Het Nederlandse laagveengebied is van groot belang voor de subhabitattypen Trilvenen (H7140A) en Veenmosrietlanden (H7140B). Veel van deze gebieden zijn aangewezen als Natura 2000-gebied, met als doel de oppervlakte en kwaliteit van habitattypen en bijbehorende soorten te behouden of te vergroten. Echter, deze gebieden worden bedreigd door hoge atmosferische stikstofdeposities. Ondanks een daling van stikstofdeposities sinds de jaren ’80, blijven de huidige niveaus te hoog voor veel gevoelige habitattypen. Dit onderzoek richtte zich op de impact van stikstofdeposities op de kwaliteit en ontwikkeling van Overgangs- en trilvenen in Nederland, rekening houdend met factoren als hydrologie, nutriëntenhuishouding en beheer. Het onderzoek laat zien dat de verzuring van de bodem en eutrofiëring door stikstofdeposities leiden tot versnelde successie van vegetaties. Effectieve beheermaatregelen, zoals het herstel van hydrologie en bodembuffering, zijn cruciaal voor het behoud van deze waardevolle habitats, vooral onder de huidige stikstofdeposities die extra inspanningen vereisen voor natuurbeheer en herstel.