Kalkmoerassen in het Heuvellandschap
Kalkmoeras (H7230) is in Nederland, België en Duitsland sterk bedreigd door vermesting, verdroging en versnippering. Onderzoek in tien terreinen toont dat herstel en uitbreiding mogelijk zijn bij continu hoge grondwaterstanden en basenrijke omstandigheden. Cruciaal is verdere reductie van nitraat in het grondwater, vooral bij kalkmoeras op veenbodems.
Herstellen van basenrijke venen door het inbrengen van basen
Trilveen is een zeldzaam en soortenrijk laagveentype dat sterk achteruitgaat door verzuring en vermesting. Omdat nieuw trilveen nauwelijks ontstaat, zijn beheermaatregelen noodzakelijk. Onderzoek laat zien dat naast waterhuishouding ook bodemprocessen cruciaal zijn. De rapportage bundelt kennis over maatregelen als inundatie en bevloeiing en biedt water- en natuurbeheerders praktische handvatten voor weloverwogen keuzes.
Herstel van rijkere eikenbossen
Langdurige stikstofdepositie heeft ook in rijkere eikenbossen geleid tot verzuring, nutriëntenonevenwicht en veranderingen in het bodemvoedselweb. Dit onderzoeksrapport beschrijft de actuele systeemtoestand van deze bossen en verkent herstelmogelijkheden. Structureel herstel blijkt beperkt; het perspectief ligt vooral bij het voorkomen van verdere achteruitgang, het behoud van relatief soortenrijke locaties en voorzichtig, goed gemonitord experimenteren, in combinatie met een noodzakelijke daling van stikstofdepositie.
Behoud van biodiversiteit in oude duingraslanden
Duingraslanden (Grijze duinen, H2130) zijn soortenrijke Natura 2000-habitats, maar oude successiestadia zijn onderbelicht geraakt in beheer. Dit rapport onderzoekt waarom sommige oude duingraslanden soortenrijk blijven en andere verarmen, welke rol stikstofdepositie speelt en welke beheermaatregelen effectief zijn voor behoud en herstel, op basis van veldonderzoek, experimenten en praktijkervaring.
Megasuppleties en zeewaartse duinontwikkeling
De duinnatuur staat onder druk door zeespiegelstijging, erosie en toenemende ruimteclaims, vooral in smalle duingebieden. Dit OBN onderzoek verkent zeewaartse kustuitbreiding als alternatief voor traditionele kustverdediging. Op basis van 28 studiegebieden zijn ontwikkelingsschema’s en ontwerprichtlijnen opgesteld voor megasuppleties die veiligheid combineren met nieuwe kansen voor duinnatuur.
Ecologische effecten van zandsuppleties op de duinen langs de Nederlandse kust
Dit OBN onderzoek toont dat ecologische effecten van zandsuppleties in duinen vooral indirect verlopen via veranderingen in dynamiek. Overstuiving beïnvloedt bodem, vegetatie en fauna sterker dan suppletie zelf, met verschuivingen in duintypen en grotere faunavariatie. Suppletie zelf heeft nauwelijks directe impact op soortensamenstelling of habitatkwaliteit.
Effecten van suppleties op duinontwikkeling – Geomorfologie
Dit onderzoek laat zien dat grootschalige zandsuppleties langs de Nederlandse kust leiden tot een structureel hogere zandaanvoer naar de duinen. Suppleties beïnvloeden daarmee duinvorming, dynamiek en mogelijk Natura 2000-habitats. Dynamisch kustbeheer biedt kansen om kustveiligheid en natuurontwikkeling beter te combineren.
Geochemische effecten van zandsuppleties in Nederland
Dit OBN-rapport analyseert de geochemische effecten van kustsuppleties langs Nederland. Onderzoek op twaalf locaties toont dat gesuppleerd zand chemisch licht verschilt van natuurlijk zand, met regionale variatie. Normen worden niet overschreden en ecologische effecten zijn contextafhankelijk. Geochemie biedt waardevolle aanvullingen voor beheer en monitoring.
