Belang van ruimtelijke gradiënten voor insecten van laagveengebieden
OBN Veldwerkplaats over het belang van ruimtelijke gradiënten voor insecten van laagveengebieden
Fosfaattoevoeging heide
Plaggen van heidebodems is veel toegepast als maatregel om de accumulatie van stikstof in de bodem tegen te gaan. Het nadeel van deze maatregel is dat door verwijdering van de organische laag ook een groot deel van de aanwezige P uit het systeem verwijderd wordt.
Een beheeroptie is om plaggen te combineren met een eenmalige bemesting met P, zodanig dat de beschikbare P netto herstelt tot de oorspronkelijke waarden. In dit project is die maatregel onderzocht in een veldexperiment in Nationaal Park de Hoge Veluwe.
Biochemie en experimentele maatregelen voor het herstel van beekdalvenen
Beekdalvenen zijn moerassen die door grondwater worden gevoed en waar vroeger en/of momenteel veenvorming optreedt. Het doel van dit onderzoek is om te kijken of extra maatregelen (aanvullend op de vernatting van beekdalen) helpen bij het herstel van basenrijke kleine zeggen-slaapmos-vegetaties.
Effecten maaibeheer op kleine zeggenmoerassen in beekdalen
In diverse beekdalen in Nederland worden deze veenvormende moerasvegetaties hersteld door vernatting. Als beheermaatregel worden deze vegetaties daarna vaak gemaaid. De centrale vraag in dit OBN onderzoeksrapport is of dat nodig is. Na verbetering van de hydrologische omstandigheden zouden de vegetaties zichzelf moeten kunnen handhaven. Daarnaast is het de vraag in hoeverre maaibeheer nadelig doorwerkt op het ontstaan van microtypografie (kleinschalig reliëf).
Natuur en stikstof: doen wat moet en kan
Het adviesrapport ‘Doen wat moet én kan’ van de Ecologische Autoriteit concludeert dat het slecht gaat met de stikstofgevoelige natuur in Nederland. De overheid moet en kan nu noodmaatregelen nemen om de eigen natuurdoelen nog te halen. In dit kennisuur worden de analyses uit het rapport besproken.
Biogeochemie
In deze themapagina Biogeochemie bespreken we van de belangrijkste elementen Koolstof, Stikstof, Fosfor en Zwavel, de kringloop, hun rol in de natuur en de uitdagingen rondom deze elementen in het natuurbeheer.
Stimuleren van acrotelmontwikkeling in hoogveenrestanten
Herstel van actieve hoogveenvorming vereist stabiele waterstanden en ontwikkeling van een veenmosrijke acrotelm. Onderzoek (2017-2021) toont dat herintroductie van bultvormige veenmossen mogelijk effectief is, mits hydrologische stabiliteit en microklimaat optimaal zijn, ondanks droogte-uitdagingen.
Belang van ruimtelijke gradiënten voor insecten van laagveengebieden
Laagveenmoerassen herbergen veel karakteristieke insectensoorten, maar hun trends zijn vaak onbekend. Dit onderzoek laat zien dat gradiënten langs oppervlaktewater – overgangen tussen nat en droog, open en houtige vegetatie – cruciaal zijn voor insectenrijkdom. Gebieden met bredere gradiënten hebben rijkere en meer gespecialiseerde insectengemeenschappen.
Acrotelmontwikkeling hoogveen
Dit onderzoek richtte zich op het herstel van acrotelms in Nederlandse hoogvenen door herintroductie van bultvormende veenmossen. Belangrijkste bevindingen zijn dat bultvormers goed gedijen bij plas-dras condities met strobedekking, en dat een hoge dichtheid van introductie en hoge CO2-concentraties gunstig zijn. Het succes hangt af van hydrologische omstandigheden en concurrentie met bestaande veenmossen.
Waterhuishouding grondwatergevoede beekdalvenen
Het onderzoek richt zich op het herstel van stabiele waterstanden in grondwatergevoede beekdalvenen. Er zijn aanzienlijke uitdagingen door ontwatering en afwatering. Herstel vereist maatregelen zoals het dempen van sloten en het verminderen van maaiveldhellingen. Verdere studie is nodig voor effectieve vernatting en het aanpassen van hydrologische maatregelen.
Natuurontwikkeling Roeghoorn
In 2008 werd de waterloop van het Oostervoortschediep hersteld om natuur te versterken. Proeven met uitmijnen, verschralen en afgraven toonden aan dat uitmijnen effectief is voor het verlagen van fosfaat in droge zandgronden, maar natuurontwikkeling vergt lange termijn inzet.
Praktijkproef heideontwikkeling op voormalige landbouwgrond in het Noordenveld – Dwingelderveld
Het oppervlak aan heiden in Nederland is sterk afgenomen. Dit onderzoek (2011-2018) onderzocht methoden om heide te herstellen op voormalige landbouwgronden. Bekalking en verzuring beïnvloeden pH en nutriënten, terwijl toevoeging van heidemaaisel en -plagsel positief werkt op vegetatie en bodemleven. Actieve ingrepen zijn nodig voor snel heideherstel.
Effecten van het stoppen van maaibeheer op kleine zeggenmoerassen in beekdalen
Het onderzoek bestudeert de effecten van stoppen met maaien in vernatte beekdalvenen op vegetatiestructuur, microtopografie en biodiversiteit. Resultaten tonen aan dat niet maaien de microtopografie verbetert, maar de lichtbeperkingen en soortensamenstelling negatief beïnvloeden, vooral voor kleine zeggen-slaapmos vegetaties.
Invloeden van de boszones rond heideveentjes in het natte zandlandschap
Heideveentjes in Nederland kampen met verdroging, vermesting en faunaverlies. Boszones beïnvloeden de habitatkwaliteit door hydrologie en stikstofdepositie, met variabele effecten. Bosranden kunnen stikstof reduceren, maar ook vervuilen. Onderzoek toont dat beheer afhangt van lokale omstandigheden en verdere studie vereist is.
No regret maatregelen in relatie tot Zwarte specht
In verschillende N2000-gebieden in Nederland, zoals Noord-Brabant, Gelderland en Drenthe, is de populatie Zwarte specht te laag, wat ruimtelijke ontwikkelingen bemoeilijkt. Provincies zoeken naar maatregelen die de populatie kunnen versterken, met succes in Limburg, maar de oorzaak blijft onbekend.
Vennen in een veranderend klimaat: effecten van watertemperatuur, afgenomen verzuring en waterpeilfluctuaties
De vooruitzichten voor zwakgebufferde en zure vennen zijn verbeterd, maar organische ophoping blijft een probleem. Droogval vergroot stikstofverlies niet aantoonbaar en moet natuurlijk zijn; uitbreiding van isoetide waterplanten kan een veilig alternatief bieden.
De veenbasis: kenmerken en effecten van ontwatering, in relatie tot behoud en herstel van de Nederlandse hoogvenen
Ondanks veel hoogveenonderzoek is de rol van de veenbasis onduidelijk. Doorlatendheid kan toenemen bij uitdroging, maar effecten zijn vaak kleiner dan aantasting van bovenaf. Gebiedsgerichte inventarisatie van de veenbasis is essentieel voor herstelbeheer.
Een robuust Reestdal binnen handbereik
Het OBN Deskundigenteam Beekdallandschap onderzoekt of het Reestdal Natura2000-waardige habitats en andere belangrijke natuurwaarden bevat. Dit is nodig vanwege onzekerheid over EHS-status en natuurbeheer. Focus ligt op behoud, potenties, inrichting en beheer van unieke Nederlandse en Europese natuurwaarden.