Herstellen van basenrijke venen door het inbrengen van basen
Trilveen is een zeldzaam en soortenrijk laagveentype dat sterk achteruitgaat door verzuring en vermesting. Omdat nieuw trilveen nauwelijks ontstaat, zijn beheermaatregelen noodzakelijk. Onderzoek laat zien dat naast waterhuishouding ook bodemprocessen cruciaal zijn. De rapportage bundelt kennis over maatregelen als inundatie en bevloeiing en biedt water- en natuurbeheerders praktische handvatten voor weloverwogen keuzes.
Invloed van aantasting en maatregelen op de faunadiversiteit in Korenburgerveen – 2e fase
Dit eindrapport analyseert de effecten van herstelmaatregelen op watermacrofauna in het Korenburgerveen. Herstel leidt op korte termijn tot verstoring en homogenisering, waarbij algemene soorten toenemen en zeldzame soorten verdwijnen. Terreinheterogeniteit en gebufferd water blijken cruciaal voor faunaherstel op lange termijn.
Invloed van aantasting en maatregelen op de faunadiversiteit in Korenburgerveen – 1e fase
Dit rapport beschrijft de eerste fase van OBN-referentieonderzoek in het Korenburgerveen naar het belang van landschappelijke variatie voor watermacrofauna. Ondanks aantasting is het gebied soortenrijk, maar ruimtelijk verstoord. De studie benadrukt het belang van habitatheterogeniteit en verkent dilemma’s rond hydrologisch herstel en faunabehoud.
Watermacrofauna monitoring ten behoeve van herstel en behoud van het Weerterbos
Herstel van vennen in het Weerterbos verbeterde waterkwaliteit en plantengemeenschappen, maar karakteristieke watermacrofauna keerde niet terug, zelfs na zeven jaar. Isolatie, afstand tot bronpopulaties en historische ontwatering beperkten kolonisatie. Beheer moet eutrofiëring voorkomen en prioriteit geven aan minder geïsoleerde vennen voor sneller fauna-herstel, terwijl vegetatie lokaal wel herstelt.
Achteruitgang van kenmerkende libellen in vennen
De biodiversiteit in vennen neemt af. Dat is vooral goed te merken aan de libellenfauna, die zeer kenmerkend is voor deze vennen. Vooral is het opvallend dat niet alleen zeldzame soorten achteruitgaan, maar ook de soorten die tot 2010 heel algemeen waren zoals maanwaterjuffer, gewone pantserjuffer, noordse witsnuitlibel en zwarte heidelibel. In dit onderzoek is gekeken naar de oorzaak van de achteruitgang van deze voorheen algemene soorten.
Vervolgmonitoring Korenburgerveen 2024
In het Korenburgerveen zijn sinds 2000 ingrijpende hydrologische maatregelen genomen om het hoogveen te herstellen. Door regenwater beter vast te houden, waterstanden te stabiliseren en de invloed van voedselrijk water te beperken, is gewerkt aan het herstel van typische hoogveencondities met veenmossen en bijbehorende flora en fauna. Kort na uitvoering van deze maatregelen liet onderzoek zien dat vooral de watermacrofauna sterk veranderde, met name in de meest vernatte delen van het gebied. Twintig jaar later is onderzocht hoe deze veranderingen zich op de lange termijn hebben ontwikkeld. Uit deze vervolgmonitoring blijkt dat de watermacrofauna deels is hersteld en dat sommige locaties weer sterk lijken op de oorspronkelijke situatie. Dit wijst op veerkracht van het hoogveensysteem, zelfs tegen de achtergrond van landelijke achteruitgang van insecten. Tegelijkertijd laat het onderzoek zien dat snelle vernatting risico’s met zich meebrengt, omdat niet alle soorten zich even snel kunnen aanpassen.
Herstel vogelkers-essenbos in het Lankheet
Het vijfjarige onderzoek (2005–2010) op landgoed Het Lankheet onderzocht herstel van verdroogd Vogelkers-Essenbos via verhoogde kwel. Hydrologie, bodemchemie en humus verbeterden, maar vegetatieherstel verliep langzaam door dispersiebeperkingen. Elzenbroekbossoorten namen toe, oud-bossoorten beperkt. Conclusie: hydrologisch herstel is effectief, maar volledige vegetatieontwikkeling vraagt tijd, nabijgelegen bronpopulaties en aanvullend beheer.
