Toekomst van vennen in het nat zandlandschap in 2050

Lopend onderzoek OBN generiek

Het onderzoek verkent hoe klimaatverandering de abiotische condities en soortensamenstelling van vennen in het natte zandlandschap beïnvloedt. Onzeker is of ecosystemen klimaatbestendig blijven, welke doelen haalbaar zijn in 2050 en hoe flora en fauna meebewegen. De studie vult een cruciale kennislacune voor toekomstgericht natuurbeheer.

Preadvies genetische erosie bij bedreigde plantensoorten in het Heuvelland

Lopend onderzoek OBN generiek

Versnipperde en kleine natuurgebieden leiden tot genetische verarming en uitstervingsrisico’s bij bedreigde plantensoorten. Inzicht in genetische diversiteit is noodzakelijk om effectieve maatregelen te nemen, zoals populatieversterking, zonder risico op uitteeltdepressie. Het Heuvelland biedt een geschikte regio voor onderzoek binnen de OBN‑kennisagenda en Limburgse soortenprojecten.

Herstelmaatregelen omvorming landbouw naar droge en natte heide in Noordenveld

Lopend onderzoek OBN generiek

Het onderzoek evalueert de langetermijneffecten van herstelmaatregelen bij de omvorming van landbouwgrond naar droge en natte heide in Noordenveld. Het bouwt voort op eerdere studies en onderzoekt of maatregelen zoals bekalken, verzuren, maaisel- of plagseltoepassing duurzaam effect hebben of herhaald moeten worden. Dit biedt waardevolle inzichten voor natuurbeheer en beleid.

Systeemherstel diep ingesneden beken in het Heuvelland

Lopend onderzoek OBN generiek

Beekdalen in Zuid-Limburg kampen met verdroging door diepe beekinsnijding, terwijl deze beken belangrijke macrofauna herbergen. Ophoging kan natuur herstellen maar schaadt mogelijk aquatische soorten. Snelle actie is nodig. De uitdaging is balans vinden tussen herstel van natte natuur en behoud van biodiversiteit, met lessen uit andere gebieden.

Natte overstromingsvlakten in het rivierengebied fase 2

Lopend onderzoek OBN generiek

Natte overstromingsvlaktes ontbreken grotendeels in het Nederlandse rivierengebied, terwijl ze belangrijk zijn voor biodiversiteit. Onderzoek toont dat factoren zoals waterduur, connectiviteit en bodemtype cruciaal zijn. Verdere studie is nodig om deze relaties beter te begrijpen en te vertalen naar effectief beheer, inrichting en beleid voor ecologisch waardevolle gebieden.

Jaarverslag 2025 van OBN Natuurkennis en UPN

Een nieuwe fase in natuurkennis Het jaar 2025 markeert een belangrijke nieuwe fase voor OBN Natuurkennis en het Uitvoeringsprogramma Programma Natuur (UPN). Met de start van een zesjarige samenwerking tussen LVVN, BIJ12 en VBNE is het bestaande sterke fundament wederom gecontinueerd voor de toekomst van kennisontwikkeling voor natuurherstel in Nederland. Deze nieuwe periode staat niet alleen […]

Gecombineerde bodembehandeling droge bossen

Lopend onderzoek OBN generiek

Dit OBN onderzoek onderzoekt of een combinatie van maatregelen – gedeeltelijke verwijdering van strooisel en toevoeging van kalk en steenmeel – kan bijdragen aan herstel van verzuurde droge bosbodems. Doel is de stikstofbalans en bodemchemie te verbeteren zonder het bodemleven blijvend te schaden. De resultaten moeten duidelijk maken of deze aanpak een effectieve herstelstrategie kan zijn voor stikstofgevoelige boshabitats.

Artikel: Kerven in duinen voor natuur en waterveiligheid

Artikel Land+water, februari 2026 Kerven in duinen: meer dynamiek én kansen voor waterveiligheid Langs de Nederlandse kust worden steeds vaker zogeheten kerven in de zeereep aangelegd: lokale verlagingen in de duinen waardoor zand vanaf het strand verder het duingebied in kan stuiven. Deze ingrepen moeten de natuurlijke dynamiek in de duinen herstellen. Maar hoe werken […]

Duurzame basenrijkdom natte schraallanden

Natte, basenrijke schraallanden in Nederland zijn vaak kwetsbaar door verzuring. Onderzoek toont dat niet alleen actuele pH, maar vooral latente verzuringscapaciteit in diepere bodemlagen bepalend is voor duurzaamheid. Hoewel soortenrijkdom vaak stabiel lijkt, nemen karakteristieke soorten af. Hydrologische veranderingen kunnen verborgen zuurvorming activeren. Duurzaam herstel vraagt robuust hydrologisch ingrijpen en vermindering van sulfaat- en nitraataanvoer.

