Home > Programma sessierondes Natuurcongres 2025
Programma sessierondes Natuurcongres 2025
Dinsdag 4 november 2025
Congrescentrum 1931, Den Bosch
Terugblik deelsessies
Ook benieuwd naar sessies waar je niet bij kon zijn?
Hieronder vind je de presentaties van alle sessies.Empty heading
11.15 – 12.15 uur | Sessies ronde A
A1. Deelsessie – hoofdpodium |
||
A2. Agrarische collectieven als brug tussen landbouw en natuurMarije Klever, Boerennatuur en Aard Mulders, LVVNHoe kunnen landbouw en natuur elkaar versterken in het landschap van morgen? In deze sessie verkennen we de rol van agrarische collectieven als verbindende schakel tussen voedselproductie en natuurbeheer. Boerennatuur werkt met 40 collectieven verspreid over Nederland aan agrarisch natuur- en landschapsbeheer. Dat doen we vanuit de visie dat een boer voedselproductie combineert met groenblauwe diensten en daarmee landbouw en natuur verbindt. De collectieven leveren gebiedsspecifiek maatwerk binnen de kaders die op nationaal en regionaal niveau bepaald worden. Tijdens deze workshop delen Marije Klever en Fleur Norbruis inzichten in de kansen en knelpunten.– presentatie – kort verslag | A3. Van internationale biodiversiteitsdoelen naar nationale actie: doe meeJessica Tax en Sanne Kruid, LVVNTijdens de mondiale biodiversiteitstop in 2022 werd het Global Biodiversity Framework aangenomen: een ambitieus plan om biodiversiteit wereldwijde te herstellen en te beschermen vóór 2030. Hoe staan we ervoor, en hoe kunnen we samen optrekken om de doelen te halen? In deze sessie duiken we in de internationale voortgang van de biodiversiteit doelstellingen, de zogenaamde ‘Global Review’ en de Nederlandse bijdrage daaraan. Ontdek hoe jouw organisatie hieraan kan bijdragen in de aanloop naar de volgende VN-biodiversiteitstop in 2026.– Presentatie – kort verslag | A4. Voedselkwaliteit van plantenJoost Vogels, Stichting BargerveenHoge stikstofdepositie en bodemverzuring veranderen de bodemchemie en daarmee ook de kwaliteit van planten. Stikstof neemt in de plant toe en andere elementen nemen af. In het verleden heeft dit vaak geleid tot plaaguitbraken van insecten, maar dit effect lijkt tegenwoordig vaak juist steeds meer omgekeerd te zijn. We beginnen steeds beter te begrijpen hoe deze ogenschijnlijk tegenstrijdige effecten op kunnen treden als gevolg van hetzelfde proces. Een sleutelrol zit in het begrijpen hoe verhoudingen van elementen in de plant en de hoeveelheid antivraatstoffen de voedselkwaliteit van planten beïnvloedt. Joost Vogels doet uit de doeken hoe deze processen werken en schetst ook wat de consequenties daarvan zijn voor herstelbeheer.– Presentatie |
A5. Herstel overstromingsvlaktes (missing link in natuurherstel riviergebieden) Marijn Nijssen, Stichting Bargerveen, Alexander Klink, Adviesbureau Klink en John Rocks, Provincie GelderlandWaar in uiterwaarden hoogwater langer wordt vastgehouden, ontstaan unieke levensgemeenschappen met zeldzame diersoorten en een grote hoeveelheid voedsel voor soorten van de Vogel- en Habitatrichtlijn. Bovendien is waterberging belangrijk in het kader van klimaatverandering. Desondanks zijn er in de praktijk vaak obstakels om deze waardevolle natte overstromingsvlaktes verder te ontwikkelen: zowel (angst voor) mogelijke overlast en onveiligheid, als conflicterende doelen vanuit andere beleidsopgaven zoals andere natuurdoelen, hoogwaterveiligheid en landbouw. Wat is er nodig om de ontwikkeling van natte overstromingsvlaktes wél voor elkaar te krijgen? | A6. Herintroductie van waterdieren: een haalbare kaart?Ralf Verdonschot, Wageningen Environmental Research, Bart Brugmans, Waterschap Aa en Maas, en Leon van Kouwen HAS green academyIn de afgelopen jaren is er hard gewerkt aan beekherstel. Veel projecten hebben het landschap ogenschijnlijk natuurlijker gemaakt. Toch blijft de terugkeer van kenmerkende beekfauna vaak uit. Hoe komt dat? En kunnen we dit keren door soorten actief te herintroduceren? Hoe verhoudt dit zich tot de doelen van de Kaderrichtlijn Water? In deze workshop duiken we in dit onderwerp en gaan met elkaar in gesprek over de kansen, dilemma’s en randvoorwaarden van herintroductie als herstelstrategie.