Drukfactoren in beeld
“Het ziet er toch mooi groen uit?!”
Voor mensen die niet zijn ingewijd in natuurbeheer zijn de gevolgen van drukfactoren, zoals doogte of stikstofneerslag, in de natuur soms lastig te zien. Waar moet je naar kijken? Bovendien verschuift ons beeld van ‘mooie gezonde natuur’. Mensen van jongere generaties weten vaak niet meer hoe divers en rijk de natuur voorheen was. Dit wordt het ‘shifting baseline syndroom’ genoemd. Om voor een breed publiek duidelijk te maken wat de grote knelpunten (drukfactoren) zijn voor de huidige natuur, brengen we hier per natuurtype in beeld wat de effecten zijn van de knelpunten en waar je op kunt letten.
Algemeen
Aan de hand van foto’s van landschappen laten we zien wat de effecten zijn van de grote knelpunten (drukfactoren) voor de huidige natuur. In eerste instantie hebben we dit gedaan voor de volgende natuurtypen:
- Hoogveen
- Vochtige heide
- Vochtige bossen
- Stuifzand
- Droogte: Klimaatverandering zorgt voor extremere weersomstandigheden zoals langere droogteperiodes en hevige regen, wat de waterhuishouding van ecosystemen verstoort en jonge aanplant en bepaalde soorten in de problemen brengt. Verdroging kan leiden tot: vergrassing, braamopslag in vochtig bos, verdwijnen natte soorten.
- Meststoffen: Te veel stikstof uit landbouw en verkeer verstoort de voedselbalans, waardoor planten die van veel voedingsstoffen houden (zoals brandnetels en bramen) woekeren en voedselarme soorten verdrongen worden, wat de biodiversiteit vermindert.
- Te veel aan fosfaat (voornamelijk op graslanden leidt tot zeer productieve grasgroei, weinig/geen kruiden.
- Te veel stikstof leidt tot vergrassing in heide, ontbreken kruiden in bossen, vermossing op stuifzanden, en berkopslag op hoogveen.
- Interne eutrofiering <= lekentaal?> leidt tot vergrassing, en algenbloei in water.
- Te veel zwavel leidt tot afgestorven (naald)bomen en het verdwijnen van drijftillen in vennen.
- Verzuring (vennen; knolrusvegetaties, eikensterfte)
- Afname mineralenrijkdom (kwijnende bomen, struiken, kruiden, afwijkingen in vorm en bladkleur)
- Habitatverlies en versnippering: Ontbossing, ontginning, verstedelijking en landbouwkundige ingrepen leiden tot de vernietiging en isolatie van leefgebieden, waardoor soorten zich niet meer kunnen verspreiden en overleven. Versnippering zorgt ervoor dat wegen, paden of andere menselijke elementen migratie van soorten verhinderen. Bij ontginning verdwijnen hoogteverschillen in landschap, worden beken recht getrokken trekken van beken en verdwijnen kleine landschapselementen.
- Afname bloemenrijkdom <MH dit is een gevolg en geen drukfactor ansich> [biodiversiteit en voedsel voor insecten] (monotone soortenarme vegetaties, weinig kruiden, productieve gewassen,…)
- Grootschalige bosaanplant van bijv mijnhout zorgt voor verarming van de biodiversiteit..
Hoogveen
Drukfactoren van hoogveen:
- drooglegging en verdroging
- te veel nutriënten.
Onverstoorde hoogvenen zijn arm aan nutriënten en worden hoofdzakelijk door regenwater gevoed. Veenmossen kunnen met weinig voedingsstoffen groeien en Ontginning van hoogvenen in Nederland begon al in de late middeleeuwen en start met (een grondige ontwatering): greppels, sloten en vervening zorgen voor uitdroging en afbraak van het hoogveen. Als gevolg hiervan komen er voedingsstoffen vrij, waar verstoringssoorten van profiteren: berk, pijpestro en adelaarsvaren zijn daarvan bekende voorbeelden. Al deze soorten zorgen voor een grotere verdamping en doorworteling van het uitdrogende veen en dit versterkt weer het proces van veenafbraak. Naast het beschikbaar komen van nutriënten als gevolg van veenafbraak, wordt er ook veel stikstof aangevoerd door de lucht (depositie). Deze stikstof zorgt ook voor een onbalans in de vegetatie: berken, pijpestro en adelaarsvaren profiteren daarvan en gaan domineren in plaats van veenmossen.