Herstelexperiment voor elzenbroek door bevloeiing met oppervlaktewater in het Lankheet – Vervolgmonitoring 2017
Langetermijnmonitoring op landgoed Het Lankheet toont aan dat bevloeiing met basenrijk oppervlaktewater elzenbroekbossen duurzaam kan herstellen. Vooral zes maanden bevloeiing verhoogt pH en basenvoorraad en bevordert karakteristieke vegetatie. Plaggen blijkt niet effectief; zomerse droogval is cruciaal.
Herstelexperiment voor Elzenbroek door bevloeiing met oppervlaktewater in ’t Lankheet
Het Elzenzegge-Elzenbroek is sterk achteruitgegaan door verdroging, verzuring en eutrofiëring. Binnen het OBN-programma wordt experimenteel onderzocht of seizoensmatige bevloeiing met schoon, basenrijk oppervlaktewater kan bijdragen aan herstel van gedegradeerde Elzenbroekbossen, met aandacht voor waterregime, bodemchemie en nutriënten.
Herstelexperiment voor elzenbroek door bevloeiing met oppervlaktewater in het Lankheet – Vervolgmonitoring
Langetermijnonderzoek op landgoed Het Lankheet laat zien dat bevloeiing met basenrijk oppervlaktewater elzenbroekbossen duurzaam kan herstellen. Vooral zes maanden bevloeiing verbetert bodemchemie en vegetatieontwikkeling. Plaggen blijkt geen meerwaarde te hebben; zomerse droogval is essentieel voor succesvol herstel.
Hoe dichten we het doelgat? – Hydrologisch herstel van verdroogde natuurgebieden
Grondwaterafhankelijke natuurgebieden verdrogen door regionale ontwatering, onttrekkingen en klimaatverandering. Deze studie presenteert een methodiek om het hydrologisch ‘doelgat’ te bepalen en via systeemmaatregelen te dichten, toegepast op drie verschillende landschapstypen.
Stuurfactoren voor weerbare laagveensystemen tegen uitheemse rivierkreeft
In dit onderzoek is gekeken welke mogelijkheden natuurbeheerders en waterbeheerders hebben om te werken aan een dergelijk robuust watersysteem. Er is gekeken naar vier potentiële stuurfactoren voor het vergroten van de weerbaarheid van watersystemen tegen uitheemse rivierkreeft onderzocht: (a) voedselbeschikbaarheid en nutriënten, (b) oeverstructuur, (c) predator-prooirelaties en (d) gevoeligheid van waterplanten tegen destructie. Doel van het onderzoek was om meer inzicht te krijgen in de abiotische en biotische factoren en processen die aquatische laagveensystemen minder gevoelig maken voor invasie door rivierkreeften en/of de maximale rivierkreeftenpopulatie in een systeem beperken. Het onderzoek geeft daarmee handvatten voor het herstellen van aquatische systemen.
Verlanding in laagveenpetgaten
Deze verlanding van petgaten is in veel laagveengebieden gestagneerd. Het doel van dit onderzoek was om mogelijke oorzaken te begrijpen en zo mogelijk maatregelen te bedenken om de verlanding wel weer op gang te brengen. In dit onderzoek is een aantal herstelmaatregelen ingezet om verlanding te stimuleren. Eén daarvan is de inzet van drijvende constructies.
Biochemie en experimentele maatregelen voor het herstel van beekdalvenen
Beekdalvenen zijn moerassen die door grondwater worden gevoed en waar vroeger en/of momenteel veenvorming optreedt. Het doel van dit onderzoek is om te kijken of extra maatregelen (aanvullend op de vernatting van beekdalen) helpen bij het herstel van basenrijke kleine zeggen-slaapmos-vegetaties.
