2008/dk069-O
Dit rapport onderzoekt de effecten van ondiep plaggen als beheersmaatregel tegen vergrassing en verruiging in duingraslanden binnen de Amsterdamse Waterleidingduinen. Duingraslanden behoren tot het prioritaire Natura 2000-habitattype ‘grijze duinen’, wat betekent dat beheerders een bijzondere verantwoordelijkheid dragen voor het behoud en herstel van deze kwetsbare ecosystemen.
Bestaande methoden zoals maaien, extensieve begrazing en chopperen blijken allemaal beperkingen te hebben. Maaien vereist frequente uitvoering, begrazing is niet overal bruikbaar waar drinkwater wordt gewonnen, en chopperen loopt vaak vast in duingraslanden met een dunne humeuze bovenlaag. Ondiep plaggen met een plagmachine werd daarom onderzocht als mogelijk goedkoper en effectiever alternatief.
Het experiment werd in najaar 2002 uitgevoerd met verwijdering van slechts vijf centimeter bodemopbouw op twee locaties: een met duinriet verruigd grasland op het Rozenwaterveld en een met zandkweek vergrast grasland in het infiltratiegebied. Na drie jaar monitoring toonde het Rozenwaterveld een sterke toename van karakteristieke duingraslandsoorten zoals duinviooltje, rolklaver en duinreigersbek, evenals een opmerkelijk herstel van de konijnenpopulatie. Rode lijst-soorten onder de dagvlinders, waaronder de kleine parelmoervlinder en bruin blauwtje, keerden terug. De blauwvleugelsprinkhaan vertoonde significant hogere dichtheden.
In het infiltratiegebied reageerde de vegetatie veel langzamer, mogelijk door lagere nutriëntenbeschikbaarheid en volledig verwijderen van de zaadbank. Toch werden hier al enkele duingraslandsoorten als zanddoddegras en kandelaartje gevonden. Ondiep plaggen blijkt een goedkoop en effectief middel voor ontwikkeling van soortenrijke duingraslanden. Dit rapport is relevant voor duinbeheerders, ecologen en beleidsmakers die werken aan het herstel van kustduinecosystemen.