Behoud van biodiversiteit in oude duingraslanden
Duingraslanden (Grijze duinen, H2130) zijn soortenrijke Natura 2000-habitats, maar oude successiestadia zijn onderbelicht geraakt in beheer. Dit rapport onderzoekt waarom sommige oude duingraslanden soortenrijk blijven en andere verarmen, welke rol stikstofdepositie speelt en welke beheermaatregelen effectief zijn voor behoud en herstel, op basis van veldonderzoek, experimenten en praktijkervaring.
Extra leefgebied voor de noordse woelmuis in de Nieuwkoopse Plassen
In dit onderzoek is gekeken welke uitbreidingsmogelijkheden er zijn voor geschikt habitat voor de noordse woelmuis. Dit kan door bijvoorbeeld beboste percelen te ontdoen van bomen en struiken, waardoor nieuw noordse woelmuishabitat ontstaat. Verder is een aangepast maaibeheer mogelijk waarbij bepaalde delen, waaronder oeverzones, van het gebied worden uitgerasterd. Ook minder intensief begrazen is een goede optie om geschikt habitat te creëren.
Bron- en symptoomaanpak van probleemkruiden in extensief beheerd grasland
Extensief beheerde graslanden kampen bij verschraling vaak met probleemkruiden die biodiversiteit onderdrukken. Dit OBN adviesrapport biedt beheerders handelingsperspectief via bron- en symptoomaanpak voor Pitrus, Jakobskruiskruid en Ridderzuring. Overkoepelende ecologische mechanismen tonen dat maatregelen soort overstijgend toepasbaar zijn binnen natuur- en agrarisch beheer.
Functioneel herstel van schraalgraslanden in het droge heidelandschap
Hoe herstel je biodiverse schraallanden in heidegebieden? Dit onderzoek toont het belang van fosfaatverlaging en aangepast beheer.
Stuurfactoren voor weerbare laagveensystemen tegen uitheemse rivierkreeft
In dit onderzoek is gekeken welke mogelijkheden natuurbeheerders en waterbeheerders hebben om te werken aan een dergelijk robuust watersysteem. Er is gekeken naar vier potentiële stuurfactoren voor het vergroten van de weerbaarheid van watersystemen tegen uitheemse rivierkreeft onderzocht: (a) voedselbeschikbaarheid en nutriënten, (b) oeverstructuur, (c) predator-prooirelaties en (d) gevoeligheid van waterplanten tegen destructie. Doel van het onderzoek was om meer inzicht te krijgen in de abiotische en biotische factoren en processen die aquatische laagveensystemen minder gevoelig maken voor invasie door rivierkreeften en/of de maximale rivierkreeftenpopulatie in een systeem beperken. Het onderzoek geeft daarmee handvatten voor het herstellen van aquatische systemen.
Randvoorwaarden voor het herstel van kenmerkende en bedreigde soorten in het natte zandlandschap
Het doel van dit onderzoeksproject is om voor de bedreigde soorten van het natte zandlandschap knelpunten te herkennen voor het herstel van de ecosystemen met de bijbehorende soorten. In dit project is gezocht naar groepen van bedreigde soorten met vergelijkbare reacties op herstelmaatregelen of het uitblijven daarvan en is geprobeerd de respons van deze soorten te koppelen aan bepaalde herstelmaatregelen of ecologische condities. De kennis van habitateisen of knelpunten is voor veel soorten nog erg beperkt, of nog te abstract voor vertaling naar toepasbare maatregelen. Voor het overgrote deel van de soorten ontbreekt het aan onderzoek dat gericht is op het vaststellen van knelpunten.
