Kennislacunes in De Wieden en De Weerribben

Onderzoek in het kader van het Natura 2000-beheerplan voor De Wieden en De Weerribben toont dat verlaging van fosfor- en stikstofbelasting cruciaal is voor herstel van basenrijke trilvenen. Voldoende calciumaanvoer, hogere zomerpeilen en het voorkomen van droogte zijn essentieel. Nieuwe trilvenen ontstaan nauwelijks; gericht peilbeheer en nutriëntenreductie blijven noodzakelijk voor duurzame instandhouding.

Herstellen van akkers als onderdeel van een intact heidelandschap

OBN-onderzoek toont dat extensief beheerde heideakkers en braakliggende percelen cruciaal zijn voor fauna in Nederlandse heidegebieden (H2310, H4010, H4030). Ze ondersteunen loopkevers, sprinkhanen en broedvogels zoals Veldleeuwerik en Geelgors. Herstel is relatief eenvoudig op historische akkerlocaties, met lage bemesting en roulatiebeheer. Fosfaatbeperking en voldoende basenverzadiging zijn essentieel voor duurzame ontwikkeling naar heischraal grasland.

Herstel van kruiden- en faunarijke graslanden in het droge zandlandschap

OBN-onderzoek naar kruiden- en faunarijke graslanden in droge zandgebieden toont dat langdurig verschralingsbeheer vaak in een grassenfase blijft steken. Beheer met tijdelijke bodemdynamiek, zoals zwarte braak of roggeteelt, bevordert kruidenrijkdom. Bodemgemeenschappen veranderen beperkt, behalve lichte verschuivingen in schimmels. Duurzaam herstel vraagt grootschalig onderzoek naar bodemleven, plant-bodeminteracties en dynamiek om soortenrijke graslanden te herstellen.

De ecologie van stroomdalgrasland; in het bijzonder de invloed van zandafzetting

Dit OBN onderzoek beschrijft de sterke achteruitgang van droog stroomdalgrasland in het rivierengebied: sinds 1960 verdween het uit 83–84% van de kilometerhokken. Zandafzetting beïnvloedt vegetatie fysisch en chemisch, maar is onvoldoende tegen verruiging. Alleen intensieve begrazing of maaibeheer houdt korte, open vegetaties in stand. Herstelde rivierdynamiek helpt lokaal, maar structureel beheer blijft cruciaal voor duurzaam behoud en herstel van dit habitat.

Behoud van biodiversiteit in oude duingraslanden

Duingraslanden (Grijze duinen, H2130) zijn soortenrijke Natura 2000-habitats, maar oude successiestadia zijn onderbelicht geraakt in beheer. Dit rapport onderzoekt waarom sommige oude duingraslanden soortenrijk blijven en andere verarmen, welke rol stikstofdepositie speelt en welke beheermaatregelen effectief zijn voor behoud en herstel, op basis van veldonderzoek, experimenten en praktijkervaring.

Extra leefgebied voor de noordse woelmuis in de Nieuwkoopse Plassen

In dit onderzoek is gekeken welke uitbreidingsmogelijkheden er zijn voor geschikt habitat voor de noordse woelmuis. Dit kan door bijvoorbeeld beboste percelen te ontdoen van bomen en struiken, waardoor nieuw noordse woelmuishabitat ontstaat. Verder is een aangepast maaibeheer mogelijk waarbij bepaalde delen, waaronder oeverzones, van het gebied worden uitgerasterd. Ook minder intensief begrazen is een goede optie om geschikt habitat te creëren.

Bron- en symptoomaanpak van probleemkruiden in extensief beheerd grasland

Extensief beheerde graslanden kampen bij verschraling vaak met probleemkruiden die biodiversiteit onderdrukken. Dit OBN adviesrapport biedt beheerders handelingsperspectief via bron- en symptoomaanpak voor Pitrus, Jakobskruiskruid en Ridderzuring. Overkoepelende ecologische mechanismen tonen dat maatregelen soort overstijgend toepasbaar zijn binnen natuur- en agrarisch beheer.

