Uitvoering van vernattingsmaatregelen op praktijkschaal 1997-2003
Dit onderzoek evalueert de effecten van vernatting in het Koelbroek, een waardevol elzenbroekbos in Limburg. Een te hoog en stilstaand waterpeil leidde aanvankelijk tot boomsterfte en eutrofiëring. Na aanpassing van het waterbeheer trad herstel op. Het onderzoek onderstreept dat succesvol herstel van broekbossen vraagt om gebiedseigen water, doorstroming en een natuurlijke peildynamiek.
Verbrakking in het laagveenlandschap fase 3
Dit rapport onderzoekt de effecten van verbrakking in Nederlandse veengebieden en de kansen voor herstel van brakke natuur. De resultaten laten zien dat verbrakking de beschikbaarheid van nutriënten verlaagt en de methaanuitstoot sterk vermindert. Daarnaast biedt het praktische aanbevelingen voor waterbeheer en beheermaatregelen die bijdragen aan het behoud van karakteristieke brakwatersoorten, zoals Echt lepelblad.
Effectiviteit van herstelbeheer in vennen en duinplassen op de middellange termijn
Dit OBN rapport evalueert het herstelbeheer van vennen en duinplassen 10 tot 25 jaar na uitvoering van maatregelen. De resultaten laten zien dat veel karakteristieke soorten zijn teruggekeerd en dat de effecten van herstelbeheer op langere termijn toenemen. Tegelijk blijven stikstofdepositie, verdroging, invasieve soorten en klimaatverandering belangrijke belemmeringen voor volledig en duurzaam herstel.
Lange-termijn effecten van herstelbeheer in heide en heischrale graslanden
Dit rapport evalueert de effecten van herstelmaatregelen in heide, heischrale graslanden en rivierduingraslanden, tien jaar na uitvoering. De resultaten laten zien dat maatregelen als plaggen, bekalken en hydrologisch herstel langdurig effectief zijn, vooral in combinatie. Tegelijk blijkt dat volledig herstel afhankelijk is van voldoende zaadbronnen en voortgezet beheer om karakteristieke soorten duurzaam terug te laten keren.
Grutto’s in ruimte en tijd 2007-2010
Dit rapport laat zien dat extensief beheerd grasland cruciaal is voor het behoud van de grutto. Door een hogere grondwaterstand, kruidenrijke vegetatie en later maaien is het broedsucces hier veel groter dan op intensief beheerd land. De auteurs concluderen dat alleen grootschalige, aaneengesloten gebieden met geschikt beheer voldoende jongen opleveren om de populatie op lange termijn in stand te houden.
Effect van vernatting in bossen
Dit OBN rapport beschrijft hoe vernatting in bossen kan bijdragen aan natuurherstel, waterberging en bosontwikkeling, maar benadrukt dat duidelijke doelstellingen en een zorgvuldige uitvoering essentieel zijn. Het bespreekt de risico’s voor bomen, verschillen tussen boomsoorten en geeft praktische aanbevelingen voor gefaseerde vernatting, monitoring en flexibel waterbeheer. Daarnaast worden demonstratielocaties gepresenteerd waar de effecten van vernatting in de praktijk zichtbaar zijn.
De rol van de berk bij herstel en beheer van hoogveen
Dit OBN onderzoek laat zien wanneer het verwijderen van berken bijdraagt aan het herstel en behoud van levend hoogveen. Berkenbestrijding blijkt vaak, maar niet altijd, effectief en vraagt om een gebiedsspecifieke afweging. Daarnaast onderstreept het rapport dat vermindering van stikstofdepositie essentieel blijft, omdat deze de vestiging van berken stimuleert, ook na succesvolle vernattingsmaatregelen.
10 jaar herstelmaatregelen in OBN-referentieprojecten van natte schraallanden
Dit rapport evalueert tien jaar na herstelmaatregelen de bodemchemische ontwikkeling van natte schraallanden. Het onderzoekt hoe vernatting en plaggen de basen- en voedingstoestand beïnvloeden en waarom herstel niet overal succesvol is. De resultaten tonen dat bodemprocessen complex zijn en onderstrepen het belang van locatiespecifieke analyses bij herstel van deze kwetsbare natuurgebieden.