– Presentatie – kort verslag | A7. Stimuleren jonge verlanding tot trilveen: Biobouwers en vraatSuzanne Kanters, Witteveen+Bos en Rob van de HaterdTrilvenen in Nederland staan onder druk. Bestaande trilvenen gaan (versneld) door in successie naar veenmosrietlanden. Nieuwvorming komt, ondanks inspanningen van veel beheerders, niet of nauwelijks op gang terwijl dat voor de lange termijn wel noodzakelijk is om het habitattype te behouden. In OBN-onderzoek is een aantal maatregelen onderzocht om jonge mesotrofe verlanding te stimuleren waar uiteindelijk trilveen uit kan ontstaan. Het gaat dan om het inbrengen van biobouwers en het voorkomen van vraat door watervogels en rivierkreeften. De resultaten worden tijdens deze bijeenkomst gepresenteerd en samen met beheerders wordt bekeken hoe en waar je deze maatregelen zou kunnen inzetten.– Presentatie – kort verslag |
A8. Slim Monitoren: Zijn nieuwe technieken al veldklaar?Margje Voeten en Ellen Weerman, HAS green academyInnovatieve (bio)monitoringtechnieken zoals automatische beeldherkenning en eDNA kunnen onderzoek sneller en makkelijker maken. Maar hoe praktijkproof zijn deze technieken al? Na een korte inleiding gaan we in kleine groepen in gesprek over de kansen en knelpunten van deze innovaties. Wat zijn de voor- en nadelen, en wat houdt organisaties tegen om ze toe te passen? Vanuit het HBO praktijkonderzoek willen we samen verkennen hoe deze technieken beter in de praktijk ingezet kunnen worden.– Presentatie – kort verslag | A9. Samenwerken aan systeemherstel rond Natura 2000 gebiedenRichard Rozemeijer, Povincie ZeelandBinnen Programma Natuur (PN) ligt in de 2e fase (2024-2030) de focus meer op systeemherstel en maatregelen daarvoor buiten de begrensde Natura 2000-gebieden. We richten ons daarbij op het leren van en tussen deze bredere gebiedsprocessen. Richard vertelt over de manier waarop samenwerkingsprocessen daartoe worden ingericht en georganiseerd. Dat gebeurt middels de Zeeuwse integrale gebiedenaanpak, participatief, gericht op sociale innovatie en inzet van het instrument en gedachtegoed van ontwerpend onderzoeken. Hij gaat in op de intensieve processen voor de stikstofgevoelige Natura-2000 gebieden De Manteling en kop van Schouwen. De identiteit van het gebied, de samenwerking tussen de diverse betrokken overheden en andere gebiedspartners evenals een sterk relatienetwerk van streekholders vormen daar de basis van. In deze interactieve sessie verbinden we de ervaringen en inzichten met aanpakken die elders worden ontwikkeld.–Presentatie – kort verslag | A10. Basiskwaliteit voor Natuur én Mens: naar een uitnodigend landschapAngelique Vermeulen, Collectief Natuurinclusief en Paul van der Eerden, LVVNIn deze interactieve workshop verkennen we het nieuwe concept Basiskwaliteit Recreatie als aanvulling op Basiskwaliteit Natuur BKN). We gaan in gesprek over de minimale voorwaarden die nodig zijn om mensen op een aantrekkelijke, toegankelijke én natuurinclusieve manier te laten recreëren—juist buiten de klassieke natuurgebieden. Want terwijl natuurgebieden steeds drukker worden en de ruimte voor recreatie onder druk staat, ontstaat er behoefte aan een meer doordachte, gezamenlijke aanpak. Wat maakt een landschap uitnodigend? Hoe kun je, bij het realiseren van BKN, direct een koppeling maken met recreatie? We nodigen we je uit om mee te denken over recreatie en natuur in balans.–Presentatie – kort verslag |