Stuurfactoren voor weerbare laagveensystemen tegen uitheemse rivierkreeft

In dit onderzoek is gekeken welke mogelijkheden natuurbeheerders en waterbeheerders hebben om te werken aan een dergelijk robuust watersysteem. Er is gekeken naar vier potentiële stuurfactoren voor het vergroten van de weerbaarheid van watersystemen tegen uitheemse rivierkreeft onderzocht: (a) voedselbeschikbaarheid en nutriënten, (b) oeverstructuur, (c) predator-prooirelaties en (d) gevoeligheid van waterplanten tegen destructie. Doel van het onderzoek was om meer inzicht te krijgen in de abiotische en biotische factoren en processen die aquatische laagveensystemen minder gevoelig maken voor invasie door rivierkreeften en/of de maximale rivierkreeftenpopulatie in een systeem beperken. Het onderzoek geeft daarmee handvatten voor het herstellen van aquatische systemen.

Randvoorwaarden voor het herstel van kenmerkende en bedreigde soorten in het natte zandlandschap

Het doel van dit onderzoeksproject is om voor de bedreigde soorten van het natte zandlandschap knelpunten te herkennen voor het herstel van de ecosystemen met de bijbehorende soorten. In dit project is gezocht naar groepen van bedreigde soorten met vergelijkbare reacties op herstelmaatregelen of het uitblijven daarvan en is geprobeerd de respons van deze soorten te koppelen aan bepaalde herstelmaatregelen of ecologische condities. De kennis van habitateisen of knelpunten is voor veel soorten nog erg beperkt, of nog te abstract voor vertaling naar toepasbare maatregelen. Voor het overgrote deel van de soorten ontbreekt het aan onderzoek dat gericht is op het vaststellen van knelpunten.

Verkennng herstel kleinschalige lijnvormige infrastructuur heuvelland

Dit onderzoek geeft een verkennend overzicht van de natuurwaarden van lijnvormige elementen in het Heuvelland, met een visie op mogelijk herstel. Het beheer van bermen wordt hoofdzakelijk door gemeenten uitgevoerd en langs de Rijkswegen door Rijkswaterstaat. Met name bij gemeenten spelen bij het bermbeheer de natuurwaarden een ondergeschikte rol ten opzichte van verkeerstechnische argumenten. Het beheer wordt vooral op basis van efficiency uitgevoerd. Alleen in uitzonderingsgevallen wordt rekening gehouden met bijzondere soorten of begroeiingen. Het onderzoek concludeert dat het belangrijk is om meer kennis uit te wisselen met gemeenten en wegbeheerders.

Grote grazers voor veiligheid en natuur in rivieruiterwaarden

Rijkswaterstaat wil in de stroombanen van de rivier de vegetatie weer terugzetten tot een ruwheid die overeenkomt met die van productiegrasland. Met terreinbeheerders worden gedetailleerde afspraken gemaakt om deze vegetatie vervolgens ook kort te houden. De vraag is wat de beste manier is die recht doet aan waterveiligheid en aan de biodiversiteit. In dit onderzoek is bestaande kennis verzameld en geanalyseerd.

Fosfaattoevoeging heide

Plaggen van heidebodems is veel toegepast als maatregel om de accumulatie van stikstof in de bodem tegen te gaan. Het nadeel van deze maatregel is dat door verwijdering van de organische laag ook een groot deel van de aanwezige P uit het systeem verwijderd wordt.
Een beheeroptie is om plaggen te combineren met een eenmalige bemesting met P, zodanig dat de beschikbare P netto herstelt tot de oorspronkelijke waarden. In dit project is die maatregel onderzocht in een veldexperiment in Nationaal Park de Hoge Veluwe.

