Home > Publicaties > Fauna in het rivierengebied

Fauna in het rivierengebied

Status: OBN - Afgerond onderzoek
Looptijd:
juni, 2009
-
mei, 2013
Uitvoerder: Alterra, Stichting Bargerveen, European Invertebrate Survey-Nederland

OBN 2013-175-RI

Samenvatting

Het Nederlandse rivierengebied is gevormd door dynamische sedimentatie- en erosieprocessen van Rijn, Maas en Schelde. Deze processen zorgden van oudsher voor een gevarieerd landschap met uiteenlopende habitats, essentieel voor een rijke terrestrische en amfibische fauna. Door riviernormalisatie, bedijking en intensief landgebruik zijn deze natuurlijke processen echter sterk beperkt. Hierdoor is de ruimtelijke en ecologische variatie afgenomen en zijn veel karakteristieke diersoorten verdwenen of in de knel gekomen.

In dit onderzoek is geanalyseerd welke knelpunten het herstel en behoud van fauna in het rivierengebied belemmeren en welke mogelijkheden er zijn om deze op te heffen. Daartoe is een lijst opgesteld van 120 karakteristieke diersoorten, verdeeld over zeven soortgroepen op basis van ecologische eigenschappen en habitateisen. Voor zeventien voorbeeldsoorten is een gedetailleerde knelpuntenanalyse uitgevoerd in twee riviertrajecten: de IJssel (Arnhem–Deventer) en de Waal (Nijmegen–Tiel). Met behulp van ecofysiotoop- en habitatgeschiktheidskaarten zijn per soort beperkingen en herstelopties in beeld gebracht.

De belangrijkste knelpunten voor fauna vallen in drie categorieën: (1) onvoldoende oppervlak aan geschikt habitat, (2) onvoldoende habitatkwaliteit en (3) het ontbreken van noodzakelijke habitatcombinaties. Vooral laagdynamische natte zones, schrale en open zandige plekken en moerasbossen blijken schaars, terwijl juist deze habitats cruciaal zijn voor veel soorten. Daarnaast vormen verruiging door vermesting en een nog steeds matige waterkwaliteit belangrijke kwaliteitsproblemen. Veel soorten zijn bovendien afhankelijk van combinaties van habitats, hoogwatervrije refugia en verbindingen met binnendijkse gebieden.

Het rapport benadrukt dat faunagerichte natuurontwikkeling niet per afzonderlijke uiterwaard moet plaatsvinden, maar op schaal van riviertrajecten, met samenhang tussen sleutelgebieden en stapstenen. Voorbeeldsoorten zoals grindwolfspin, bever, knoflookpad, roerdomp en gaffellibel fungeren als richtinggevend voor inrichting en beheer. De studie levert praktische handvatten en kansenkaarten voor het realiseren van robuuste faunanetwerken en is daarmee relevant voor Natura 2000, Ruimte voor de Rivier, KRW en het Deltaprogramma Rivieren.

 

 

Gerelateerde activiteiten

Komende activiteiten

Helaas, geen gerelateerde activiteiten.

Afgeronde activiteiten

Helaas, geen gerelateerde activiteiten.

Nieuws

Helaas, geen gerelateerd nieuws.