Krulzuring en ridderzuring groeien sterk op voedselrijke bodems, vooral in raaigrasweiden en bij natte, slecht doorluchte omstandigheden. Hun diepe penwortels halen fosfaat en ammonium uit de bodem, wat hun groei bevordert. Uitgesteld maaibeheer (na 15 juni) creëert open bodem en geeft zuringen een concurrentievoordeel. Verschraling van de bodem is noodzakelijk om een divers grasland met kruiden te herstellen, zoals pinksterbloem en rode klaver. Dit kan door jarenlang maaien en afvoeren van twee tot vier snedes per jaar zonder bemesting. Bemesting met stalmest kan pas worden herstart als een stabiele gras-kruidenmix is bereikt. Hydrologie speelt ook een rol: wisselende waterstanden kunnen stikstof afvoeren en fosfaat vastleggen, maar langdurige nattigheid stimuleert zuringgroei.