A11. Nieuwsgierig naar de toekomst van Natuurdoelanalyses?Sander van Dijk, IPO en Susanne Kuijpers, LVVNVoor de volgende cycli Natuurdoelanalyses (NDA’s) wordt een actualisatie van de handreiking gemaakt. Doe mee aan deze interactieve workshop Natuurdoelanalyses en ga samen met IPO en LVVN in gesprek over de nieuwe handreiking en de rol van NDA’s voor natuurbeleid en -beheer.Hoe ziet het cyclische proces NDA’s eruit in relatie tot het proces van Natura 2000-beheerplannen? En hoe ziet het vervolgproces handreiking NDA’s eruit op basis van opgedane ervaringen uit de eerste ronde? Daarbij horen we ook graag jouw inzichten. –Presentatie – kort verslag | A12. Sterker met Natuur – Word deel van het verbindende verhaal!Marieke Ellenbroek en Luc Adolfse, IPOBen jij professional in natuurherstel en wil je meer draagvlak en begrip voor maatregelen? Een goed verhaal heeft de kracht om te verbinden. In deze interactieve workshop ga je met andere natuurpartners in gesprek over de verschillende perspectieven die we tegenkomen. En over wat nodig is voor zo’n verbindend verhaal dat ons allemaal samenbrengt. We introduceren de Sterker Met Natuur campagne, inspireren elkaar met onze ideeën en verkennen de kansen om elkaar vanuit onze deskundigheid te versterken. Laat je meenemen in een verbindend verhaal dat mensen én natuur dichter bij elkaar brengt. Want alleen samen staan we sterk voor een gezonde, veerkrachtige natuur.– Presentatie – kort verslag | |
13.30 – 14.30 uur | Sessies ronde B
B1. Deelsessie – hoofdpodium |
||
B2. Natuurherstelverordening-tour door NederlandPeter Legters LVVNSinds 2024 is de Europese Natuurherstelverordening (NHV) van kracht. Deze wet draagt bij aan herstel en bescherming van Europese natuur en ecosystemen, versterkt de weerbaarheid tegen klimaatverandering en bodemuitputting, en helpt bij de naleving van internationale afspraken zoals het VN-Biodiversiteitsverdrag. Het NHV-team is in het najaar van 2025 in gesprek gegaan met provincies, gemeenten en waterschappen. In deze sessie word je bijgepraat over de inhoud en het proces van de verordening. Er wordt een overzicht gegeven van de totstandkoming van de NHV, het doel van de wet en waarop zij is opgebouwd. Ook wordt toegelicht samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties vorm gegeven wordt aan de uitvoering. NHV biedt zowel juridisch als praktisch richting aan toekomstgericht natuurherstel.–Presentatie | B3. Klimaatadaptatie en natuurherstel: waar biedt natuur oplossingen voor klimaatverandering?Allard van Leerdam, Staatsbosbeheer en Bart Zwiers, NatuurmonumentenKlimaatverandering is van invloed op natuurherstel, aan de andere kant kan natuurherstel een belangrijke bijdrage leveren om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen. Allard gaat in op de uitdagingen die klimaatverandering oproept in het natuurbeheer. Hoe kun je daarop inspelen ín en rondom een natuurgebied. Komt dat ook op gang? Wat zijn de consequenties voor natuurdoelen?Bart gaat in op de praktijk van klimaatbuffers (De Onlanden) van inrichting tot beheer en de relatie met natuurwaarden, het spanningsveld van water bufferen v.s. natuurkwaliteit en de mogelijkheden voor andere functies in het gebied, als recreatie en ondernemen. In een interactief gesprek verkennen we de twee sporen; hoe de natuur kan worden versterkt en waar natuur oplossingen kan bieden. Wat is er vanuit beleid en uitvoering nodig om deze uitdagingen meer gezamenlijk op te pakken. – Presentatie Allard van Leerdam – Presentatie Bart Zwiers – kort verslag | B4. Bos op voormalige landbouwgrondLeon van den Berg, Bosgroep ZuidOp veel plaatsen wordt gekeken naar de mogelijkheden voor de ontwikkeling van nieuw bos op voormalige landbouwgrond. Soms omwille van de biodiversiteit, soms om koolstof vast te leggen of om een natuurbuffer te creëren tussen landbouw en natuur. Allemaal legitieme redenen, maar hoe zorg je er voor dat je ook daadwerkelijk die specifieke doelen gaat behalen? Welke knoppen heb je als beheerder of beleidsmaker om aan te draaien om het nieuwe bos de gewenste richting op te krijgen? In deze sessie verkennen we samen de mogelijkheden.– Presentatie – kort verslag |
