Vervolgmonitoring 2025/OBN-2024-44-BE
Natte, basenminnende schraallanden in beekdalen behoren tot de meest soortenrijke, maar ook kwetsbare ecosystemen van Nederland. Sinds de jaren tachtig vormt verzuring een belangrijk knelpunt, veroorzaakt door verminderde grondwatertoevoer en historisch hoge verzurende depositie. Herstelmaatregelen zoals plaggen en hydrologisch herstel hebben op veel plekken geleid tot terugkeer van basenminnende vegetaties, maar vervolgmonitoring laat zien dat dit herstel niet altijd duurzaam is.
Dit onderzoek beschrijft de resultaten van langdurige monitoring (1989–2024) in drie beekdalsystemen: Stroothuizen, Punthuizen en Lemselermaten. De focus ligt op de samenhang tussen organische stof, basenvoorraad, basenverzadiging en vegetatieontwikkeling. Daarbij is niet alleen gekeken naar de toestand van de bodem (zoals pH), maar vooral naar de onderliggende processen, zoals aanvoer en uitloging van basen en de opbouw en afbraak van organische stof.
De resultaten laten zien dat de zuur-basenhuishouding in natte schraallanden sterk dynamisch is en per locatie en periode verschilt. In de eerste jaren na plaggen blijft de basenverzadiging vaak hoog, vooral wanneer er voldoende toestroming is van basenrijk grondwater. Naarmate organische stof zich ophoopt, neemt de behoefte aan basen toe. Als de grondwatertoevoer daarbij achterblijft, daalt de basenverzadiging en kan opnieuw verzuring optreden.
Grondwaterdynamiek blijkt daarmee een sleutelrol te spelen. Diepe grondwaterstanden in droge zomers vergroten het risico op uitloging en interne verzuring, terwijl extreem natte perioden kunnen leiden tot sulfidevorming, interne eutrofiëring en schade aan vegetatie. Hoewel de potentiële verzuringscapaciteit door sulfiden kleiner is dan de aanwezige buffercapaciteit, blijft verlies van basen door onvoldoende grondwatertoevoer de grootste bedreiging.
Het onderzoek onderstreept dat duurzaam behoud en herstel van basenrijke schraallanden vraagt om hydrologisch herstel in samenhang met bodembeheer én om langdurige, procesgerichte monitoring.
Dit vervolgmonitoringsrapport heeft betrekking op het OBN-onderzoek “Effectgerichte maatregelen tegen verdroging, verzuring en stikstofdepositie in beekdalen (Twente) en natte duinvalleien in het Renodunaal District (Goeree-Overflakee)” (rapport nr EC-LNV nr. 2004/280-O).