Het rapport evalueert effectgerichte maatregelen (EGM) in multifunctionele bossen om negatieve milieueffecten zoals verzuring, vermesting, en verdroging tegen te gaan. De maatregelen omvatten bemesting, bekalking, en aanpassing van de bosvegetatie (noodverjonging, structuurdunning en toekomstbomendunning). Bemesting en bekalking beoogden de mineralenbalans en zuurgraad te herstellen, maar de effecten bleken beperkt en vertoonden soms ongewenste neveneffecten, zoals vegetatieverruiging en veranderingen in de bodemfauna.
Aanpassingen in de bosvegetatie leverden betere resultaten op. Noodverjonging en structuurdunning verbeterden de diversiteit in structuur en soorten, wat positief bijdroeg aan biodiversiteit en ecosysteemfuncties. Toekomstbomendunning had een minder uitgesproken effect, maar werd als nuttig beoordeeld.
Het rapport benadrukt de noodzaak van een scherpere diagnose en meer gerichte monitoring van maatregelen. Aanbevolen wordt om doelen en criteria te herzien, en integrale methoden te ontwikkelen die zowel vitaliteit als ecosystemen verbeteren.