Herstel van de N:P balans van in verleden geplagde Droge heide

Lopend onderzoek OBN generiek

Nederlandse droge heide staat onder druk door stikstofdepositie en bodemverzuring. Plaggen vermindert stikstof, maar kan ook fosforgebrek en tekorten aan basische kationen veroorzaken, waardoor biodiversiteitsherstel achterblijft. Onderzoek naar fosfortoevoeging en bufferherstel moet uitwijzen wanneer deze maatregelen nodig zijn en hoe duurzaam ze zijn. De resultaten kunnen bijdragen aan effectiever natuurherstel en het behalen van Natura 2000-doelen voor droge heide.

Ecologische achteruitgang en het herstel van Zuid-Limburgse hellingschraallandcomplexen

Dit onderzoek naar Zuid-Limburgse hellinggraslanden laat zien dat herstel niet alleen wordt beperkt door vermesting, maar ook door versnippering en ongeschikt beheer. Aangepaste begrazing, uitbreiding en verbinding van natuurgebieden en gericht herstel met plaggen en maaisel bieden de beste kansen voor duurzaam herstel van kalkgraslanden en heischrale graslanden.

Ontwikkeling van droge heischrale graslanden op voormalige landbouwgronden – fase 1

Soortenrijke heischrale graslanden behoren tot het prioritaire Natura 2000-habitattype H6230 en zijn door landbouwintensivering en verzuring de afgelopen eeuw sterk achteruitgegaan. Nederland heeft zich ten doel gesteld het oppervlak aanzienlijk te vergroten, maar een knelpunt is vaak de afwezigheid van karakteristieke soorten in de zaadbank en omgeving van her in te richten voormalige landbouwgronden.
Dit OBN-rapport onderzoekt oplossingen via veldexperimenten. Het tweejarige project (2011-2013) testte in Drenthe, Gelderland en Limburg verschillende technieken voor het aanbrengen van maaisel, zaden en bodemmateriaal (kruimels, plagjes, slurrie) op recent ontgronde landbouwgronden.
Belangrijke bevindingen: het opbrengen van maaisel uit goed ontwikkelde gebieden bevorderde de ontwikkeling van heischrale vegetatie; het toevoegen van zaden bleek na één jaar 30-50% succesvol; en het inbrengen van bodemkruimels was effectief voor het herstellen van de bodembiotagemeenschap (nemato-den). Vergelijking met tien tot vijftien jaar eerder heringerichte terreinen toont aan dat de vegetatie daar vaak nog minder goed ontwikkeld is dan in referentiegebieden — veel Rode-lijstsoorten ontbreken, en fosfaat- of stikstofbeschikbaarheid blijft soms te hoog. In vijf reeds herstelde terreinen liet kleinschalig experimenteren met plaggen, maaisel en zaden zien dat lokale openmaking de vestiging van kenmerkende soorten kan bevorderen.

Lange-termijn effecten van herstelbeheer in heide en heischrale graslanden

Dit rapport evalueert de effecten van herstelmaatregelen in heide, heischrale graslanden en rivierduingraslanden, tien jaar na uitvoering. De resultaten laten zien dat maatregelen als plaggen, bekalken en hydrologisch herstel langdurig effectief zijn, vooral in combinatie. Tegelijk blijkt dat volledig herstel afhankelijk is van voldoende zaadbronnen en voortgezet beheer om karakteristieke soorten duurzaam terug te laten keren.

Evaluatie effecten van ondiep plaggen in verruigde duingraslanden in de AWD

Dit rapport onderzoekt ondiep plaggen als maatregel tegen vergrassing en verruiging van duingraslanden in de Amsterdamse Waterleidingduinen. De resultaten laten zien dat deze methode een effectief en relatief goedkoop alternatief is voor bestaand beheer. Op één locatie herstelden karakteristieke plant- en diersoorten snel, terwijl het herstel op een tweede locatie langzamer verliep door verschillen in bodemomstandigheden.

10 jaar herstelmaatregelen in OBN-referentieprojecten van natte schraallanden

Dit rapport evalueert tien jaar na herstelmaatregelen de bodemchemische ontwikkeling van natte schraallanden. Het onderzoekt hoe vernatting en plaggen de basen- en voedingstoestand beïnvloeden en waarom herstel niet overal succesvol is. De resultaten tonen dat bodemprocessen complex zijn en onderstrepen het belang van locatiespecifieke analyses bij herstel van deze kwetsbare natuurgebieden.

