Dit habitattype betreft de hardhoutooibossen op oeverwallen en andere hoge en droge delen van het rivierengebied waar enige aanvoer van basenrijk water optreedt en tot in de wortelzone doordringt. Het zijn rivierbegeleidende bossen met een aspect van boomsoorten met hard hout. De struiklaag en de kruidlaag zijn doorgaans soortenrijk met plaatselijk veel zeldzame bolgewassen.
Op iets vochtigere gronden komen hardhoutooibossen voor met een deels gelijke en deels afwijkende soortensamenstelling. In overeenstemming met de afbakening in België en Duitsland worden deze hardhoutooibossen ingedeeld bij habitattype H91E0.
Het relatief belang binnen Europa is groot. Het habitattype komt voor in de meeste trajecten van de grote rivieren in Europa, maar deze droge hardhoutbossen zijn overal zeldzaam en relatief gering van omvang.
Daarom zijn de Nederlandse restanten –hoewel uiterst gering van omvang– toch van enig Europees belang.
Bron: natura2000.nl