Monitoring proefprojecten plaggen in naaldbos van de arme zandgronden

Plaggen in naaldbossen op arme zandgronden verwijdert grote hoeveelheden stikstof en verlaagt tijdelijk mineralisatie en nitrificatie. Hoewel nutriëntarme condities kortstondig herstellen en vegetatie in stikstofarme regio’s deels verbetert, keren vergrassing en opslag snel terug bij hoge depositie. Effecten zijn beperkt en tijdelijk; bij blijvende stikstofbelasting is plaggen geen duurzame herstelmaatregel en vraagt zorgvuldige locatiekeuze.

Morfodynamiek langs de grote rivieren

Dit OBN rapport beschrijft de morfodynamiek van grote rivieren op basis van fysiotopen. Actieve dynamiek is nu vooral beperkt tot oevers; verder landinwaarts domineren subtiele hoogwaterprocessen. Herstel vraagt maatwerk per riviertype en sturing van sleutelfactoren zoals stroming en sediment. Gerichte, lokale maatregelen kunnen natuurlijke dynamiek vergroten, mits afgestemd op aardkundige waarden en trajectspecifieke kenmerken.

Kennislacunes in De Wieden en De Weerribben

Onderzoek in het kader van het Natura 2000-beheerplan voor De Wieden en De Weerribben toont dat verlaging van fosfor- en stikstofbelasting cruciaal is voor herstel van basenrijke trilvenen. Voldoende calciumaanvoer, hogere zomerpeilen en het voorkomen van droogte zijn essentieel. Nieuwe trilvenen ontstaan nauwelijks; gericht peilbeheer en nutriëntenreductie blijven noodzakelijk voor duurzame instandhouding.

Natuurherstel in ondiepe plassen in het zeeklei- en laagveenlandschap

Ondiepe plassen in het zeekleigebied verkeren vaak in slechte ecologische toestand door hoge externe en interne nutriëntenbelasting. Zwavelrijke kleibodems bevorderen fosfaatnalevering, wat troebel, algenrijk water in stand houdt. Herstel via bron-, systeem- en voedselwebmaatregelen is complex en niet altijd duurzaam. Alternatieve natuurdoelen, zoals moeras- en rietontwikkeling, bieden reële perspectieven voor biodiversiteit en waterkwaliteit.

Lange-termijneffecten van een invasie van Grijs kronkelsteeltje in kustduinen en stuifzanden

OBN-onderzoek toont dat het invasieve Grijs kronkelsteeltje zich snel vestigt in stuifzanden (H2330) en grijze duinen (H2130), met langdurige dominantie in open zand. Successie naar grasrijke vegetaties vermindert korstmossen. Vestiging en impact hangen af van stikstofdepositie, bodemchemie en beheer; kalkrijke duinen tonen afname, terwijl kalkarme duinen wisselende effecten laten.

Herstellen van akkers als onderdeel van een intact heidelandschap

OBN-onderzoek toont dat extensief beheerde heideakkers en braakliggende percelen cruciaal zijn voor fauna in Nederlandse heidegebieden (H2310, H4010, H4030). Ze ondersteunen loopkevers, sprinkhanen en broedvogels zoals Veldleeuwerik en Geelgors. Herstel is relatief eenvoudig op historische akkerlocaties, met lage bemesting en roulatiebeheer. Fosfaatbeperking en voldoende basenverzadiging zijn essentieel voor duurzame ontwikkeling naar heischraal grasland.

Graslanden en moerassen in het zeekleilandschap

OBN-onderzoek in het binnendijkse zeekleilandschap laat zien dat intensivering en afgenomen dynamiek biodiversiteitsverlies veroorzaakten. Primair herstel vereist gebiedsoverstijgend beheer van hydrologie, zoutregime en ruimtelijke heterogeniteit. Soortenrijke graslanden en moerassen hebben specifieke water- en bodemcondities nodig. Duurzaam succes hangt af van behoud van kwel, waterpeil, reliëf en integratie van beheerdoelen, gecombineerd met gebiedsbrede maatregelen.

