Wateraanvoer als mogelijke maatregel voor herstel en versterking van standplaatscondities
Rapportnummer OBN-2017-85-LZ
Dit onderzoek richt zich op het behoud en herstel van hoogveenbossen, oftewel berkenbroekbossen, in de laagveenregio van West-Nederland. Deze bossen zijn zeldzaam in Europa en worden bedreigd door verdroging, eutrofiering en klimaatverandering. Het onderzoek had als doel te bepalen in hoeverre wateraanvoer kan bijdragen aan het behoud van een nat, basenarm hoogveenbosmilieu.
Als referentiegebied werd het natte berkenbroekbos in het Naardermeer onderzocht, terwijl vier locaties in het drogere De Wieden als testgebieden dienden. De studie bestond uit literatuuronderzoek, modelsimulaties en een meerjarige veldstudie naar vegetatie, waterregimes en waterkwaliteit. In De Wieden werd een experiment uitgevoerd met wateraanvoersloten.
Uit de literatuurstudie bleek dat er sinds 2000 weinig onderzoek is gedaan naar dit bostype en dat Nederlandse hoogveenbossen een uniek karakter hebben. Modelsimulaties toonden aan dat de bodemopbouw cruciaal is voor de effectiviteit van wateraanvoer. In het Naardermeer voorkomt een slecht-doorlatende laag snelle wegzijging, terwijl in De Wieden de doorlatende veenlaag zorgt voor een veel grotere waterinfiltratie en snellere verdroging in droge zomers.
De experimenten met wateraanvoersloten in De Wieden lieten zien dat deze in de zomerperiode leiden tot een hogere en stabielere grondwaterstand tot 15-20 meter van de sloot. In de winter werden de slootjes afgesloten met stuwtjes om waterverlies te beperken. De waterkwaliteit van beide gebieden was vergelijkbaar (basenarm en zwak gebufferd), maar De Wieden had hogere fosfaat- en ammoniumgehaltes, wat wijst op verdroging en uitloging.
Aanbevelingen
Aanbevolen wordt om het beheer van de huidige stuwtjes in De Wieden in de aanvoerslootjes voort te zetten om in het natte winterhalfjaar (laag boezempeil) het neerslagwater zo veel mogelijk vast te houden in het terrein. Zodra het winterpeil op enig moment (bijv. vervroegd) wordt ingesteld moeten de stuwtjes ook worden afgesloten. In aansluiting daarop zou dan over een 1 à 2 jaar de monitoring op tenminste twee van de vier transecten kunnen worden herhaald om de mate van indringing van aanvoerwater verder op te volgen. Daarnaast zou aanvullend een Berkenbroek-standplaats in een regionale kwelgebied in het onderzoek kunnen worden meegenomen.
De laatste onderzoeken, bijeenkomsten en actuele thema’s
Coördinatie van OBN Natuurkennis door VBNE. Financiering door Ministerie van LVVN, Bij12 en de Europese Unie.
Heb je een vraag? Onze deskundigen
geven je graag advies op maat.
Neem contact op met
Geert van Duinhoven
g.vanduinhoven@vbne.nl
06 225 301 25