B5. Ecosysteemherstel in akkerbouw gebieden; welke maatregelen zijn nodig?Annemarie Dekker, CLM Onderzoek en Advies en Koen Verhoogt, De VlinderstichtingHoe kunnen we biodiversiteit versterken in het akkerbouwgebieden? In deze sessie geeft Annemarie een overzicht van recent onderzoek en laat zij zien welke maatregelen genomen kunnen worden met behulp van een speciaal ontwikkelde tool. Ook gaat zij in op welke uitdagingen er spelen in het landelijk gebied en op de wettelijke eisen die daaraan gesteld worden vanuit onder andere de Nationale Natuurherstelverordening. Vervolgens presenteert Koen een praktijkvoorbeeld dat als startpunt dient voor een gezamenlijke discussie over biodiversiteitsmaatregelen in het landelijk gebied.– Presentatie – kort verslag | B6. Bevloeiing als maatregel om trilvenen te herstellenGijs van Dijk, Onderzoekcentrum B-Ware en Casper Cusell, Witteveen+BosBevloeiing met voedselarm en basenrijk oppervlaktewater kan vermoedelijk een herstelmaatregel zijn voor basenrijke trilvenen (H7140A) en basenrijke vormen van veenmosrietlanden (H7140B). Deze habitattypen van laagveengebieden staan onder druk door een slechte waterkwaliteit, verdroging en stikstofdepositie. Dit jaar is een groot onderzoek in Wieden/Weerribben, Rottige Meente, Naardermeer, Oostelijke Vechtplassen en Nieuwkoopse plassen afgerond naar de effecten van bevloeiing in laagveengebieden. Het blijkt dat het een kansrijke maatregel is om deze habitattypen in stand te houden en de dominantie van veenmossen (versnelde successie) tegen te gaan, ofwel terug te zetten. Tijdens deze workshop presenteren we de onderzoeksresultaten en bespreken we met beheerders en beleidmakers de (haalbaarheid van de) praktische handvatten uit het onderzoek.– Presentatie – kort verslag | B7. Zeewaartse uitbreiding en natuurontwikkeling. Gaat dat samen?Bas Arens, Arens Bureau voor Strand- en Duinonderzoek,Martijn Antheunisse, KWR enHet duinlandschap staat onder druk. Kusterosie, stikstofuitstoot, verzuring, verruiging en de groeiende behoefte aan ruimte voor menselijke activiteiten leggen een steeds grotere druk op het duinlandschap en beperken mogelijkheden voor een natuurlijke ontwikkeling. In smalle duingebieden is de speelruimte voor natuurlijke ontwikkeling nu al minimaal. In de toekomst, zullen duingebieden door zeespiegelstijging onder nog meer druk komen te staan. |
B8. Monitoring systeemherstelMarijn Nijssen, Stichting Bargerveen en Anouk Heidotting en Rick van Hoeij, BIJ12Hoe weet je als beleidsmaker of beheerder of het systeemherstel is gelukt? Wat moet je daarvoor monitoren? Een ingewikkelde vraag, maar de onlangs verschenen Handreiking Monitoring Omgevingscondities geeft daar in veel gevallen een antwoord op. Dit nieuwe product is ontwikkeld door het Verbeterprogramma VHR-monitoring. De Handreiking is samen met voortouwnemers gemaakt en moet helpen bij het opstellen van monitoringsplannen voor omgevingscondities. We nemen je graag mee in het ontstaan en gebruik van dit product. Nieuwe input nemen we mee in de doorontwikkeling van de Handreiking. En willen graag weten waar we jullie bij kunnen ondersteunen!