Het rapport onderzoekt effectgerichte maatregelen tegen verzuring en eutrofiëring in droge duingebieden, veroorzaakt door verhoogde atmosferische depositie van stikstof en zuur. Deze processen hebben geleid tot een verlies aan biodiversiteit en een toename van vergrassing.
Belangrijke inzichten die zijn verkregen in dit onderzoek zijn:
De verschillen in gevoeligheid tussen het kalkrijke Renodunaal district en het kalkarme Waddendistrict.
Maatregelen zoals maaien, plaggen, begrazing en verstuiving hebben uiteenlopende effecten op bodem, vegetatie en fauna.
Langetermijneffecten van herstelmaatregelen verschillen sterk tussen duingebieden.
Het rapport concludeert dat beheermaatregelen op maat nodig zijn, afgestemd op de specifieke chemische en ecologische kenmerken van de duinen.