Herstelmaatregelen in heideterreinen; invloed op de fauna
Heideterreinen staan onder druk door vermesting, verzuring, verdroging en versnippering. Deze publicatie biedt een integrale aanpak voor herstel, waarbij abiotiek, vegetatie én fauna centraal staan. Beheerders en beleidsmakers vinden praktische richtlijnen voor herstelmaatregelen zoals plaggen, maaien, begrazing en hydrologisch herstel, gebaseerd op wetenschappelijke kennis en praktijkervaring, met ruimte voor maatwerk en duurzame biodiversiteit.
Preadvies: Effecten van overstroming in beekdalen
Het onderzoek moet primair inzicht geven in de kwantitatieve effecten van overstroming met beekwater op de beschikbaarheid van nutriënten in beekdalen.
Beekmondingen Maas en Rijn: hoe herstellen we ze optimaal in de praktijk?
Onderzoek naar de potentiële ecologische meerwaarde (voor soortgroepen en ecosysteemfuncties) van een herstelde beekmonding voor beek, overgangszone en rivier.
Duurzame basenrijkdom natte schraallanden
Natte, basenrijke schraallanden in Nederland zijn vaak kwetsbaar door verzuring. Onderzoek toont dat niet alleen actuele pH, maar vooral latente verzuringscapaciteit in diepere bodemlagen bepalend is voor duurzaamheid. Hoewel soortenrijkdom vaak stabiel lijkt, nemen karakteristieke soorten af. Hydrologische veranderingen kunnen verborgen zuurvorming activeren. Duurzaam herstel vraagt robuust hydrologisch ingrijpen en vermindering van sulfaat- en nitraataanvoer.
Kennislacunes in De Wieden en De Weerribben
Onderzoek in het kader van het Natura 2000-beheerplan voor De Wieden en De Weerribben toont dat verlaging van fosfor- en stikstofbelasting cruciaal is voor herstel van basenrijke trilvenen. Voldoende calciumaanvoer, hogere zomerpeilen en het voorkomen van droogte zijn essentieel. Nieuwe trilvenen ontstaan nauwelijks; gericht peilbeheer en nutriëntenreductie blijven noodzakelijk voor duurzame instandhouding.
Natuurherstel in ondiepe plassen in het zeeklei- en laagveenlandschap
Ondiepe plassen in het zeekleigebied verkeren vaak in slechte ecologische toestand door hoge externe en interne nutriëntenbelasting. Zwavelrijke kleibodems bevorderen fosfaatnalevering, wat troebel, algenrijk water in stand houdt. Herstel via bron-, systeem- en voedselwebmaatregelen is complex en niet altijd duurzaam. Alternatieve natuurdoelen, zoals moeras- en rietontwikkeling, bieden reële perspectieven voor biodiversiteit en waterkwaliteit.
Integraal natuurherstel in beekdalen
OBN-onderzoek benadrukt dat integraal beekdalherstel op stroomgebiedsniveau nodig is voor biodiversiteitsherstel. Kernmaatregelen zijn diffusie van afvoersystemen, water vasthouden in infiltratiegebieden en genuanceerd verondiepen van beekprofielen. Pilotstudies tonen dat deelmaatregelen onvoldoende werken. Effectief herstel combineert hydrologie, habitatheterogeniteit en adaptieve monitoring, versterkt biodiversiteit én ecosysteemdiensten, en wordt urgenter door klimaatverandering en extremere neerslag.
Herstel broekbossen
OBN-onderzoek naar broekbossen (H91E0) bundelt kennis en identificeert kennishiaten over herstel, nutriëntenkringlopen en waterregimes. Vernatting met voedselrijk water kan eutrofiëring veroorzaken; kwelherstel biedt de beste kans op duurzaam herstel. Fauna is soortenrijk maar kwetsbaar voor droogte en overstroming. Systematische monitoring en gericht beheer zijn essentieel, vooral bij natuurontwikkeling en waterberging in Nederland.
Een meer natuurlijk peilbeheer: geohydrologie, ecosysteemdynamiek en Natura 2000
Dit OBN rapport onderzoekt of natuurlijker peilbeheer bijdraagt aan herstel van Natura 2000-gebieden in laagveen en zeeklei. Seizoensfluctuaties kunnen waterkwaliteit verbeteren, fosfaat binden en biodiversiteit vergroten, maar brengen ook risico’s zoals eutrofiëring en veenafbraak. Effecten verschillen per habitat en hangen sterk samen met waterkwaliteit en hydrologie. Maatwerk en gebiedsspecifieke afweging zijn cruciaal voor succes.
