OBN 2009-dk118-O
Zuid-Limburgse hellinggraslanden behoren tot de meest soortenrijke graslandtypen van Nederland, maar het areaal is in de 20e eeuw sterk gekrompen en versnipperd. Herstelbeheer sinds ~1980 (extensieve beweiding met schapen, hooien, kap van houtige opslag) leidde aanvankelijk tot kwaliteitsverbetering van kalkgrasland, maar volledig herstel bleef uit en heischraal grasland ging zelfs verder achteruit.
Dit vierjarige OBN-onderzoek (gestart 2004) bracht de oorzaken van ecologische achteruitgang voor flora én fauna in kaart.
Belangrijkste bevindingen:
Versnippering en isolatie vormen een cruciaal knelpunt: uitwisseling tussen reservaten is voor de meeste karakteristieke soorten niet mogelijk. Voor heischraal grasland speelt mogelijk auto-toxificatie: remming van nitrificatie leidt tot overmaat ammonium, wat toxisch kan zijn voor heischrale soorten.
Een tweeledige aanpak wordt aanbevolen:
(1) optimaliseren beheer binnen reservaten — met voorjaars-zomerbegrazing voor heterogene vegetatiestructuur en vermeden winterbegrazing — en
(2) vergroten en verbinden van reservaten. Experimenteel plaggen met maaisel van goed ontwikkeld heischraal grasland gaf de beste resultaten.