De aanwezigheid van slib op de bodem van beken heeft significante effecten op de diversiteit en groei van waterplanten. Slibafzettingen bevorderen de groei van algemene soorten zoals Grof hoornblad en Smalle waterpest, terwijl ze de kansen voor doelsoorten zoals Teer vederkruid en Waterviolier verminderen. Dit komt door veranderingen in nutriëntenconcentraties in het substraat. Experimenten tonen aan dat slibophoping de groei van waterplanten bevordert, vooral bij soorten zoals aarvederkruid, die profiteren van de verhoogde beschikbaarheid van nutriënten en bicarbonaat. Slibafzettingen stimuleren de groei van waterplanten. Over het algemeen beïnvloedt slib de samenstelling van de beekvegetatie en de kwaliteit van het wortelmilieu, wat resulteert in een verschuiving naar meer algemene soorten ten koste van doelsoorten.