Home > Publicaties > Geochemische effecten van zandsuppleties in Nederland

Geochemische effecten van zandsuppleties in Nederland

Status: OBN - Afgerond onderzoek
Looptijd:
september, 2008
-
augustus, 2012
Uitvoerder: KWR, VU Amsterdam, Arens Strand en Duinonderzoek, Deltares, Icastat Stat.adv.

OBN 2912-167-DK

Samenvatting

Dit rapport beschrijft de geochemische effecten van zandsuppleties langs de Nederlandse kust en vormt het sluitstuk van een reeks OBN-onderzoeken naar geomorfologische, geochemische en ecologische gevolgen van kustsuppleties. De centrale vraag is of gesuppleerd zand wezenlijk verschilt van natuurlijk strand- en duinzand wat betreft chemische samenstelling en korrelgrootte, en of deze verschillen afhankelijk zijn van het type suppletie (vooroeversuppleties, strandsuppleties of duinverzwaringen).

Op twaalf kustlocaties, verspreid van Ameland tot Walcheren, zijn 683 bodemmonsters verzameld langs 22 kusttransecten. Deze monsters zijn geanalyseerd op korrelgrootteverdeling, organische stof, kalk, nutriënten en een breed scala aan hoofd- en spoorelementen. Met geomorfologische data is vastgesteld welke monsters daadwerkelijk door recente overstuiving van suppletiezand zijn beïnvloed. Op basis hiervan zijn zandtypen onderscheiden en statistisch met elkaar vergeleken.

Uit het onderzoek blijkt dat gesuppleerd zand gemiddeld hogere gehalten bevat aan onder meer kalk, fosfor, ijzer en diverse metalen dan zand zonder suppletie-invloed, terwijl oorspronkelijk duinzand doorgaans meer organische stof en stikstof bevat. De verschillen zijn regionaal variabel en sterker in het kalkarme Waddendistrict dan in het Rhenodunale district. Korrelgrootteverschillen zijn beperkt: suppletiezand is gemiddeld iets grover en bevat minder lutum, maar de verschillen zijn meestal niet statistisch significant. Normen voor bodemkwaliteit worden nergens overschreden en organische microverontreinigingen zijn niet aangetoond.

Ecologisch gezien kan niet eenduidig worden geconcludeerd dat suppletiezand ongunstiger is dan natuurlijk zand: hogere fosforgehalten kunnen eutrofiëring bevorderen, terwijl extra kalk juist positief kan zijn voor ontkalkte duinsystemen. Het rapport identificeert combinaties van chemische elementen die als tracer voor suppletiezand kunnen dienen en benadrukt de meerwaarde van geochemische analyses naast geomorfologische methoden.

Voor beheerders liggen kansen in het combineren van suppleties met maatregelen die landinwaartse verstuiving van schoon zand stimuleren, zoals het kerven van de zeereep en het bevorderen van stuifkuilen. Tot slot worden aanbevelingen gedaan voor vervolgonderzoek naar uitloging, fosforbinding, nog niet onderzochte kustdelen en specifieke afwijkingen zoals een aangetroffen goudanomalie op Walcheren.

Lees meer

Gerelateerde activiteiten

Komende activiteiten

Helaas, geen gerelateerde activiteiten.

Afgeronde activiteiten

Helaas, geen gerelateerde activiteiten.

Nieuws

Helaas, geen gerelateerd nieuws.