Integraal natuurherstel in beekdalen

OBN-onderzoek benadrukt dat integraal beekdalherstel op stroomgebiedsniveau nodig is voor biodiversiteitsherstel. Kernmaatregelen zijn diffusie van afvoersystemen, water vasthouden in infiltratiegebieden en genuanceerd verondiepen van beekprofielen. Pilotstudies tonen dat deelmaatregelen onvoldoende werken. Effectief herstel combineert hydrologie, habitatheterogeniteit en adaptieve monitoring, versterkt biodiversiteit én ecosysteemdiensten, en wordt urgenter door klimaatverandering en extremere neerslag.

Herstel van kruiden- en faunarijke graslanden in het droge zandlandschap

OBN-onderzoek naar kruiden- en faunarijke graslanden in droge zandgebieden toont dat langdurig verschralingsbeheer vaak in een grassenfase blijft steken. Beheer met tijdelijke bodemdynamiek, zoals zwarte braak of roggeteelt, bevordert kruidenrijkdom. Bodemgemeenschappen veranderen beperkt, behalve lichte verschuivingen in schimmels. Duurzaam herstel vraagt grootschalig onderzoek naar bodemleven, plant-bodeminteracties en dynamiek om soortenrijke graslanden te herstellen.

Herstel van jeneverbesstruwelen

OBN-onderzoek naar jeneverbesstruwelen (H5130) toont dat kieming van jeneverbes zeer beperkt is; bodem- en standplaatsfactoren bepalen succes. Diep plaggen bevordert kieming, maar bekalking kan kiemplanten schaden. Natuurlijke verjonging en herstel van karakteristieke mosvegetaties binnen bestaande struwelen lukt nauwelijks door lichtgebrek en microklimaatveranderingen. Rigoureuze dunning met begrazing biedt mogelijk perspectief.

Herstel broekbossen

OBN-onderzoek naar broekbossen (H91E0) bundelt kennis en identificeert kennishiaten over herstel, nutriëntenkringlopen en waterregimes. Vernatting met voedselrijk water kan eutrofiëring veroorzaken; kwelherstel biedt de beste kans op duurzaam herstel. Fauna is soortenrijk maar kwetsbaar voor droogte en overstroming. Systematische monitoring en gericht beheer zijn essentieel, vooral bij natuurontwikkeling en waterberging in Nederland.

Herstel van Zuid-Limburgse hellingmoerassen, het kalkmoeras in het bijzonder

OBN-onderzoek naar Zuid-Limburgse hellingmoerassen benadrukt het unieke kalkmoeras (H7230) met rijk ecosysteem en stikstofbeperkte vegetatie. Historische versnippering en verontreinigd grondwater bedreigen het voortbestaan. Herstel vraagt behoud van infiltratiegebieden, voorkomen van bebossing en constante aanvoer van kalkrijk water. Bodemchemie, microbiële activiteit en hydrologie zijn cruciaal voor fosfaatbinding en ecosysteemkwaliteit.

Herstel van heide door middel van slow release mineralengift

OBN-onderzoek toont dat traditionele bekalking met Dolokal snel pH en basen verhoogt, maar schokeffecten kan veroorzaken in natte heide. Steenmeel (Biolit, Lurgi) biedt een duurzamer alternatief: geleidelijke buffering, verbeterde P-beschikbaarheid en positieve effecten op vegetatie en insecten zonder sterke neveneffecten. Maatwerk is cruciaal, afhankelijk van bodemkenmerken, en opschaling vraagt zorgvuldig monitoren.

Een meer natuurlijk peilbeheer: geohydrologie, ecosysteemdynamiek en Natura 2000

Dit OBN rapport onderzoekt of natuurlijker peilbeheer bijdraagt aan herstel van Natura 2000-gebieden in laagveen en zeeklei. Seizoensfluctuaties kunnen waterkwaliteit verbeteren, fosfaat binden en biodiversiteit vergroten, maar brengen ook risico’s zoals eutrofiëring en veenafbraak. Effecten verschillen per habitat en hangen sterk samen met waterkwaliteit en hydrologie. Maatwerk en gebiedsspecifieke afweging zijn cruciaal voor succes.

Begrazingsbeheer in relatie tot herstel van faunagemeenschappen in droge duingraslanden

Dit OBN rapport onderzoekt begrazingsbeheer in droge duingraslanden en vergelijkt 113 locaties. Begrazing vermindert verruiging, maar effecten verschillen tussen kalkarme en kalkrijke duinen. Matige graasdruk bevordert open-duinvlinders, hoge druk schaadt flora en bodemfauna. Voor sommige broedvogels is hogere graasdruk gunstig. Variatie in graasdruk en herstel van verstuiving zijn cruciaal voor duurzaam biodiversiteitsherstel.