) bundelt kennis en identificeert kennishiaten over herstel, nutriëntenkringlopen en waterregimes. Vernatting met voedselrijk water kan eutrofiëring veroorzaken; kwelherstel biedt de beste kans op duurzaam herstel. Fauna is soortenrijk maar kwetsbaar voor droogte en overstroming. Systematische monitoring en gericht beheer zijn essentieel, vooral bij natuurontwikkeling en waterberging in Nederland.

Een meer natuurlijk peilbeheer: geohydrologie, ecosysteemdynamiek en Natura 2000

Dit OBN rapport onderzoekt of natuurlijker peilbeheer bijdraagt aan herstel van Natura 2000-gebieden in laagveen en zeeklei. Seizoensfluctuaties kunnen waterkwaliteit verbeteren, fosfaat binden en biodiversiteit vergroten, maar brengen ook risico’s zoals eutrofiëring en veenafbraak. Effecten verschillen per habitat en hangen sterk samen met waterkwaliteit en hydrologie. Maatwerk en gebiedsspecifieke afweging zijn cruciaal voor succes.

De regulatie van de basentoestand in kwelafhankelijke schraalgraslanden en laagvenen

Herstel van de basentoestand in natte schraalgraslanden blijft in sommige gebieden uit, ondanks gerichte herstelmaatregelen. In acht referentiegebieden is onderzocht welke processen hieraan ten grondslag liggen. In het veld zijn gedurende een jaar de basenverzadiging van humushorizonten, de samenstelling van het bodemvocht en de redoxpotentiaal gemeten. Daarnaast zijn met behulp van een chemisch speciatiemodel berekende waarden gekalibreerd aan veldmetingen.

Herstellen van basenrijke venen door het inbrengen van basen

Trilveen is een zeldzaam en soortenrijk laagveentype dat sterk achteruitgaat door verzuring en vermesting. Omdat nieuw trilveen nauwelijks ontstaat, zijn beheermaatregelen noodzakelijk. Onderzoek laat zien dat naast waterhuishouding ook bodemprocessen cruciaal zijn. De rapportage bundelt kennis over maatregelen als inundatie en bevloeiing en biedt water- en natuurbeheerders praktische handvatten voor weloverwogen keuzes.

Watermacrofauna monitoring ten behoeve van herstel en behoud van het Weerterbos

Herstel van vennen in het Weerterbos verbeterde waterkwaliteit en plantengemeenschappen, maar karakteristieke watermacrofauna keerde niet terug, zelfs na zeven jaar. Isolatie, afstand tot bronpopulaties en historische ontwatering beperkten kolonisatie. Beheer moet eutrofiëring voorkomen en prioriteit geven aan minder geïsoleerde vennen voor sneller fauna-herstel, terwijl vegetatie lokaal wel herstelt.

Achteruitgang van kenmerkende libellen in vennen

De biodiversiteit in vennen neemt af. Dat is vooral goed te merken aan de libellenfauna, die zeer kenmerkend is voor deze vennen. Vooral is het opvallend dat niet alleen zeldzame soorten achteruitgaan, maar ook de soorten die tot 2010 heel algemeen waren zoals maanwaterjuffer, gewone pantserjuffer, noordse witsnuitlibel en zwarte heidelibel. In dit onderzoek is gekeken naar de oorzaak van de achteruitgang van deze voorheen algemene soorten.

Vervolgmonitoring Korenburgerveen 2024

In het Korenburgerveen zijn sinds 2000 ingrijpende hydrologische maatregelen genomen om het hoogveen te herstellen. Door regenwater beter vast te houden, waterstanden te stabiliseren en de invloed van voedselrijk water te beperken, is gewerkt aan het herstel van typische hoogveencondities met veenmossen en bijbehorende flora en fauna. Kort na uitvoering van deze maatregelen liet onderzoek zien dat vooral de watermacrofauna sterk veranderde, met name in de meest vernatte delen van het gebied. Twintig jaar later is onderzocht hoe deze veranderingen zich op de lange termijn hebben ontwikkeld. Uit deze vervolgmonitoring blijkt dat de watermacrofauna deels is hersteld en dat sommige locaties weer sterk lijken op de oorspronkelijke situatie. Dit wijst op veerkracht van het hoogveensysteem, zelfs tegen de achtergrond van landelijke achteruitgang van insecten. Tegelijkertijd laat het onderzoek zien dat snelle vernatting risico’s met zich meebrengt, omdat niet alle soorten zich even snel kunnen aanpassen.

Herstel vogelkers-essenbos in het Lankheet

Het vijfjarige onderzoek (2005–2010) op landgoed Het Lankheet onderzocht herstel van verdroogd Vogelkers-Essenbos via verhoogde kwel. Hydrologie, bodemchemie en humus verbeterden, maar vegetatieherstel verliep langzaam door dispersiebeperkingen. Elzenbroekbossoorten namen toe, oud-bossoorten beperkt. Conclusie: hydrologisch herstel is effectief, maar volledige vegetatieontwikkeling vraagt tijd, nabijgelegen bronpopulaties en aanvullend beheer.

Stuurfactoren voor weerbare laagveensystemen tegen uitheemse rivierkreeft

In dit onderzoek is gekeken welke mogelijkheden natuurbeheerders en waterbeheerders hebben om te werken aan een dergelijk robuust watersysteem. Er is gekeken naar vier potentiële stuurfactoren voor het vergroten van de weerbaarheid van watersystemen tegen uitheemse rivierkreeft onderzocht: (a) voedselbeschikbaarheid en nutriënten, (b) oeverstructuur, (c) predator-prooirelaties en (d) gevoeligheid van waterplanten tegen destructie. Doel van het onderzoek was om meer inzicht te krijgen in de abiotische en biotische factoren en processen die aquatische laagveensystemen minder gevoelig maken voor invasie door rivierkreeften en/of de maximale rivierkreeftenpopulatie in een systeem beperken. Het onderzoek geeft daarmee handvatten voor het herstellen van aquatische systemen.

Verlanding in laagveenpetgaten

Deze verlanding van petgaten is in veel laagveengebieden gestagneerd. Het doel van dit onderzoek was om mogelijke oorzaken te begrijpen en zo mogelijk maatregelen te bedenken om de verlanding wel weer op gang te brengen. In dit onderzoek is een aantal herstelmaatregelen ingezet om verlanding te stimuleren. Eén daarvan is de inzet van drijvende constructies.

Biochemie en experimentele maatregelen voor het herstel van beekdalvenen

Beekdalvenen zijn moerassen die door grondwater worden gevoed en waar vroeger en/of momenteel veenvorming optreedt. Het doel van dit onderzoek is om te kijken of extra maatregelen (aanvullend op de vernatting van beekdalen) helpen bij het herstel van basenrijke kleine zeggen-slaapmos-vegetaties.

Effecten maaibeheer op kleine zeggenmoerassen in beekdalen

In diverse beekdalen in Nederland worden deze veenvormende moerasvegetaties hersteld door vernatting. Als beheermaatregel worden deze vegetaties daarna vaak gemaaid. De centrale vraag in dit OBN onderzoeksrapport is of dat nodig is. Na verbetering van de hydrologische omstandigheden zouden de vegetaties zichzelf moeten kunnen handhaven. Daarnaast is het de vraag in hoeverre maaibeheer nadelig doorwerkt op het ontstaan van microtypografie (kleinschalig reliëf).