Toekomstscenario’s hoogveen:
Vernatten van bestaand verdroogd hoogveen levert kansen op voor het herstel of uitbreiding van hoogveen. Klimaatextremen en stikstofdepositie blijven een drukfactor die van invloed zijn op herstel.
Uit eerdere hoogveenherstelprojecten zijn behoud en herstel van typische hoogveen vegetaties mogelijk gebleken, ondanks de invloed van knelpunten als stikstof en (de gevolgen van) droogte.
Na vernatting ontwikkelen er weer veenmosvegetaties: meestal zijn dit eerst de slenksoorten en op langere termijn ook bultvomrende veenmossoorten. Hierbij moet wel gezegd worden dat de kans op herstel aanzienlijk kleiner is als deze factoren niet worden aangepakt.
Vochtige heide
Drukfactoren van heide:
- vergrassing
- xxxxxx
- xxxxxx
Hoewel grassen van oorsprong op een heideterrein horen is vergrassing (deels als gevolg van stikstofdepositie maar ook verdroging) een groot probleem voor heideterreinen. Vergrassing is het proces waarin de oorspronkelijke vegetatie steeds verder wordt overgenomen / gedomineerd door grassen, waarmee andere planten behorende tot het heidesysteem verdwijnen. Dit is een relatief langzaam proces waardoor het bij incidentele bezoeken lastig is om dit goed te duiden/visualiseren. Tegelijkertijd is een risico van een veelheid aan bezoeken dat er door de geleidelijkheid van de vergrassing een vorm van gewenning optreedt. De verschuivingen door de jaren heen worden niet opgemerkt (het zogeheten Shifting Baseline Syndrome). Onderstaande tijdlijn probeert het proces van vergrassing inzichtelijk te maken en te visualiseren door herkenbare landschapspunten op grotere tijdstappen (5 – 10 jaar) te volgen.
De eerste foto is van begin jaren 80 uit de vorige eeuw. De vergrassing is op dit moment al in een vergevorderd stadium aanwezig op deze locatie. In de jaren daarna is er veel ingezet op beheer en herstel van deze vergraste gebieden. Dit wordt duidelijk zichtbaar op de foto uit 1993 waarin struikheide veelvuldig aanwezig is. Echter vrij direct hierna treedt, ondanks het continue gevoerde beheer, vergrassing weer op. In een periode van 10 jaar komt het terrein weer in een situatie welke al behoorlijk vergelijkbaar is met 1983. Waarbij de struikheide weer weggeconcurreerd wordt door grassen (overwegend pijpenstrootje).
NB1
Een goede heidevegetatie bestaat uit veel meer dan alleen de aanwezigheid van struikheide. Echter vergrassing is een proces welke op landschapsschaal doorwerkt en daarmee ook vooral als een structuurverandering zichtbaar is. Daarmee is het beeld van gras vs struikheide een bruikbare, met de nuance dat alleen struikheide ook zeker niet het eindbeeld van kwalitatief goede heidegebieden is (ook wel bekend als vvv-heide).
NB2
In de jaren 80/90 werd beheer vaak grootschalig uitgevoerd, door middel van voortschrijdend inzicht is duidelijk geworden dat de kwaliteit van een heideterrein niet met dergelijke grootschalige ingrepen is gebaat. Een kleinschaligere vorm van beheer is noodzakelijk voor een betere kwaliteit van deze gebieden, echter door deze kleinschaligheid wordt het proces van vergrassing weer mogelijk.


Andere types
Drukfactoren van XXXX:
- xxxxx
- xxxxx
- xxxxx
xcvzxcvxcvxcv