Beheeroptimalisatie Zuid-Limburgse hellingschraallanden

Om te onderzoeken of fasering van het begrazingsbeheer in hellingschraallanden leidt tot een verhoging van de biodiversiteit en ook praktisch uitvoerbaar is, is een grootschalig driejarig veldexperiment uitgevoerd en keken onderzoekers naar effecten op typische flora en fauna, de efficiëntie voor het afvoeren van nutriënten en het kostenaspect. Het blijkt dat fasering van begrazing een belangrijke rol kan spelen om meer stikstof en fosfaat uit graslanden te verwijderen en meer kansen te creëren voor karakteristieke flora en fauna.

Biochemie en experimentele maatregelen voor het herstel van beekdalvenen

Beekdalvenen zijn moerassen die door grondwater worden gevoed en waar vroeger en/of momenteel veenvorming optreedt. Het doel van dit onderzoek is om te kijken of extra maatregelen (aanvullend op de vernatting van beekdalen) helpen bij het herstel van basenrijke kleine zeggen-slaapmos-vegetaties.

Effecten maaibeheer op kleine zeggenmoerassen in beekdalen

In diverse beekdalen in Nederland worden deze veenvormende moerasvegetaties hersteld door vernatting. Als beheermaatregel worden deze vegetaties daarna vaak gemaaid. De centrale vraag in dit OBN onderzoeksrapport is of dat nodig is. Na verbetering van de hydrologische omstandigheden zouden de vegetaties zichzelf moeten kunnen handhaven. Daarnaast is het de vraag in hoeverre maaibeheer nadelig doorwerkt op het ontstaan van microtypografie (kleinschalig reliëf).

Afwegingskader maaibeheer

Lopend onderzoek OBN generiek

In dit onderzoek wordt gekeken naar de ecologische effecten en financiële kosten van verschillende methoden van zomer- en wintermaaien (van handmatig tot zwaar materieel) op de flora, boven- en ondergrondse fauna en bodemgesteldheid van verschillende korte vegetaties (graslanden, moeras- en verlandingsvegetaties) onder verschillende standplaatscondities.

Maaibeheer Carex-weide in Ravensbosch

Staatsbosbeheer heeft een Raad en Daad-advies gevraagd over het maaibeheer van de Carex-weide in Ravensbosch (Zuid-Limburg). Van de maatregelen die worden genomen of op korte termijn genomen worden is het onduidelijk welk maairegime precies het meest wenselijk (tijdstip en frequentie) is ter versterking van het habitattype in het open (en open te maken delen) van het terrein. De onderzoekers constateren dat het huidige beheer (maaien in aug-sept en verwijderen opslag) al heel goed is. Met het oog op klimaatverandering kan een tweede maaibeurt plaatselijk later in het seizoen noodzakelijk zijn. Ook adviseren ze om niet ook nog eens vroeger in het seizoen te maaien en af te voeren.

Herstelmaatregelen voor behoud van brakke natuur in Westzaan

In dit rapprort lees je hoe verbrakking kan bijdragen aan het herstel van zeldzame brakke vegetaties in polder Westzaan en over de impact op Natura 2000-habitats H6430B en H7140B en het belang van waterdynamiek en oeverbeheer voor natuurbehoud.

Methodes monitoring weidevogels

Cover Methodes monitoring weidevogels

Inventarisatie van de gebruikte onderzoeksmethodes van monitoring weidevogels en hoe deze beter op elkaar kunnen worden afgestemd.

Weidevogels op landschapsschaal

Cover Weidevogels op landschapsschaal

Het landelijke actieprogramma ‘Een rijk weidevogellandschap’ is opgericht met als doel de achteruitgang van weidevogels te stoppen. In dit onderzoek is gekeken naar welke landschappelijke kenmerken essentieel zijn voor een goed weidevogelgebied en welke factoren invloed hebben op de populaties en trends van soorten als de grutto, kievit en tureluur.

Maaistrategieën voor insectvriendelijk maaibeheer

“Insectvriendelijk maaibeheer helpt biodiversiteit te behouden door slimme maaistrategieën. Lees over de impact van maaien op insecten en ontdek duurzame beheeropties zoals gefaseerd maaien en diervriendelijke machines.”