Op allerlei fronten wordt nagedacht over de inrichting van N2000-overgangsgebieden. Daarbij is een zoektocht gestart naar (een combinatie van) maatregelen die geschikt zijn om negatieve effecten van landbouw op stikstofgevoelige N2000-gebieden te reduceren. Tegelijkertijd wordt de ambitie uitgesproken om de biodiversiteit in overgangsgebieden zelf te bedienen.
Voor overgangsgebieden die voornamelijk bestaan uit akkerbouw lijkt ‘braakliggend bouwland’ in potentie een zeer waardevolle maatregel, omdat tegelijkertijd verschillende doelen worden bediend:
Voordat men braakliggend bouwland in Nederland kan inzetten als maatregel in overgangsgebieden (en daar buiten!) dient te worden onderzocht welke varianten van braakliggend bouwland inpasbaar zijn in de huidige landbouwcontext, welke kosten daar mee zijn gemoeid zijn en wat deze varianten opleveren op bovengenoemde doelen.
De te ontwikkelen inzichten zijn relevant voor alle actoren die betrokken zijn bij het vormgeven van overgangsgebieden en/of zich bezighouden met het herstel van biodiversiteit in akkergebieden. De maatregel braakliggend bouwland sluit aan op een aanzienlijk deel van de knelpunten zoals genoemd in het Ecologische Assessment, waaronder; afname areaal en versnippering, nutriëntenonbalans, waterbeschikbaarheid en verdroging, ontbreken van overgangen. Dit onderzoek sluit aan op het Uitvoeringsprogramma Natuur, gezien de potentiële winst wat betreft het reduceren van drukfactoren op natuurgebieden en grote potentiële meerwaarde voor fauna uit natuurgebieden en aan akkerbouw verbonden soorten.