– Presentatie | B9. Wordt praktijk- en ervaringskennis voldoende betrokken bij het werken aan natuurherstel?Tetje Falentijn, LandschappenNL, John van Duursen, Buitenbussies en Jochem Sloothaak, Brabants LandschapPraktijk- en ervaringskennis vanuit de natuurbeheerpraktijk is van grote waarde voor beleidsontwikkeling en -bijsturing. Tegelijkertijd blijkt het niet eenvoudig om beleid en beheeradviezen goed te laten aansluiten op de weerbarstige praktijk, waarin gedetailleerde natuurkennis en lokaal maatwerk vaak leidend zijn. Hoewel we de waarde van praktijkkennis en ervaring onderkennen, lijkt er nog onvoldoende ruimte voor praktijkleren en terugkoppelen.Welke kansen zijn er om beleid en beheeradviezen beter te laten landen in de praktijk? Wat kan beleid leren van de uitvoeringspraktijk? En welke thema´s uit dit gesprek kan de lerende samenwerking Programma Natuur verder oppakken? Vanuit concrete ervaringen gaan we hierover in een interactieve sessie in gesprek. Tetje en Jochem nemen ons mee in enkele voorbeelden, waarna we samen met experts en deelnemers reflecteren op de thema’s en randvoorwaarden die praktijk- en ervaringskennis effectiever kunnen maken voor natuurherstel. – Presentatie – kort verslag | B10. Samenwerken aan groenblauwe dooradering in Regio FoodvalleyAndrea Swenne, Waterschap Vallei en VeluweHydrologisch herstel is één van de belangrijke factoren voor systeemherstel van natuurgebieden, waarop in de tweede fase van Programma Natuur wordt ingezet. In de Regio Foodvalley werken regiogemeenten en Waterschap Vallei en Veluwe proactief en gebiedsgericht aan natuurherstel, klimaat, gezonde leefomgeving, en water en bodem. Onderdeel van hun gezamenlijke koers is de ambitie om 10% groenblauwe dooradering te realiseren voor 2050. Hoe pak je deze ambitie voor systeemherstel in samenhang met de andere opgaven op? En hoe werk je hierin goed samen met alle gebiedspartijen?Andrea neemt u mee in de samenwerking binnen de Regio Foodvalley.– Presentatie – kort verslag |
B11. Excursie Natura-2000 gebied MoerputtenOntdek samen met excursieleider Arno de Moerputten: een bijzonder natuurgebied bij ’s-Hertogenbosch, gevormd door eeuwenlange invloed van Dommel, Aa en Maas. Het natte, open landschap met grondwaterafhankelijke hooilanden en sloten met kranswieren, modderkruipers en bittervoorn, staat onder druk. Maar er wordt hard gewerkt aan herstel. Tijdens de excursie zien we hoe dit gebeurt: met waterberging, de aanleg van nieuwe natuur, hydrologisch herstel en een gebiedsgerichte aanpak om de waterhuishouding en ecologische verbindingen te verbeteren. Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten spelen hierbij een belangrijke rol. | B12. Nature Credits – op weg naar natuurpositieve resultatenPaul van der Eerden, Ate Bremmer, LVVN, en Marjolein Sterk, AchmeaOp 7 juli jl. publiceerde de Europese Commissie de Roadmap towards nature credits. Nature credits zijn verhandelbare eenheden die een meetbaar en gecertificeerd natuurpositief resultaat vertegenwoordigen. Maar wat is dat precies: een natuurpositief resultaat? In deze sessie staan we stil bij het begrip ‘natuurpositief’ en waarom dit een essentiële positie inneemt binnen de routekaart van de Commissie. Ontdek hoe het realiseren van natuurpositieve resultaten ook centraal staat binnen andere initiatieven, zoals Basiskwaliteit Natuur en het Britse Biodiversity Net Gain – en in welk opzicht nature credits daar een waardevolle aanvulling op zou kunnen zijn.– Presentatie – kort verslag | |
15.00 – 16.00 uur | Sessies ronde C
C1. Deelsessie – hoofdpodium |
||
C2. Vogel- en Habitatrichtlijn – Wat leren we uit de recente rapportage?Annemiek Adams en Johan Diepstraten (LVVN)Elke zes jaar rapporteert Nederland aan de Europese Commissie over de uitvoering van de Vogel- en Habitatrichtlijn. Recentelijk zijn de nieuwste rapportages ingediend. In deze sessie hoor je hoe deze tot stand zijn gekomen, wat de belangrijkste uitkomsten zijn en hoe de resultaten gebruikt worden. Benieuwd naar de gerapporteerde staat van instandhouding van de wolf, actieve hoogvenen of de groenknolorchis? Of naar de trends van akker- en moerasvogels? Annemiek Adams en Johan Diepstraten nemen je mee in de feiten, inzichten en betekenis van deze rapportages voor natuurbeleid en -beheer.