Geochemische effecten van zandsuppleties langs Hollandse kust
Dit rapport onderzoekt of zandsuppleties langs de Hollandse kust leiden tot verschillen in geochemie en korrelgrootte ten opzichte van natuurlijk duinzand. Analyse van 366 bodemmonsters toont meetbare, gebiedsafhankelijke verschillen, maar geen overschrijding van normen en waarschijnlijk beperkte ecologische en geomorfologische effecten.
Fauna in het rivierengebied
Het onderzoek laat zien dat herstel van fauna in het Nederlandse rivierengebied wordt belemmerd door habitatverlies, kwaliteitsproblemen en ontbrekende habitatcombinaties. Door analyse van voorbeeldsoorten en riviertrajecten biedt het rapport handvatten voor faunagerichte natuurontwikkeling op trajectschaal, met robuuste netwerken van sleutelgebieden en stapstenen.
Naar een rode lijst met Groene Stip voor hogere planten in Nederland
Na tien jaar OBN-projecten is onderzocht hoe herstelmaatregelen bijdragen aan behoud van bedreigde plantensoorten. Een evaluatiemethodiek met Groene Stip en tipparade toont dat natte ecosystemen beter herstellen dan droge. De aanpak ondersteunt beleidskeuzes, beheer, prioritering en wijst op noodzaak van brongerichte maatregelen en verdere uitbreiding naar andere soorten en ecosystemen.
Invloed van aantasting en maatregelen op de faunadiversiteit in Korenburgerveen – 2e fase
Dit eindrapport analyseert de effecten van herstelmaatregelen op watermacrofauna in het Korenburgerveen. Herstel leidt op korte termijn tot verstoring en homogenisering, waarbij algemene soorten toenemen en zeldzame soorten verdwijnen. Terreinheterogeniteit en gebufferd water blijken cruciaal voor faunaherstel op lange termijn.
Invloed van aantasting en maatregelen op de faunadiversiteit in Korenburgerveen – 1e fase
Dit rapport beschrijft de eerste fase van OBN-referentieonderzoek in het Korenburgerveen naar het belang van landschappelijke variatie voor watermacrofauna. Ondanks aantasting is het gebied soortenrijk, maar ruimtelijk verstoord. De studie benadrukt het belang van habitatheterogeniteit en verkent dilemma’s rond hydrologisch herstel en faunabehoud.
Verbinden van laagveengebieden via de Randmeerzone
Het laagveen in Nederland bestaat uit twee geïsoleerde relicten in west en noordoost. Door verlies aan verbindingen zijn populaties gescheiden. Dit onderzoek verkent kansen voor een ecologische verbindingszone via de Randmeren, met potentie voor riet, veenbossen en zoete plassen, ondanks enkele resterende knelpunten tussen beide laagveengebieden in Nederland op termijn.
Watermacrofauna monitoring ten behoeve van herstel en behoud van het Weerterbos
Herstel van vennen in het Weerterbos verbeterde waterkwaliteit en plantengemeenschappen, maar karakteristieke watermacrofauna keerde niet terug, zelfs na zeven jaar. Isolatie, afstand tot bronpopulaties en historische ontwatering beperkten kolonisatie. Beheer moet eutrofiëring voorkomen en prioriteit geven aan minder geïsoleerde vennen voor sneller fauna-herstel, terwijl vegetatie lokaal wel herstelt.
Verkenning herstelmogelijkheden duindynamiek Westduinen (Schouwen)
Dit onderzoek laat zien dat de verdwenen duindynamiek in de Meeuwenduinen het gevolg is van menselijke ingrepen en stikstofdepositie. Grootschalig herstel ontstaat niet vanzelf, maar lokaal herstel is mogelijk via gerichte, gebiedsspecifieke maatregelen en langdurige monitoring, binnen randvoorwaarden van ecologie, erfgoed en kustveiligheid.
Voedselkwaliteit en biodiversiteit in bossen van de hoge zandgronden
Onderzoek toont aan dat stikstofdepositie en verzuring in zandgrondbossen leiden tot verstoring van de eiwitvorming in bomen. Hierdoor verslechtert de voedselkwaliteit voor insecten en vogels, met biodiversiteitsverlies tot gevolg. Herstel vraagt vooral om reductie van stikstofdepositie, aangevuld met zorgvuldige herstelmaatregelen.