Herstelmaatregelen in heideterreinen; invloed op de fauna

Heideterreinen staan onder druk door vermesting, verzuring, verdroging en versnippering. Deze publicatie biedt een integrale aanpak voor herstel, waarbij abiotiek, vegetatie én fauna centraal staan. Beheerders en beleidsmakers vinden praktische richtlijnen voor herstelmaatregelen zoals plaggen, maaien, begrazing en hydrologisch herstel, gebaseerd op wetenschappelijke kennis en praktijkervaring, met ruimte voor maatwerk en duurzame biodiversiteit.

Duurzame basenrijkdom natte schraallanden

Natte, basenrijke schraallanden in Nederland zijn vaak kwetsbaar door verzuring. Onderzoek toont dat niet alleen actuele pH, maar vooral latente verzuringscapaciteit in diepere bodemlagen bepalend is voor duurzaamheid. Hoewel soortenrijkdom vaak stabiel lijkt, nemen karakteristieke soorten af. Hydrologische veranderingen kunnen verborgen zuurvorming activeren. Duurzaam herstel vraagt robuust hydrologisch ingrijpen en vermindering van sulfaat- en nitraataanvoer.

Monitoring proefprojecten plaggen in naaldbos van de arme zandgronden

Plaggen in naaldbossen op arme zandgronden verwijdert grote hoeveelheden stikstof en verlaagt tijdelijk mineralisatie en nitrificatie. Hoewel nutriëntarme condities kortstondig herstellen en vegetatie in stikstofarme regio’s deels verbetert, keren vergrassing en opslag snel terug bij hoge depositie. Effecten zijn beperkt en tijdelijk; bij blijvende stikstofbelasting is plaggen geen duurzame herstelmaatregel en vraagt zorgvuldige locatiekeuze.

Lange-termijneffecten van een invasie van Grijs kronkelsteeltje in kustduinen en stuifzanden

OBN-onderzoek toont dat het invasieve Grijs kronkelsteeltje zich snel vestigt in stuifzanden (H2330) en grijze duinen (H2130), met langdurige dominantie in open zand. Successie naar grasrijke vegetaties vermindert korstmossen. Vestiging en impact hangen af van stikstofdepositie, bodemchemie en beheer; kalkrijke duinen tonen afname, terwijl kalkarme duinen wisselende effecten laten.

Herstel van jeneverbesstruwelen

OBN-onderzoek naar jeneverbesstruwelen (H5130) toont dat kieming van jeneverbes zeer beperkt is; bodem- en standplaatsfactoren bepalen succes. Diep plaggen bevordert kieming, maar bekalking kan kiemplanten schaden. Natuurlijke verjonging en herstel van karakteristieke mosvegetaties binnen bestaande struwelen lukt nauwelijks door lichtgebrek en microklimaatveranderingen. Rigoureuze dunning met begrazing biedt mogelijk perspectief.

Effectgerichte maatregelen voor het herstel en beheer van faunagemeenschappen van heideterreinen

Het rapport analyseert waarom herstel van heidefauna vaak uitblijft. Historische habitatvernietiging en verzuring en vermesting verstoren voedselkwaliteit en voedselwebben. Hoge stikstofdepositie veroorzaakt fosforlimitatie en nutriëntenonbalans, met negatieve effecten op insecten en hogere trofische niveaus. Gangbaar plagbeheer is vaak ineffectief. Duurzaam herstel vraagt landschapsherstel, behoud van organische stof, lichte bekalking en vooral bronreductie van stikstofdepositie

Effectgerichte maatregelen voor het herstel en beheer van stuifzanden

Nederland draagt een bijzondere verantwoordelijkheid voor het behoud van stuifzanden, een zeldzaam en dynamisch habitattype. Dit ecosysteem kenmerkt zich door openheid, voedselarmoede en verstuiving en herbergt gespecialiseerde, kwetsbare soorten. Effectief beheer vraagt om een heldere langetermijnvisie waarin ecologische, cultuurhistorische en gebruikswaarden worden afgewogen. Actief herstel van open zand en dynamiek is essentieel om biodiversiteitsverlies te voorkomen.

De regulatie van de basentoestand in kwelafhankelijke schraalgraslanden en laagvenen

Herstel van de basentoestand in natte schraalgraslanden blijft in sommige gebieden uit, ondanks gerichte herstelmaatregelen. In acht referentiegebieden is onderzocht welke processen hieraan ten grondslag liggen. In het veld zijn gedurende een jaar de basenverzadiging van humushorizonten, de samenstelling van het bodemvocht en de redoxpotentiaal gemeten. Daarnaast zijn met behulp van een chemisch speciatiemodel berekende waarden gekalibreerd aan veldmetingen.

