OBN 2000-8
Herstel van de basentoestand in natte schraalgraslanden blijft in sommige gebieden uit, ondanks gerichte herstelmaatregelen. In acht referentiegebieden is onderzocht welke processen hieraan ten grondslag liggen. In het veld zijn gedurende een jaar de basenverzadiging van humushorizonten, de samenstelling van het bodemvocht en de redoxpotentiaal gemeten. Daarnaast zijn met behulp van een chemisch speciatiemodel berekende waarden gekalibreerd aan veldmetingen.
Uit het onderzoek blijkt dat reductieprocessen essentieel zijn voor het behoud of herstel van een hoge basenverzadiging. Deze processen stagneren wanneer onvoldoende ijzeroxiden in de bodem aanwezig zijn. Bodems waar herstel uitblijft, blijken oppervlakkig ontijzerd als gevolg van een omslag van een kwel- naar een infiltratiesysteem. Hierdoor zijn deze standplaatsen irreversibel verzuurd en treedt accumulatie op van slecht verteerd wortelstrooisel. In sommige situaties is een hoge basentoestand behouden gebleven door sulfaatreductie. Naast het ijzergehalte en de redoxcondities blijkt de basenverzadiging vooral afhankelijk van de aard van de organische stof en nauwelijks van de basenrijkdom van het grondwater. Op basis van deze bevindingen worden aanbevelingen gedaan voor herstelmaatregelen in de praktijk.