Verlanding in laagveenpetgaten
Deze verlanding van petgaten is in veel laagveengebieden gestagneerd. Het doel van dit onderzoek was om mogelijke oorzaken te begrijpen en zo mogelijk maatregelen te bedenken om de verlanding wel weer op gang te brengen. In dit onderzoek is een aantal herstelmaatregelen ingezet om verlanding te stimuleren. Eén daarvan is de inzet van drijvende constructies.
Biochemie en experimentele maatregelen voor het herstel van beekdalvenen
Beekdalvenen zijn moerassen die door grondwater worden gevoed en waar vroeger en/of momenteel veenvorming optreedt. Het doel van dit onderzoek is om te kijken of extra maatregelen (aanvullend op de vernatting van beekdalen) helpen bij het herstel van basenrijke kleine zeggen-slaapmos-vegetaties.
Effecten maaibeheer op kleine zeggenmoerassen in beekdalen
In diverse beekdalen in Nederland worden deze veenvormende moerasvegetaties hersteld door vernatting. Als beheermaatregel worden deze vegetaties daarna vaak gemaaid. De centrale vraag in dit OBN onderzoeksrapport is of dat nodig is. Na verbetering van de hydrologische omstandigheden zouden de vegetaties zichzelf moeten kunnen handhaven. Daarnaast is het de vraag in hoeverre maaibeheer nadelig doorwerkt op het ontstaan van microtypografie (kleinschalig reliëf).
Voortzetten drooglegging Kropswolderbuitenpolder
Advies van het OBN Deskundigenteam Laagveen en zeekleilandschap aan het Groninger Landschap over voortzetting van de drooglegging van de Kropswolderbuitenpolder in 2025. Waarom een derde droogleggingsjaar weinig effect zal hebben en welke alternatieven mogelijk zijn voor herstel van rietvegetatie en moerasvogels.
Ecologische effecten van beekbodemverhoging
Doel van dit onderzoek is vast te stellen wat de ecologische effecten zijn van reeds uitgevoerde beekbodemophogingprojecten op de ontwikkelingen in de levensgemeenschappen in de beek en het beekdal.
Eutrofiering bij natuurontwikkelingsprojecten
In laagveengebieden worden diverse natuurherstelmaatregelen toegepast, maar deze leiden niet altijd tot herstel van de aquatische natuur. Soms verslechtert zelfs de waterkwaliteit. Op basis van literatuur, data-analyse en interviews onderzoekt dit rapport de relatie tussen inrichtingsmaatregelen en waterkwaliteit. Oorzaken zijn niet eenduidig aantoonbaar, maar risicofactoren worden wel benoemd.
Stimuleren van acrotelmontwikkeling in hoogveenrestanten
Herstel van actieve hoogveenvorming vereist stabiele waterstanden en ontwikkeling van een veenmosrijke acrotelm. Onderzoek (2017-2021) toont dat herintroductie van bultvormige veenmossen mogelijk effectief is, mits hydrologische stabiliteit en microklimaat optimaal zijn, ondanks droogte-uitdagingen.
Verdamping van bossen
Vegetatie, en vooral bossen, verdampen water. Hoeveel water gaat daarmee ‘verloren’ voor de ondergrond? In de praktijk leidt het vaak tot ingewikkelde discussies tussen bijvoorbeeld landbouw, natuurbeheer en waterschap, te versimpelde aannames van verschillen tussen loof- en naadbossen. Voor naaldbos en loofbos is een kaart gemaakt van de relatieve verdamping.
Habitatselectie en overleving kievitskuikens in graslanden
De populatie van Kieviten in Nederland daalt snel, vooral door slechte kuikenoverleving. Onderzoek toont dat kievitsgezinnen voorkeur geven aan vochtige, kort begroeide habitats met voldoende kleine geleedpotigen. Beweiding en vegetatiebeheer zijn cruciaal om hun overleving te verbeteren.
Ecologie en beheer van droge dooradering
Deze brochure biedt een gids voor het beheer van landschapselementen zoals houtwallen en heggen, benadrukt hun ecologische waarde voor biodiversiteit, en biedt praktische tips voor het behoud van deze belangrijke habitats.
Belang van ruimtelijke gradiënten voor insecten van laagveengebieden
Laagveenmoerassen herbergen veel karakteristieke insectensoorten, maar hun trends zijn vaak onbekend. Dit onderzoek laat zien dat gradiënten langs oppervlaktewater – overgangen tussen nat en droog, open en houtige vegetatie – cruciaal zijn voor insectenrijkdom. Gebieden met bredere gradiënten hebben rijkere en meer gespecialiseerde insectengemeenschappen.
Bevloeiing met oppervlaktewater als herstelmaatregel in basenrijke trilvenen
Dit onderzoek richt zich op het herstellen en behouden van basenrijke venen, zoals trilvenen, door de inbreng van bufferende stoffen via bevloeiing en andere technieken. Het biedt een leidraad voor beheerders om stikstofgevoelige natuur tegen verzuring en eutrofiering te beschermen.
