Duurzame basenrijkdom natte schraallanden

Natte, basenrijke schraallanden in Nederland zijn vaak kwetsbaar door verzuring. Onderzoek toont dat niet alleen actuele pH, maar vooral latente verzuringscapaciteit in diepere bodemlagen bepalend is voor duurzaamheid. Hoewel soortenrijkdom vaak stabiel lijkt, nemen karakteristieke soorten af. Hydrologische veranderingen kunnen verborgen zuurvorming activeren. Duurzaam herstel vraagt robuust hydrologisch ingrijpen en vermindering van sulfaat- en nitraataanvoer.

Monitoring proefprojecten plaggen in naaldbos van de arme zandgronden

Plaggen in naaldbossen op arme zandgronden verwijdert grote hoeveelheden stikstof en verlaagt tijdelijk mineralisatie en nitrificatie. Hoewel nutriëntarme condities kortstondig herstellen en vegetatie in stikstofarme regio’s deels verbetert, keren vergrassing en opslag snel terug bij hoge depositie. Effecten zijn beperkt en tijdelijk; bij blijvende stikstofbelasting is plaggen geen duurzame herstelmaatregel en vraagt zorgvuldige locatiekeuze.

Lange-termijneffecten van een invasie van Grijs kronkelsteeltje in kustduinen en stuifzanden

OBN-onderzoek toont dat het invasieve Grijs kronkelsteeltje zich snel vestigt in stuifzanden (H2330) en grijze duinen (H2130), met langdurige dominantie in open zand. Successie naar grasrijke vegetaties vermindert korstmossen. Vestiging en impact hangen af van stikstofdepositie, bodemchemie en beheer; kalkrijke duinen tonen afname, terwijl kalkarme duinen wisselende effecten laten.

Herstel van jeneverbesstruwelen

OBN-onderzoek naar jeneverbesstruwelen (H5130) toont dat kieming van jeneverbes zeer beperkt is; bodem- en standplaatsfactoren bepalen succes. Diep plaggen bevordert kieming, maar bekalking kan kiemplanten schaden. Natuurlijke verjonging en herstel van karakteristieke mosvegetaties binnen bestaande struwelen lukt nauwelijks door lichtgebrek en microklimaatveranderingen. Rigoureuze dunning met begrazing biedt mogelijk perspectief.

Effectgerichte maatregelen voor het herstel en beheer van faunagemeenschappen van heideterreinen

Het rapport analyseert waarom herstel van heidefauna vaak uitblijft. Historische habitatvernietiging en verzuring en vermesting verstoren voedselkwaliteit en voedselwebben. Hoge stikstofdepositie veroorzaakt fosforlimitatie en nutriëntenonbalans, met negatieve effecten op insecten en hogere trofische niveaus. Gangbaar plagbeheer is vaak ineffectief. Duurzaam herstel vraagt landschapsherstel, behoud van organische stof, lichte bekalking en vooral bronreductie van stikstofdepositie

Effectgerichte maatregelen voor het herstel en beheer van stuifzanden

Nederland draagt een bijzondere verantwoordelijkheid voor het behoud van stuifzanden, een zeldzaam en dynamisch habitattype. Dit ecosysteem kenmerkt zich door openheid, voedselarmoede en verstuiving en herbergt gespecialiseerde, kwetsbare soorten. Effectief beheer vraagt om een heldere langetermijnvisie waarin ecologische, cultuurhistorische en gebruikswaarden worden afgewogen. Actief herstel van open zand en dynamiek is essentieel om biodiversiteitsverlies te voorkomen.

De regulatie van de basentoestand in kwelafhankelijke schraalgraslanden en laagvenen

Herstel van de basentoestand in natte schraalgraslanden blijft in sommige gebieden uit, ondanks gerichte herstelmaatregelen. In acht referentiegebieden is onderzocht welke processen hieraan ten grondslag liggen. In het veld zijn gedurende een jaar de basenverzadiging van humushorizonten, de samenstelling van het bodemvocht en de redoxpotentiaal gemeten. Daarnaast zijn met behulp van een chemisch speciatiemodel berekende waarden gekalibreerd aan veldmetingen.

Behoud van biodiversiteit in oude duingraslanden

Duingraslanden (Grijze duinen, H2130) zijn soortenrijke Natura 2000-habitats, maar oude successiestadia zijn onderbelicht geraakt in beheer. Dit rapport onderzoekt waarom sommige oude duingraslanden soortenrijk blijven en andere verarmen, welke rol stikstofdepositie speelt en welke beheermaatregelen effectief zijn voor behoud en herstel, op basis van veldonderzoek, experimenten en praktijkervaring.

Bron- en symptoomaanpak van probleemkruiden in extensief beheerd grasland

Extensief beheerde graslanden kampen bij verschraling vaak met probleemkruiden die biodiversiteit onderdrukken. Dit OBN adviesrapport biedt beheerders handelingsperspectief via bron- en symptoomaanpak voor Pitrus, Jakobskruiskruid en Ridderzuring. Overkoepelende ecologische mechanismen tonen dat maatregelen soort overstijgend toepasbaar zijn binnen natuur- en agrarisch beheer.