De regulatie van de basentoestand in kwelafhankelijke schraalgraslanden en laagvenen
Herstel van de basentoestand in natte schraalgraslanden blijft in sommige gebieden uit, ondanks gerichte herstelmaatregelen. In acht referentiegebieden is onderzocht welke processen hieraan ten grondslag liggen. In het veld zijn gedurende een jaar de basenverzadiging van humushorizonten, de samenstelling van het bodemvocht en de redoxpotentiaal gemeten. Daarnaast zijn met behulp van een chemisch speciatiemodel berekende waarden gekalibreerd aan veldmetingen.
Herstellen van basenrijke venen door het inbrengen van basen
Trilveen is een zeldzaam en soortenrijk laagveentype dat sterk achteruitgaat door verzuring en vermesting. Omdat nieuw trilveen nauwelijks ontstaat, zijn beheermaatregelen noodzakelijk. Onderzoek laat zien dat naast waterhuishouding ook bodemprocessen cruciaal zijn. De rapportage bundelt kennis over maatregelen als inundatie en bevloeiing en biedt water- en natuurbeheerders praktische handvatten voor weloverwogen keuzes.
Invloed van aantasting en maatregelen op de faunadiversiteit in Korenburgerveen – 2e fase
Dit eindrapport analyseert de effecten van herstelmaatregelen op watermacrofauna in het Korenburgerveen. Herstel leidt op korte termijn tot verstoring en homogenisering, waarbij algemene soorten toenemen en zeldzame soorten verdwijnen. Terreinheterogeniteit en gebufferd water blijken cruciaal voor faunaherstel op lange termijn.
Invloed van aantasting en maatregelen op de faunadiversiteit in Korenburgerveen – 1e fase
Dit rapport beschrijft de eerste fase van OBN-referentieonderzoek in het Korenburgerveen naar het belang van landschappelijke variatie voor watermacrofauna. Ondanks aantasting is het gebied soortenrijk, maar ruimtelijk verstoord. De studie benadrukt het belang van habitatheterogeniteit en verkent dilemma’s rond hydrologisch herstel en faunabehoud.
Watermacrofauna monitoring ten behoeve van herstel en behoud van het Weerterbos
Herstel van vennen in het Weerterbos verbeterde waterkwaliteit en plantengemeenschappen, maar karakteristieke watermacrofauna keerde niet terug, zelfs na zeven jaar. Isolatie, afstand tot bronpopulaties en historische ontwatering beperkten kolonisatie. Beheer moet eutrofiëring voorkomen en prioriteit geven aan minder geïsoleerde vennen voor sneller fauna-herstel, terwijl vegetatie lokaal wel herstelt.
Achteruitgang van kenmerkende libellen in vennen
De biodiversiteit in vennen neemt af. Dat is vooral goed te merken aan de libellenfauna, die zeer kenmerkend is voor deze vennen. Vooral is het opvallend dat niet alleen zeldzame soorten achteruitgaan, maar ook de soorten die tot 2010 heel algemeen waren zoals maanwaterjuffer, gewone pantserjuffer, noordse witsnuitlibel en zwarte heidelibel. In dit onderzoek is gekeken naar de oorzaak van de achteruitgang van deze voorheen algemene soorten.
Vervolgmonitoring Korenburgerveen 2024
In het Korenburgerveen zijn sinds 2000 ingrijpende hydrologische maatregelen genomen om het hoogveen te herstellen. Door regenwater beter vast te houden, waterstanden te stabiliseren en de invloed van voedselrijk water te beperken, is gewerkt aan het herstel van typische hoogveencondities met veenmossen en bijbehorende flora en fauna. Kort na uitvoering van deze maatregelen liet onderzoek zien dat vooral de watermacrofauna sterk veranderde, met name in de meest vernatte delen van het gebied. Twintig jaar later is onderzocht hoe deze veranderingen zich op de lange termijn hebben ontwikkeld. Uit deze vervolgmonitoring blijkt dat de watermacrofauna deels is hersteld en dat sommige locaties weer sterk lijken op de oorspronkelijke situatie. Dit wijst op veerkracht van het hoogveensysteem, zelfs tegen de achtergrond van landelijke achteruitgang van insecten. Tegelijkertijd laat het onderzoek zien dat snelle vernatting risico’s met zich meebrengt, omdat niet alle soorten zich even snel kunnen aanpassen.