Versnippering heeft ervoor gezorgd dat populaties van veel karakteristieke soorten van heischrale graslanden klein en geïsoleerd zijn, wat hun levensvatbaarheid heeft aangetast. Voor uitbreiding van het areaal van heischraal grasland lijken de kansen op voormalige landbouwgrond vrij groot, nadat het overschot aan fosfaat is teruggebracht. In tegenstelling tot natuurterreinen is voormalige landbouwgrond meestal wel goed gebufferd door het jarenlange gebruik van kalk. Daarnaast is de nieuwe toplaag, die aan het oppervlak komt als er afgegraven wordt, nog niet blootgesteld aan verhoogde stikstofdepositie en daarom minder verzuurd. In een eerdere fase van het onderzoeksprogramma is al onderzocht hoe voormalige landbouwpercelen geschikt gemaakt kunnen worden voor de ontwikkeling van heischraal grasland en hoe een herintroductieplan voor zeldzame soorten er uit zou kunnen zien. In het onderhavige onderzoek is als tweede fase op vijf percelen de vegetatieontwikkeling van het opgebrachte maaisel gevolgd en is ook de bodemchemie in kaart gebracht.
Conclusie is dat er in de uitvoering van deze projecten nog veel winst te behalen is. Een juiste abiotiek, een goede match tussen donor en ontvangende locatie wat droogte/voedselrijkdom/vochthuishouding betreft en het gebruik van regionaal materiaal, kan dit soort projecten nog veel succesvoller maken.
In de eerste fase van dit onderzoek (Loeb et al., 2022) is aandacht besteed aan de locaties waar ontwikkeling naar heischraal grasland beoogd is, en aan de bestaande heischrale graslanden waar maaisel, en mogelijk zaden, vandaan zouden moeten komen (donorgraslanden).