Home > Publicaties > Effecten stikstof in overgangs- en trilvenen

Effecten stikstof in overgangs- en trilvenen

Status: OBN - Afgerond onderzoek
Looptijd:
januari, 2014
-
januari, 2018
Uitvoerder: Witteveen+Bos, B-WARE, Haskoning DHV, v Hall Larenstein, UvA, RU, A&W

Samenvatting

Het Nederlandse laagveengebied is van groot belang voor de subhabitattypen Trilvenen (H7140A) en Veenmosrietlanden (H7140B). Veel van deze gebieden zijn aangewezen als Natura 2000-gebied, met als doel de oppervlakte en kwaliteit van habitattypen en bijbehorende soorten te behouden of te vergroten. Echter, deze gebieden worden bedreigd door hoge atmosferische stikstofdeposities. Ondanks een daling van stikstofdeposities sinds de jaren ’80, blijven de huidige niveaus te hoog voor veel gevoelige habitattypen. Dit onderzoek richtte zich op de impact van stikstofdeposities op de kwaliteit en ontwikkeling van Overgangs- en trilvenen in Nederland, rekening houdend met factoren als hydrologie, nutriëntenhuishouding en beheer. Het onderzoek laat zien dat de verzuring van de bodem en eutrofiëring door stikstofdeposities leiden tot versnelde successie van vegetaties. Effectieve beheermaatregelen, zoals het herstel van hydrologie en bodembuffering, zijn cruciaal voor het behoud van deze waardevolle habitats, vooral onder de huidige stikstofdeposities die extra inspanningen vereisen voor natuurbeheer en herstel.

Beheeradvies

  • Beheer gericht op het herstel van hydrologie en buffering van de bodem is essentieel.
  • Plaggen kan leiden tot een hogere grondwaterstand en gebufferde condities in de bodem, wat de successie van vegetatie terugzet naar een pionierstadium.
  • Maaibeheer is belangrijk voor de afvoer van nutriënten en het tegengaan van opslag van bomen. Zomermaaien (van juli tot september) bevordert de biomassa van de moslaag en zorgt voor een grotere afvoer van nutriënten dan maaien in de winter of herfst.
  • Het behouden of ontwikkelen van trilveen vereist dat de P-concentraties in het water voldoende laag zijn (<1 µmol/L), terwijl Ca- en HCO3-concentraties in het oppervlaktewater minimaal respectievelijk 2000 en 4000 µmol/L moeten zijn om voldoende buffering te bieden.

Gerelateerde activiteiten

Komende activiteiten

Helaas, geen gerelateerde activiteiten.

Afgeronde activiteiten

Helaas, geen gerelateerde activiteiten.

Nieuws

Helaas, geen gerelateerd nieuws.