Verkennng herstel kleinschalige lijnvormige infrastructuur heuvelland
Dit onderzoek geeft een verkennend overzicht van de natuurwaarden van lijnvormige elementen in het Heuvelland, met een visie op mogelijk herstel. Het beheer van bermen wordt hoofdzakelijk door gemeenten uitgevoerd en langs de Rijkswegen door Rijkswaterstaat. Met name bij gemeenten spelen bij het bermbeheer de natuurwaarden een ondergeschikte rol ten opzichte van verkeerstechnische argumenten. Het beheer wordt vooral op basis van efficiency uitgevoerd. Alleen in uitzonderingsgevallen wordt rekening gehouden met bijzondere soorten of begroeiingen. Het onderzoek concludeert dat het belangrijk is om meer kennis uit te wisselen met gemeenten en wegbeheerders.
Grote grazers voor veiligheid en natuur in rivieruiterwaarden
Rijkswaterstaat wil in de stroombanen van de rivier de vegetatie weer terugzetten tot een ruwheid die overeenkomt met die van productiegrasland. Met terreinbeheerders worden gedetailleerde afspraken gemaakt om deze vegetatie vervolgens ook kort te houden. De vraag is wat de beste manier is die recht doet aan waterveiligheid en aan de biodiversiteit. In dit onderzoek is bestaande kennis verzameld en geanalyseerd.
Fosfaattoevoeging heide
Plaggen van heidebodems is veel toegepast als maatregel om de accumulatie van stikstof in de bodem tegen te gaan. Het nadeel van deze maatregel is dat door verwijdering van de organische laag ook een groot deel van de aanwezige P uit het systeem verwijderd wordt.
Een beheeroptie is om plaggen te combineren met een eenmalige bemesting met P, zodanig dat de beschikbare P netto herstelt tot de oorspronkelijke waarden. In dit project is die maatregel onderzocht in een veldexperiment in Nationaal Park de Hoge Veluwe.
Beheeroptimalisatie Zuid-Limburgse hellingschraallanden
Om te onderzoeken of fasering van het begrazingsbeheer in hellingschraallanden leidt tot een verhoging van de biodiversiteit en ook praktisch uitvoerbaar is, is een grootschalig driejarig veldexperiment uitgevoerd en keken onderzoekers naar effecten op typische flora en fauna, de efficiëntie voor het afvoeren van nutriënten en het kostenaspect. Het blijkt dat fasering van begrazing een belangrijke rol kan spelen om meer stikstof en fosfaat uit graslanden te verwijderen en meer kansen te creëren voor karakteristieke flora en fauna.
Biochemie en experimentele maatregelen voor het herstel van beekdalvenen
Beekdalvenen zijn moerassen die door grondwater worden gevoed en waar vroeger en/of momenteel veenvorming optreedt. Het doel van dit onderzoek is om te kijken of extra maatregelen (aanvullend op de vernatting van beekdalen) helpen bij het herstel van basenrijke kleine zeggen-slaapmos-vegetaties.
Effecten maaibeheer op kleine zeggenmoerassen in beekdalen
In diverse beekdalen in Nederland worden deze veenvormende moerasvegetaties hersteld door vernatting. Als beheermaatregel worden deze vegetaties daarna vaak gemaaid. De centrale vraag in dit OBN onderzoeksrapport is of dat nodig is. Na verbetering van de hydrologische omstandigheden zouden de vegetaties zichzelf moeten kunnen handhaven. Daarnaast is het de vraag in hoeverre maaibeheer nadelig doorwerkt op het ontstaan van microtypografie (kleinschalig reliëf).
Afwegingskader maaibeheer
In dit onderzoek wordt gekeken naar de ecologische effecten en financiële kosten van verschillende methoden van zomer- en wintermaaien (van handmatig tot zwaar materieel) op de flora, boven- en ondergrondse fauna en bodemgesteldheid van verschillende korte vegetaties (graslanden, moeras- en verlandingsvegetaties) onder verschillende standplaatscondities.
