Home > Publicaties > Een meer natuurlijk peilbeheer: geohydrologie, ecosysteemdynamiek en Natura 2000

Een meer natuurlijk peilbeheer: geohydrologie, ecosysteemdynamiek en Natura 2000

Status: OBN - Afgerond onderzoek
Looptijd:
februari, 2008
-
februari, 2012
Uitvoerder: Witteveen+Bos, Universiteit van Amsterdam, KWR, B-Ware, Randboyd Universiteit Nijmegen

OBN 165-LZ – rapportage fase 1

Samenvatting

Het rapport “Een meer natuurlijk peilbeheer: relaties tussen geohydrologie, ecosysteemdynamiek en Natura2000” onderzoekt of fluctuerende waterstanden kunnen bijdragen aan ecologisch herstel in laagveengebieden en zeekleilandschappen. Momenteel worden waterpeilen in deze Natura 2000-gebieden sterk gereguleerd ten behoeve van landbouw, waterveiligheid en scheepvaart. Hierdoor functioneren natuurgebieden als buffersystemen met kunstmatig stabiele waterstanden, wat grote invloed heeft op biogeochemische processen, vegetatiesuccessie en habitatkwaliteit.

Een lager waterpeil in de zomer kan voordelen hebben. Minder inlaat van (mogelijk voedselrijk) oppervlaktewater kan de waterkwaliteit verbeteren, mits de interne waterkwaliteit goed is. Extra toestroom van basen-, calcium- of ijzerrijk kwelwater kan fosfaat binden en verzuring tegengaan. Tijdelijke droogval bevordert kieming van oever- en veenplanten, vergroot de vestigingszone en kan via ijzeroxidatie leiden tot extra fosfaatbinding en vermindering van toxische stoffen. Tegelijkertijd zijn er risico’s: bij slechte interne waterkwaliteit kan verlaging juist verslechtering, verzuring, veenafbraak, mineralisatie en eutrofiëring veroorzaken. Ook kunnen droogtestress, bodemdaling en negatieve effecten op fauna optreden.

Een hoger winterpeil kan verzuring tegengaan via inlaat van basenrijk water, diasporenverspreiding bevorderen en gunstig zijn voor fauna. Nadelen zijn onder meer grotere kans op nutriëntenaanvoer uit landbouwgebieden, mobilisatie van fosfaat door reductieprocessen, afname van kweldruk en mogelijke toxiciteit.

Afwisseling van hoge en lage waterstanden kan stikstof- en fosfaatconcentraties verlagen, habitatvariatie vergroten en biodiversiteit stimuleren. De effecten zijn echter sterk afhankelijk van waterkwaliteit, bodemopbouw, hydrologie en de beoogde Natura 2000-doeltypen. Voor aquatische habitattypen (zoals kranswierwateren en eutrofe meren) is waterkwaliteit doorslaggevend; peilfluctuaties zijn daar minder bepalend. Voor trilvenen en blauwgraslanden kan seizoensfluctuatie juist essentieel zijn, mits eutrofiëring wordt voorkomen.

De kernboodschap is dat een natuurlijker peilbeheer alleen kansrijk is bij voldoende goede waterkwaliteit en gebiedsspecifieke afweging van ecologische doelen, hydrologische processen en risico’s. Een regionale, maatwerkbenadering is daarbij noodzakelijk.

Lees meer

Gerelateerde activiteiten

Komende activiteiten

Helaas, geen gerelateerde activiteiten.

Afgeronde activiteiten

Helaas, geen gerelateerde activiteiten.

Nieuws

Artikel Cyclisch peilbeheer laat kleimoerassen beter functioneren