– Presentatie – kort verslag | C3. Natuur en landbouw verbonden: Natuurinclusieve landbouw in de praktijkPetra van Egmond, LVVN en Theo Bakker, StaatsbosbeheerNatuurinclusieve landbouw is in ontwikkeling. Diverse partijen (boeren, onderzoekers, ministerie van LVVN, provincies, streekinitiatieven) nemen hierin een rol. Dankzij samenwerking tussen boeren, overheden, terreinbeheerders, het groene onderwijs en anderen zijn er al veel goede voorbeelden van agrarische bedrijven met een natuurinclusieve bedrijfsvoering. In deze workshop worden inspirerende praktijkvoorbeelden belicht en wordt ingegaan op de samenwerking tussen boeren en Staatsbosbeheer, waar langjarige pachtuitgifte en natuurbeheer hand in hand gaat met (omschakelende) natuurinclusieve boeren.– Presentatie – kort verslag | |
C5. Hoe verbinden we de biodiversiteit in het landschap?Michiel Wallis de Vries, De Vlinderstichting en Harm Kossen, Natuurrijk Limburg en panel met provincie en gemeenteEen belangrijke opgave voor het Natuurnetwerk Nederland is het verbinden van de biodiversiteit op landschapsschaal. Aan de hand van praktijkervaringen uit het Heuvelland bespreken we in deze workshop de ecologische randvoorwaarden voor effectieve verbindingen en hoe deze verbindingen tot stand kunnen worden gebracht.Ook gaan we in op de tools die in ontwikkeling zijn om dit te ondersteunen en de benodigde samenwerking tussen partijen. De sessie richt zich op het gezamenlijk realiseren van robuuste, biodiverse landschappen. – Presentatie | C6. Achteruitgang van kenmerkende fauna in vennen.Hein van Kleef, Stichting Bargerveen en Hilde Thomassen en Emiel Brouwer van B-wareDe idyllische vennen van het Nederlandse landschap spreken al meer dan 100 jaar tot de verbeelding van natuurliefhebbers. Zij waren één van de eerste ecosystemen waarvoor binnen EGM, voorloper van het OBN, herstelmaatregelen werden ontworpen om de effecten van verzuring en eutrofiëring tegen te gaan. Sinds eind vorige eeuw zijn in veel vennen herstelmaatregelen genomen. Deze maatregelen bestonden uit het verwijderen van slib, plaggen van oevers, verbeteren van hydrologie en herstel van buffercapaciteit en leidden vooral in de zeer zwak- tot zwakgebufferde vennen tot langdurig herstel van biodiversiteit. Hiermee zijn de vennen echter nog niet uit de gevarenzone. Dat blijkt o.a. uit de recente afname van kenmerkende libellenfauna in de zure vennen en de opmars van exoten zoals watercrassula. Een warmer klimaat, afgenomen verzuring, toegenomen CO2-concentraties en veranderende neerslagpatronen confronteren vennenbeheerders met nieuwe uitdagingen. In deze sessie presenteren we recent en toekomstig OBN-onderzoek naar deze veranderingen en gaan we het gesprek aan over mogelijke oplossingen.– Presentatie – kort verslag | C7. Onbalans in het zandlandschapMaaike Weijers, Onderzoekcentrum B-Ware en Henk Siebel, NatuurmonumentenDe culturele en historische relatie tussen kleinschalige landbouw en het heidelandschap is op veel plekken verdwenen. Door veranderd landgebruik is natuur in het zandlandschap beperkt tot (kleine) oppervlaktes op van nature relatief zure en voedselarme gronden die niet geschikt waren voor landbouw. De overgebleven arme gronden staan verder onder druk door de doorgaande verzurende- en vermestende depositie. Hierdoor zijn veel soorten verdwenen uit het zandlandschap, en gaat het verlies aan soorten ook nu nog door. In deze sessie bespreken we welke maatregelen genomen kunnen worden om de gradiënten die bij een goed functionerend zandlandschap horen, terug te brengen. Dat kan zowel door in bestaande natuur bufferstoffen zoals (schelpen)kalk of steenmeel toe te dienen, als door op landschapsschaal de connectie tussen voedselarm en voedselrijk te herstellen. Wat mag je van deze maatregelen verwachten, en welke afwegingen kun je als beleidsmaker of beheerder maken?– Presentatie – kort verslag |