Verkennende studie naar de effecten van drukbegrazing met schapen in droge heide
Het onderzoek toont aan dat drukbegrazing met schapen een effectief, minder ingrijpend alternatief kan zijn voor plaggen bij herstel van vergraste droge heide. Succes hangt sterk af van juiste timing, intensiteit en vervolgbeheer. Binnen 5–10 jaar kan soortenrijke heide terugkeren.
Achteruitgang van kenmerkende libellen in vennen
De biodiversiteit in vennen neemt af. Dat is vooral goed te merken aan de libellenfauna, die zeer kenmerkend is voor deze vennen. Vooral is het opvallend dat niet alleen zeldzame soorten achteruitgaan, maar ook de soorten die tot 2010 heel algemeen waren zoals maanwaterjuffer, gewone pantserjuffer, noordse witsnuitlibel en zwarte heidelibel. In dit onderzoek is gekeken naar de oorzaak van de achteruitgang van deze voorheen algemene soorten.
Herstelexperiment voor Elzenbroek door bevloeiing met oppervlaktewater in ’t Lankheet
Het Elzenzegge-Elzenbroek is sterk achteruitgegaan door verdroging, verzuring en eutrofiëring. Binnen het OBN-programma wordt experimenteel onderzocht of seizoensmatige bevloeiing met schoon, basenrijk oppervlaktewater kan bijdragen aan herstel van gedegradeerde Elzenbroekbossen, met aandacht voor waterregime, bodemchemie en nutriënten.
Functioneel herstel van schraalgraslanden in het droge heidelandschap
Hoe herstel je biodiverse schraallanden in heidegebieden? Dit onderzoek toont het belang van fosfaatverlaging en aangepast beheer.
Hoe dichten we het doelgat? – Hydrologisch herstel van verdroogde natuurgebieden
Grondwaterafhankelijke natuurgebieden verdrogen door regionale ontwatering, onttrekkingen en klimaatverandering. Deze studie presenteert een methodiek om het hydrologisch ‘doelgat’ te bepalen en via systeemmaatregelen te dichten, toegepast op drie verschillende landschapstypen.
Stuurfactoren voor weerbare laagveensystemen tegen uitheemse rivierkreeft
In dit onderzoek is gekeken welke mogelijkheden natuurbeheerders en waterbeheerders hebben om te werken aan een dergelijk robuust watersysteem. Er is gekeken naar vier potentiële stuurfactoren voor het vergroten van de weerbaarheid van watersystemen tegen uitheemse rivierkreeft onderzocht: (a) voedselbeschikbaarheid en nutriënten, (b) oeverstructuur, (c) predator-prooirelaties en (d) gevoeligheid van waterplanten tegen destructie. Doel van het onderzoek was om meer inzicht te krijgen in de abiotische en biotische factoren en processen die aquatische laagveensystemen minder gevoelig maken voor invasie door rivierkreeften en/of de maximale rivierkreeftenpopulatie in een systeem beperken. Het onderzoek geeft daarmee handvatten voor het herstellen van aquatische systemen.
Randvoorwaarden voor het herstel van kenmerkende en bedreigde soorten in het natte zandlandschap
Het doel van dit onderzoeksproject is om voor de bedreigde soorten van het natte zandlandschap knelpunten te herkennen voor het herstel van de ecosystemen met de bijbehorende soorten. In dit project is gezocht naar groepen van bedreigde soorten met vergelijkbare reacties op herstelmaatregelen of het uitblijven daarvan en is geprobeerd de respons van deze soorten te koppelen aan bepaalde herstelmaatregelen of ecologische condities. De kennis van habitateisen of knelpunten is voor veel soorten nog erg beperkt, of nog te abstract voor vertaling naar toepasbare maatregelen. Voor het overgrote deel van de soorten ontbreekt het aan onderzoek dat gericht is op het vaststellen van knelpunten.