Maaibeheer Carex-weide in Ravensbosch
Staatsbosbeheer heeft een Raad en Daad-advies gevraagd over het maaibeheer van de Carex-weide in Ravensbosch (Zuid-Limburg). Van de maatregelen die worden genomen of op korte termijn genomen worden is het onduidelijk welk maairegime precies het meest wenselijk (tijdstip en frequentie) is ter versterking van het habitattype in het open (en open te maken delen) van het terrein. De onderzoekers constateren dat het huidige beheer (maaien in aug-sept en verwijderen opslag) al heel goed is. Met het oog op klimaatverandering kan een tweede maaibeurt plaatselijk later in het seizoen noodzakelijk zijn. Ook adviseren ze om niet ook nog eens vroeger in het seizoen te maaien en af te voeren.
Herstelmaatregelen voor behoud van brakke natuur in Westzaan
In dit rapprort lees je hoe verbrakking kan bijdragen aan het herstel van zeldzame brakke vegetaties in polder Westzaan en over de impact op Natura 2000-habitats H6430B en H7140B en het belang van waterdynamiek en oeverbeheer voor natuurbehoud.
Effect van nestbezoek en onderzoek op weidevogels
Inventarisatie van de gebruikte onderzoeksmethodes van monitoring weidevogels en hoe deze beter op elkaar kunnen worden afgestemd.
Methodes monitoring weidevogels
Inventarisatie van de gebruikte onderzoeksmethodes van monitoring weidevogels en hoe deze beter op elkaar kunnen worden afgestemd.
Weidevogels op landschapsschaal
Het landelijke actieprogramma ‘Een rijk weidevogellandschap’ is opgericht met als doel de achteruitgang van weidevogels te stoppen. In dit onderzoek is gekeken naar welke landschappelijke kenmerken essentieel zijn voor een goed weidevogelgebied en welke factoren invloed hebben op de populaties en trends van soorten als de grutto, kievit en tureluur.
Maaistrategieën voor insectvriendelijk maaibeheer
“Insectvriendelijk maaibeheer helpt biodiversiteit te behouden door slimme maaistrategieën. Lees over de impact van maaien op insecten en ontdek duurzame beheeropties zoals gefaseerd maaien en diervriendelijke machines.”
Factoren die de overleving van weidevogelkuikens beïnvloeden
Het rapport onderzoekt factoren die de overleving van weidevogelkuikens beïnvloeden, waaronder geboortegewicht, weersomstandigheden, graslandbeheer en verplaatsingen.
Vogelakkers
Vogelakkers, onderdeel van ANLb-maatregelen, bevorderen biodiversiteit door geschikte leefgebieden voor vogels, insecten en muizen te bieden. Het beheer vereist specifieke stappen en maatregelen, zoals onderzocht in een OBN Natuurkennis-studie. Adviezen voor optimaal beheer zijn in deze folder samengevat.
Effecten van natuurherstel op de broeikasgasbalans van natuurgebieden
Dit rapport vat de huidige kennis over de impact van natuurherstelmaatregelen op broeikasgasemissies samen. Het benadrukt de onzekerheden door beperkte gegevens, vooral voor CH4 en N2O, en beveelt het ontwikkelen van een gestandaardiseerde database aan om beter inzicht te krijgen.
Eutrofiering bij natuurontwikkelingsprojecten
In laagveengebieden worden diverse natuurherstelmaatregelen toegepast, maar deze leiden niet altijd tot herstel van de aquatische natuur. Soms verslechtert zelfs de waterkwaliteit. Op basis van literatuur, data-analyse en interviews onderzoekt dit rapport de relatie tussen inrichtingsmaatregelen en waterkwaliteit. Oorzaken zijn niet eenduidig aantoonbaar, maar risicofactoren worden wel benoemd.
Bestrijding van dijkviltbraam in Zeeland
Dijkviltbraam, een invasieve soort in Nederland, groeit snel en vormt grote struiken. Intensief maaien en begrazing zijn effectief maar vaak onvoldoende. Andere methoden zoals branden of chemische bestrijding zijn lastig. Effectieve controle vereist hoge kosten en extra financiering.