C8. Beekdalvenen: op weg naar een glorierijke toekomst?Rudy van Diggelen, Universiteit Antwerpen en Judith Bosman, Staatsbosbeheer Drentse AaGrondwater-gevoede (beekdal)venen zijn weer helemaal terug van weggeweest, mede door de ecosysteemdiensten die ze leveren, zoals waterberging en koolstofopslag. Tegelijkertijd worden ze meer dan ooit bedreigd door maatschappelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied. Ervaringen met grote en kleine natuurherstelprojecten laten zien dat er veel mogelijk is binnen een gebied. Tegelijkertijd zijn de randvoorwaarden vanuit de omgeving nog verre van optimaal voor veenontwikkeling. In deze workshop bespreken we met elkaar welke kansen er liggen en hoe we op allerlei uitdagingen kunnen reageren om die glorierijke toekomst daadwerkelijk te realiseren.– Presentatie Rudy van Diggelen – Presentatie Judith Bosman | C9. Bedreigde paddenstoelen geven kleur aan oude duingraslandenEmiel Brouwers en Eva Remke, Onderzoekcentrum B-WareDuingraslanden hebben een soortenrijke vegetatie. Gedurende de successie maken kortlevende soorten plaats voor langlevende soorten met complexe interacties met het bodemleven. In een OBN-onderzoek is bekeken hoe lang dit proces doorgaat en hoe soortenrijk zo’n grasland wordt. In deze presentatie ligt de nadruk op de aanwezigheid van bedreigde paddenstoelen van oude graslanden, die waarschijnlijk een belangrijke rol vervullen in de ondergrondse soortrelaties.– Presentatie | C10. LESA: Samen bouwen aan systeeminzichtRenske Lambert, BIJ12 en Willemijn Smal, Ecologische AutoriteitEen Landschapsecologische Systeemanalyse (LESA) helpt voor dieper inzicht in een (natuur)gebied. In deze interactieve workshop gaan we in op de functie van LESA’s als middel voor effectief beleid en beheer. Zo vormt een LESA het ‘motorblok’ van een natuurdoelanalyse. Ook vertellen we over de Community of Practice LESA, opgezet vanuit de lerende samenwerking Programma Natuur, waarin partners als LVVN, Ecologische Autoriteit, BIJ12, beheerders en groene bureaus samen werken en leren op LESA’s. We nodigen je van harte uit om mee te denken en jouw ervaringen en perspectief in te brengen.– Presentatie Renske Lambert – Presentatie Willemijn Smal – kort verslag |
C11. Gebiedsdynamiek en omgevingsmanagement natuurherstel- omgaan met polarisatieJori Wolf en Hans-Erik Kuypers, StaatsbosbeheerNatuurherstel raakt aan uiteenlopende belangen en roept soms spanningen op. In deze interactieve workshop verkennen we met Jori en Hans-Erik aan de hand van praktijkervaringen hoe verschillende perspectieven en verhalen kunnen worden verbonden om polarisatie en wij-zij dynamiek te overbruggen of te voorkomen. Hoe ga je daarbij om met de ongrijpbare en onvoorspelbare dynamiek rond natuurherstel en kun je toch concrete stappen zetten?Wat zijn dan essentiële inhoudelijke en relationele principes en wat betrokken partijen nodig hebben om samen te werken aan natuurherstel in een dynamische omgeving? – Presentatie – kort verslag | C12. Kansen voor fauna: Kijken door de ogen van de natuurHenk Siepel, Radboud UniversiteitFauna wordt in natuurbeheer steeds vaker als functioneel onderdeel gezien van het ecosysteem, niet als vanzelfsprekendheid of als kers op de taart bij beheer van vegetatie en bodemkwaliteit. Toch valt er voor fauna in natuurbeheer nog veel winst te behalen. Tijdens deze presentatie gaan beheerders inspireren: welke kansen voor de fauna kunnen in jouw gebied beter benut worden? En zijn bedreigingen in een vroeg stadium te signaleren? Hiervoor stellen we eerst het dier centraal: wat bepaalt hun kwetsbaarheid of tolerantie voor veranderingen in hun leefomgeving? Daarna wordt deze kennis vertaald naar de praktijk van beheer- en herstelmaatregelen.– Presentatie – kort verslag | |