Effectgerichte maatregelen voor het herstel en beheer van faunagemeenschappen van heideterreinen

Het rapport analyseert waarom herstel van heidefauna vaak uitblijft. Historische habitatvernietiging en verzuring en vermesting verstoren voedselkwaliteit en voedselwebben. Hoge stikstofdepositie veroorzaakt fosforlimitatie en nutriëntenonbalans, met negatieve effecten op insecten en hogere trofische niveaus. Gangbaar plagbeheer is vaak ineffectief. Duurzaam herstel vraagt landschapsherstel, behoud van organische stof, lichte bekalking en vooral bronreductie van stikstofdepositie

Effectgerichte maatregelen voor het herstel en beheer van stuifzanden

Nederland draagt een bijzondere verantwoordelijkheid voor het behoud van stuifzanden, een zeldzaam en dynamisch habitattype. Dit ecosysteem kenmerkt zich door openheid, voedselarmoede en verstuiving en herbergt gespecialiseerde, kwetsbare soorten. Effectief beheer vraagt om een heldere langetermijnvisie waarin ecologische, cultuurhistorische en gebruikswaarden worden afgewogen. Actief herstel van open zand en dynamiek is essentieel om biodiversiteitsverlies te voorkomen.

Megasuppleties en zeewaartse duinontwikkeling

De duinnatuur staat onder druk door zeespiegelstijging, erosie en toenemende ruimteclaims, vooral in smalle duingebieden. Dit OBN onderzoek verkent zeewaartse kustuitbreiding als alternatief voor traditionele kustverdediging. Op basis van 28 studiegebieden zijn ontwikkelingsschema’s en ontwerprichtlijnen opgesteld voor megasuppleties die veiligheid combineren met nieuwe kansen voor duinnatuur.

Ecologische effecten van zandsuppleties op de duinen langs de Nederlandse kust

Dit OBN onderzoek toont dat ecologische effecten van zandsuppleties in duinen vooral indirect verlopen via veranderingen in dynamiek. Overstuiving beïnvloedt bodem, vegetatie en fauna sterker dan suppletie zelf, met verschuivingen in duintypen en grotere faunavariatie. Suppletie zelf heeft nauwelijks directe impact op soortensamenstelling of habitatkwaliteit.

Effecten van suppleties op duinontwikkeling – Geomorfologie

Dit onderzoek laat zien dat grootschalige zandsuppleties langs de Nederlandse kust leiden tot een structureel hogere zandaanvoer naar de duinen. Suppleties beïnvloeden daarmee duinvorming, dynamiek en mogelijk Natura 2000-habitats. Dynamisch kustbeheer biedt kansen om kustveiligheid en natuurontwikkeling beter te combineren.

Verbinden van laagveengebieden via de Randmeerzone

Het laagveen in Nederland bestaat uit twee geïsoleerde relicten in west en noordoost. Door verlies aan verbindingen zijn populaties gescheiden. Dit onderzoek verkent kansen voor een ecologische verbindingszone via de Randmeren, met potentie voor riet, veenbossen en zoete plassen, ondanks enkele resterende knelpunten tussen beide laagveengebieden in Nederland op termijn.

Stuurfactoren voor weerbare laagveensystemen tegen uitheemse rivierkreeft

In dit onderzoek is gekeken welke mogelijkheden natuurbeheerders en waterbeheerders hebben om te werken aan een dergelijk robuust watersysteem. Er is gekeken naar vier potentiële stuurfactoren voor het vergroten van de weerbaarheid van watersystemen tegen uitheemse rivierkreeft onderzocht: (a) voedselbeschikbaarheid en nutriënten, (b) oeverstructuur, (c) predator-prooirelaties en (d) gevoeligheid van waterplanten tegen destructie. Doel van het onderzoek was om meer inzicht te krijgen in de abiotische en biotische factoren en processen die aquatische laagveensystemen minder gevoelig maken voor invasie door rivierkreeften en/of de maximale rivierkreeftenpopulatie in een systeem beperken. Het onderzoek geeft daarmee handvatten voor het herstellen van aquatische systemen.

Verlanding in laagveenpetgaten

Deze verlanding van petgaten is in veel laagveengebieden gestagneerd. Het doel van dit onderzoek was om mogelijke oorzaken te begrijpen en zo mogelijk maatregelen te bedenken om de verlanding wel weer op gang te brengen. In dit onderzoek is een aantal herstelmaatregelen ingezet om verlanding te stimuleren. Eén daarvan is de inzet van drijvende constructies.

Effecten maaibeheer op kleine zeggenmoerassen in beekdalen

In diverse beekdalen in Nederland worden deze veenvormende moerasvegetaties hersteld door vernatting. Als beheermaatregel worden deze vegetaties daarna vaak gemaaid. De centrale vraag in dit OBN onderzoeksrapport is of dat nodig is. Na verbetering van de hydrologische omstandigheden zouden de vegetaties zichzelf moeten kunnen handhaven. Daarnaast is het de vraag in hoeverre maaibeheer nadelig doorwerkt op het ontstaan van microtypografie (kleinschalig reliëf).

Hondsbossche Duinen: Kansen voor optimalisatie natuurontwikkeling middels beheer?