Kansen voor biodiversiteit bij klimaatmaatregelen in laagveen
Onderzoek naar de impact van vernatting op biodiversiteit in laagveengebieden. Ontdek hoe waterherkomst en vernattingstype bijdragen aan natuurontwikkeling en klimaatdoelen. Inclusief beslisboom voor beheerders.
Stikstofgevoeligheid en maatregelen op de Utrechtse heuvelrug vergeleken met de Veluwe
Verhoogde stikstofdepositie in droge zandlandschappen vereist zorgvuldige herstelmaatregelen. Kleinschalig plaggen en bekalken helpen, maar kunnen andere nutriëntentekorten veroorzaken. Steenmeel biedt hoop als alternatief voor bufferherstel, maar resultaten zijn nog onzeker en herstel blijft maatwerk.
Evaluatie van bekalken in laagveengebieden
Het onderzoek evalueert de effectiviteit van bekalking voor het behoud van verzuurde laagveengebieden. Resultaten tonen dat bekalking kortetermijnverbeteringen kan bieden voor basenhuishouding en vegetatie, maar deze effecten verdwijnen vaak na vijf jaar. Bekalking lijkt minder effectief voor blauwgraslanden en trilvenen, terwijl het tijdelijk voordelen kan bieden voor dotterbloemhooilanden.
Soortenrijke bossen
Het onderzoek onderzoekt hoe biodiversiteit in bossen op voormalige landbouwgrond kan worden verhoogd. Door variaties in aanplant, strooiselkwaliteit en bodemchemie te bestuderen, biedt het richtlijnen voor optimale bosontwikkeling, met focus op fosforbeschikbaarheid, schaduw, en bodembuffering.
Kiezen tussen bever- of habitatbescherming
De beverdammen hebben aanzienlijke veranderingen veroorzaakt in de hydrologie van het gebied, wat leidt tot uitdagingen voor het behoud van natuurtypen zoals rietland, laagveenmoeras en elzenbroekbos. Het is moeilijk deze te behouden bij de huidige waterstanden, vooral vanwege de slechte waterkwaliteit en de vernattingseffecten. Om deze ecosystemen te beschermen, is zorgvuldig beheer en verder onderzoek nodig.
Basenrijke vochtige bossen
De studie onderzoekt vochtige bossen in Nederland, waarbij de focus ligt op verzuring, vermesting en ontwatering. Het herstel vereist aanpassing van waterhuishouding en boomsamenstelling. Transplantatie-experimenten tonen aan dat herstel mogelijk is bij herstelde hydrologie en basenrijk strooisel.
Acrotelmontwikkeling hoogveen
Dit onderzoek richtte zich op het herstel van acrotelms in Nederlandse hoogvenen door herintroductie van bultvormende veenmossen. Belangrijkste bevindingen zijn dat bultvormers goed gedijen bij plas-dras condities met strobedekking, en dat een hoge dichtheid van introductie en hoge CO2-concentraties gunstig zijn. Het succes hangt af van hydrologische omstandigheden en concurrentie met bestaande veenmossen.
Optimalisatie RWZI Winterswijk: inschatting van het ecologisch effect op de Groenlose Slinge
Het onderzoek richt zich op de ecologische verbetering van de Groenlose Slinge door optimalisatie van de RWZI Winterswijk. Verwachte verbeteringen zijn onder andere verminderde ammoniumpieken en hogere zuurstofgehaltes. Verdere maatregelen zijn nodig om de ecologische doelen volledig te bereiken, vooral rondom nutriëntenreductie en waterstroming.
Kwantificering van ecologisch relevante kwelfluxen voor grondwaterafhankelijke habitattypen in beekdalen
Dit onderzoek richt zich op het kwantificeren van ecologisch relevante kwelfluxen voor grondwaterafhankelijke habitattypen in beekdalen. Het doel is om bestaande methoden te evalueren en te verbeteren, om zo effectieve maatregelen tegen verzuring en verdroging te ontwikkelen.
Waterhuishouding grondwatergevoede beekdalvenen
Het onderzoek richt zich op het herstel van stabiele waterstanden in grondwatergevoede beekdalvenen. Er zijn aanzienlijke uitdagingen door ontwatering en afwatering. Herstel vereist maatregelen zoals het dempen van sloten en het verminderen van maaiveldhellingen. Verdere studie is nodig voor effectieve vernatting en het aanpassen van hydrologische maatregelen.
Duurzaamheid van basenminnende schraallanden in kwelzones 2021
In schraallanden is verzuring sinds de jaren ’80 een probleem voor vegetatie. Onderzoek tussen 1989 en 2020 toont aan dat de basenverzadiging en pH beïnvloed worden door organische stof en kwelfluxen. Droogte en oxidatie van sulfiden vormen risico’s voor basenminnende vegetatie.
Eutrofe moerassen op voormalige landbouwgrond
Veel riet- en moerasvogels in Nederland kampen met leefgebiedstekort. Het ontwikkelen van eutrofe moerassen op voormalige landbouwgronden biedt kansen voor herstel. De studie benadrukt het belang van peildynamiek, begrazing, en nutriëntenbeheer, maar er zijn nog veel onbekenden en vragen.