Randvoorwaarden voor het herstel van kenmerkende en bedreigde soorten in het natte zandlandschap

Het doel van dit onderzoeksproject is om voor de bedreigde soorten van het natte zandlandschap knelpunten te herkennen voor het herstel van de ecosystemen met de bijbehorende soorten. In dit project is gezocht naar groepen van bedreigde soorten met vergelijkbare reacties op herstelmaatregelen of het uitblijven daarvan en is geprobeerd de respons van deze soorten te koppelen aan bepaalde herstelmaatregelen of ecologische condities. De kennis van habitateisen of knelpunten is voor veel soorten nog erg beperkt, of nog te abstract voor vertaling naar toepasbare maatregelen. Voor het overgrote deel van de soorten ontbreekt het aan onderzoek dat gericht is op het vaststellen van knelpunten.

Fosfaattoevoeging heide

Plaggen van heidebodems is veel toegepast als maatregel om de accumulatie van stikstof in de bodem tegen te gaan. Het nadeel van deze maatregel is dat door verwijdering van de organische laag ook een groot deel van de aanwezige P uit het systeem verwijderd wordt.
Een beheeroptie is om plaggen te combineren met een eenmalige bemesting met P, zodanig dat de beschikbare P netto herstelt tot de oorspronkelijke waarden. In dit project is die maatregel onderzocht in een veldexperiment in Nationaal Park de Hoge Veluwe.

Verlanding in laagveenpetgaten

Deze verlanding van petgaten is in veel laagveengebieden gestagneerd. Het doel van dit onderzoek was om mogelijke oorzaken te begrijpen en zo mogelijk maatregelen te bedenken om de verlanding wel weer op gang te brengen. In dit onderzoek is een aantal herstelmaatregelen ingezet om verlanding te stimuleren. Eén daarvan is de inzet van drijvende constructies.

Biochemie en experimentele maatregelen voor het herstel van beekdalvenen

Beekdalvenen zijn moerassen die door grondwater worden gevoed en waar vroeger en/of momenteel veenvorming optreedt. Het doel van dit onderzoek is om te kijken of extra maatregelen (aanvullend op de vernatting van beekdalen) helpen bij het herstel van basenrijke kleine zeggen-slaapmos-vegetaties.

Effecten van natuurherstel op de broeikasgasbalans van natuurgebieden

Dit rapport vat de huidige kennis over de impact van natuurherstelmaatregelen op broeikasgasemissies samen. Het benadrukt de onzekerheden door beperkte gegevens, vooral voor CH4 en N2O, en beveelt het ontwikkelen van een gestandaardiseerde database aan om beter inzicht te krijgen.

Eutrofiering bij natuurontwikkelingsprojecten

In laagveengebieden worden diverse natuurherstelmaatregelen toegepast, maar deze leiden niet altijd tot herstel van de aquatische natuur. Soms verslechtert zelfs de waterkwaliteit. Op basis van literatuur, data-analyse en interviews onderzoekt dit rapport de relatie tussen inrichtingsmaatregelen en waterkwaliteit. Oorzaken zijn niet eenduidig aantoonbaar, maar risicofactoren worden wel benoemd.

HANDREIKING voor de omvorming van voormalige landbouwgronden naar schrale natuur

Deze handreiking biedt praktische richtlijnen voor de transformatie van voedselrijke landbouwgronden naar schrale natuurtypen. Via vijf modules helpt het plannenmakers en ecologen om natuurherstelprojecten succesvol te ontwikkelen, met aandacht voor nutriëntenbeheer, landschap, waterhuishouding en cultuurhistorische waarden.

Basenrijke vochtige bossen

De studie onderzoekt vochtige bossen in Nederland, waarbij de focus ligt op verzuring, vermesting en ontwatering. Het herstel vereist aanpassing van waterhuishouding en boomsamenstelling. Transplantatie-experimenten tonen aan dat herstel mogelijk is bij herstelde hydrologie en basenrijk strooisel.

Chronische vergrassing van droge heide met pijpenstrootje

Pijpenstrootje verdringt heidevegetaties in droge heidegebieden door bodemdegradatie, verzuring en stikstoftoevoer. Dit onderzoek richt zich op de oorzaken en omstandigheden van deze vergrassing, met als doel het ontwikkelen van beheeradviezen om de biodiversiteit van heidelandschappen te herstellen en behouden.

Kansen voor heischraal grasland in het heuvelland

Heischraal grasland (H6230) is een prioritair habitat dat ernstig bedreigd is. De studie identificeerde 93 kansrijke uitbreidingslocaties en testte herstelmethoden zoals bodemplaggen en inzaaien. Langetermijnmonitoring is nodig om de effectiviteit van deze maatregelen te beoordelen.

Natuurontwikkeling Roeghoorn

In 2008 werd de waterloop van het Oostervoortschediep hersteld om natuur te versterken. Proeven met uitmijnen, verschralen en afgraven toonden aan dat uitmijnen effectief is voor het verlagen van fosfaat in droge zandgronden, maar natuurontwikkeling vergt lange termijn inzet.