Cover Hondsbossche duinen Kansen voor optimalisatie natuurontwikkeling

In de Hondsbossche zeewering is in 2015 d.m.v. een grote zandsuppletie een nieuw duingebied aangelegd. Waterschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) heeft OBN gevraagd hoe de natuurontwikkeling in dit gebied geoptimaliseerd kan worden en wat het advies is voor het beheer van het gebied, gezien de omringende duingebieden en de lokale situatie.

Kustbroedvogels in Nederland

Deze brochure biedt inzicht in het inrichten en beheren van broedhabitats voor kustbroedvogels in Nederland. Gericht op terreinbeheerders en beleidsmakers, behandelt het duurzame en effectieve maatregelen voor natuurherstel, met speciale aandacht voor factoren als habitatdynamiek, predatie en menselijke verstoring.

Natuur en stikstof: doen wat moet en kan

Natuur en stikstof OBN Kennisuur

Het adviesrapport ‘Doen wat moet én kan’ van de Ecologische Autoriteit concludeert dat het slecht gaat met de stikstofgevoelige natuur in Nederland. De overheid moet en kan nu noodmaatregelen nemen om de eigen natuurdoelen nog te halen. In dit kennisuur worden de analyses uit het rapport besproken.

Eutrofiering bij natuurontwikkelingsprojecten

In laagveengebieden worden diverse natuurherstelmaatregelen toegepast, maar deze leiden niet altijd tot herstel van de aquatische natuur. Soms verslechtert zelfs de waterkwaliteit. Op basis van literatuur, data-analyse en interviews onderzoekt dit rapport de relatie tussen inrichtingsmaatregelen en waterkwaliteit. Oorzaken zijn niet eenduidig aantoonbaar, maar risicofactoren worden wel benoemd.

Kustbroedvogelbiotopen

Dit rapport biedt een overzicht van effectieve en duurzame maatregelen voor het beheer en de inrichting van broedgebieden voor kustbroedvogels. Het richt zich op het behouden van natuurlijke dynamiek, optimalisatie van waterpeil, en aanvullende maatregelen zoals predatorenbestrijding.

Handleiding dynamisering zeereep (Nl & Eng)

Deze brochure biedt beheerders praktische richtlijnen voor dynamisch beheer van de zeereepduinen. Het ondersteunt duurzame kustveiligheid, biodiversiteitsherstel en klimaatbestendigheid, met aandacht voor doelstellingen, randvoorwaarden, uitvoering en monitoring van dynamisering langs de Nederlandse kust.

Belang van ruimtelijke gradiënten voor insecten van laagveengebieden

Laagveenmoerassen herbergen veel karakteristieke insectensoorten, maar hun trends zijn vaak onbekend. Dit onderzoek laat zien dat gradiënten langs oppervlaktewater – overgangen tussen nat en droog, open en houtige vegetatie – cruciaal zijn voor insectenrijkdom. Gebieden met bredere gradiënten hebben rijkere en meer gespecialiseerde insectengemeenschappen.

Interacties waddengebied

Dit rapport onderzoekt habitat-overstijgende interacties in het Waddengebied, met focus op de ecologische connectiviteit tussen wad en schoorwaleilanden. Het benadrukt de noodzaak van gecoördineerd beheer voor ecosysteembehoud. Experimenten tonen aan dat mossel- en zeegrasvestiging gunstig zijn voor eilandstabiliteit, maar vereisen verbeterde structuren en begrip van lokale dynamiek.

Effecten van wisselbegrazing op vegetatie en fauna van duingraslanden

Begrazing is een veel toegepaste maatregel in de kustduinen. De maatregel is effectief om verruiging van (half)open duin door hoge grassen en struweel tegen te gaan. Het herstel van de biodiversiteit treedt helaas vaak slechts gedeeltelijk op. Waarschijnlijk pakt de toegepaste graasdruk voor een deel van de karakteristieke planten en diersoorten negatief uit, terwijl deze druk voor het terugdringen van verruiging noodzakelijk is. In dit onderzoek is gekeken wat het effect is van wisselbegrazing, waarbij gebieden afwisselend wel of geheel niet worden begraasd.

Ruimte voor zand

Onderzoek toont aan dat voor een functionerend kustlandschap een minimale ruimte van van minstens 1500-2200 meter duinzones nodig is voor biodiversiteit. Ontdek welke delen van de Nederlandse kust breed genoeg zijn en hoe beheer en suppletiemethoden kunnen bijdragen aan natuurherstel.

Variatie op de kwelder door beweiding

Kwelders in de Waddenzee worden traditioneel als weidegrond gebruikt. Zonder beweiding domineert Zeekweek, wat biodiversiteit vermindert. Onderzoek toont aan dat een mozaïek van intensieve beweiding, extensieve beweiding en niet-beweiden optimale biodiversiteit bevordert. Variabele beweiding, wisselend intensief en extensief, is aanbevolen.

Natuurherstel door dynamisering op de Boschplaat

In november 2017 vroeg Staatsbosbeheer advies aan voor het herstellen van dynamiek op de Boschplaat, Terschelling. Vragen gingen over verwachte vegetatieontwikkelingen, mogelijke maatregelen, effecten op de vegetatie en voorwaarden voor beheer, gebaseerd op eerdere OBN-studies en concepten.