2025/UPN-2022-003-DZ
Een van de zeer biodiverse landschappen zijn onze heidelandschappen. Een onderbelicht onderdeel van dat landschap zijn de schraallanden die veelal tot stand zijn gekomen door menselijke invloeden. Tijdelijke akkers en schraalgraslanden kwamen vroeger algemeen voor in het heidelandschap, met name op de grens tussen heide en andere landbouwgronden. Deze relatief voedselrijke en dynamische plekken hebben een grote bijdrage geleverd aan de biodiversiteit van de voedselarme heideterreinen, met name voor de fauna. Dit onderzoek heeft de ontstaansgeschiedenis, bodemkenmerken, vegetatie en fauna van de schraallanden in kaart gebracht.
Inventarisaties van flora en fauna indiceerden dat verrijkte akkers vooral algemene soorten huisvesten, terwijl karakteristieke heide- en schraallandfauna vooral voorkomt in randzones en een deel van de matig verrijkte akkers. Sterk verrijkte akkers bieden hiervoor structureel te voedselrijke en te gesloten vegetaties. De belangrijkste beheerimplicatie is dan ook dat een hoge ecologische kwaliteit van veel (potentiële) droge schraalgraslanden alleen bereikt kan wanneer de fosfaatrijkdom in de bodem actief wordt teruggebracht, door middel van oppervlakkige ontgronding, uitmijnbeheer of uitmijnbeheer door middel van tijdelijk akkeren. Extensieve begrazing kan deze systemen vervolgens open en dynamisch houden, maar pas nadat de fosfaatvoorraad substantieel is verlaagd.