Effecten maaibeheer op kleine zeggenmoerassen in beekdalen
In diverse beekdalen in Nederland worden deze veenvormende moerasvegetaties hersteld door vernatting. Als beheermaatregel worden deze vegetaties daarna vaak gemaaid. De centrale vraag in dit OBN onderzoeksrapport is of dat nodig is. Na verbetering van de hydrologische omstandigheden zouden de vegetaties zichzelf moeten kunnen handhaven. Daarnaast is het de vraag in hoeverre maaibeheer nadelig doorwerkt op het ontstaan van microtypografie (kleinschalig reliëf).
Voortzetten drooglegging Kropswolderbuitenpolder
Advies van het OBN Deskundigenteam Laagveen en zeekleilandschap aan het Groninger Landschap over voortzetting van de drooglegging van de Kropswolderbuitenpolder in 2025. Waarom een derde droogleggingsjaar weinig effect zal hebben en welke alternatieven mogelijk zijn voor herstel van rietvegetatie en moerasvogels.
Ecologische effecten van beekbodemverhoging
Doel van dit onderzoek is vast te stellen wat de ecologische effecten zijn van reeds uitgevoerde beekbodemophogingprojecten op de ontwikkelingen in de levensgemeenschappen in de beek en het beekdal.
Eutrofiering bij natuurontwikkelingsprojecten
In laagveengebieden worden diverse natuurherstelmaatregelen toegepast, maar deze leiden niet altijd tot herstel van de aquatische natuur. Soms verslechtert zelfs de waterkwaliteit. Op basis van literatuur, data-analyse en interviews onderzoekt dit rapport de relatie tussen inrichtingsmaatregelen en waterkwaliteit. Oorzaken zijn niet eenduidig aantoonbaar, maar risicofactoren worden wel benoemd.
Stimuleren van acrotelmontwikkeling in hoogveenrestanten
Herstel van actieve hoogveenvorming vereist stabiele waterstanden en ontwikkeling van een veenmosrijke acrotelm. Onderzoek (2017-2021) toont dat herintroductie van bultvormige veenmossen mogelijk effectief is, mits hydrologische stabiliteit en microklimaat optimaal zijn, ondanks droogte-uitdagingen.
Verdamping van bossen
Vegetatie, en vooral bossen, verdampen water. Hoeveel water gaat daarmee ‘verloren’ voor de ondergrond? In de praktijk leidt het vaak tot ingewikkelde discussies tussen bijvoorbeeld landbouw, natuurbeheer en waterschap, te versimpelde aannames van verschillen tussen loof- en naadbossen. Voor naaldbos en loofbos is een kaart gemaakt van de relatieve verdamping.
Habitatselectie en overleving kievitskuikens in graslanden
De populatie van Kieviten in Nederland daalt snel, vooral door slechte kuikenoverleving. Onderzoek toont dat kievitsgezinnen voorkeur geven aan vochtige, kort begroeide habitats met voldoende kleine geleedpotigen. Beweiding en vegetatiebeheer zijn cruciaal om hun overleving te verbeteren.
Ecologie en beheer van droge dooradering
Deze brochure biedt een gids voor het beheer van landschapselementen zoals houtwallen en heggen, benadrukt hun ecologische waarde voor biodiversiteit, en biedt praktische tips voor het behoud van deze belangrijke habitats.
Belang van ruimtelijke gradiënten voor insecten van laagveengebieden
Laagveenmoerassen herbergen veel karakteristieke insectensoorten, maar hun trends zijn vaak onbekend. Dit onderzoek laat zien dat gradiënten langs oppervlaktewater – overgangen tussen nat en droog, open en houtige vegetatie – cruciaal zijn voor insectenrijkdom. Gebieden met bredere gradiënten hebben rijkere en meer gespecialiseerde insectengemeenschappen.
Bevloeiing met oppervlaktewater als herstelmaatregel in basenrijke trilvenen
Dit onderzoek richt zich op het herstellen en behouden van basenrijke venen, zoals trilvenen, door de inbreng van bufferende stoffen via bevloeiing en andere technieken. Het biedt een leidraad voor beheerders om stikstofgevoelige natuur tegen verzuring en eutrofiering te beschermen.