Behoud van biodiversiteit in oude duingraslanden

Duingraslanden (Grijze duinen, H2130) zijn soortenrijke Natura 2000-habitats, maar oude successiestadia zijn onderbelicht geraakt in beheer. Dit rapport onderzoekt waarom sommige oude duingraslanden soortenrijk blijven en andere verarmen, welke rol stikstofdepositie speelt en welke beheermaatregelen effectief zijn voor behoud en herstel, op basis van veldonderzoek, experimenten en praktijkervaring.

Bron- en symptoomaanpak van probleemkruiden in extensief beheerd grasland

Extensief beheerde graslanden kampen bij verschraling vaak met probleemkruiden die biodiversiteit onderdrukken. Dit OBN adviesrapport biedt beheerders handelingsperspectief via bron- en symptoomaanpak voor Pitrus, Jakobskruiskruid en Ridderzuring. Overkoepelende ecologische mechanismen tonen dat maatregelen soort overstijgend toepasbaar zijn binnen natuur- en agrarisch beheer.

Randvoorwaarden voor het herstel van kenmerkende en bedreigde soorten in het natte zandlandschap

Het doel van dit onderzoeksproject is om voor de bedreigde soorten van het natte zandlandschap knelpunten te herkennen voor het herstel van de ecosystemen met de bijbehorende soorten. In dit project is gezocht naar groepen van bedreigde soorten met vergelijkbare reacties op herstelmaatregelen of het uitblijven daarvan en is geprobeerd de respons van deze soorten te koppelen aan bepaalde herstelmaatregelen of ecologische condities. De kennis van habitateisen of knelpunten is voor veel soorten nog erg beperkt, of nog te abstract voor vertaling naar toepasbare maatregelen. Voor het overgrote deel van de soorten ontbreekt het aan onderzoek dat gericht is op het vaststellen van knelpunten.

Fosfaattoevoeging heide

Plaggen van heidebodems is veel toegepast als maatregel om de accumulatie van stikstof in de bodem tegen te gaan. Het nadeel van deze maatregel is dat door verwijdering van de organische laag ook een groot deel van de aanwezige P uit het systeem verwijderd wordt.
Een beheeroptie is om plaggen te combineren met een eenmalige bemesting met P, zodanig dat de beschikbare P netto herstelt tot de oorspronkelijke waarden. In dit project is die maatregel onderzocht in een veldexperiment in Nationaal Park de Hoge Veluwe.

Verlanding in laagveenpetgaten

Deze verlanding van petgaten is in veel laagveengebieden gestagneerd. Het doel van dit onderzoek was om mogelijke oorzaken te begrijpen en zo mogelijk maatregelen te bedenken om de verlanding wel weer op gang te brengen. In dit onderzoek is een aantal herstelmaatregelen ingezet om verlanding te stimuleren. Eén daarvan is de inzet van drijvende constructies.

Biochemie en experimentele maatregelen voor het herstel van beekdalvenen

Beekdalvenen zijn moerassen die door grondwater worden gevoed en waar vroeger en/of momenteel veenvorming optreedt. Het doel van dit onderzoek is om te kijken of extra maatregelen (aanvullend op de vernatting van beekdalen) helpen bij het herstel van basenrijke kleine zeggen-slaapmos-vegetaties.

Effecten van natuurherstel op de broeikasgasbalans van natuurgebieden

Dit rapport vat de huidige kennis over de impact van natuurherstelmaatregelen op broeikasgasemissies samen. Het benadrukt de onzekerheden door beperkte gegevens, vooral voor CH4 en N2O, en beveelt het ontwikkelen van een gestandaardiseerde database aan om beter inzicht te krijgen.

Eutrofiering bij natuurontwikkelingsprojecten

In laagveengebieden worden diverse natuurherstelmaatregelen toegepast, maar deze leiden niet altijd tot herstel van de aquatische natuur. Soms verslechtert zelfs de waterkwaliteit. Op basis van literatuur, data-analyse en interviews onderzoekt dit rapport de relatie tussen inrichtingsmaatregelen en waterkwaliteit. Oorzaken zijn niet eenduidig aantoonbaar, maar risicofactoren worden wel benoemd.