OBN 194-RI
Dit rapport richt zich op het herstel en de ontwikkeling van hardhoutooibossen in de Nederlandse uiterwaarden. Ooibos is de verzamelnaam voor bos dat groeit in het winterbed van de grote rivieren. Er worden twee typen onderscheiden: zachthoutooibos (gedomineerd door wilgen en populier) en hardhoutooibos (met es, eik, iep en els). Hardhoutooibossen hebben een complexere structuur en huisvesten veel meer karakteristieke plantensoorten.
Het huidige areaal hardhoutooibos in Nederland is vrijwel verwaarloosbaar klein. Hoewel dit ecosysteem belangrijke natuurwaarden draagt, zijn er geen goede Nederlandse referentiebossen beschikbaar om bij aanplant als model te gebruiken. Buitenlandse voorbeelden verschillen in substrate, vervaldynamiek en overstromingspatronen.
De auteurs pleiten voor spontane ontwikkeling boven geplande aanplant. Bossen die zich natuurlijk vormen, spiegelen beter de huidige milieuomstandigheden en beschikbare soorten. Interessant is dat ontwikkelingsmogelijkheden niet beperkt zijn tot de hogere uiterwaardvlakten, maar over alle hoogtezones voorkomen – ook op plekken die eerder alleen geschikt werden geacht voor zachthoutooibos.
Extensieve begrazing met runderen of paarden draagt bij aan structuurvariatie en zaadverspreiding. Het rapport adviseert echter afstand te nemen van cyclisch beheer, omdat dit in strijd is met een dynamisch bosmozaïek. Cruciaal is dat gebieden worden aangewezen waar bosopkomst op lange termijn is toegestaan, via afspraken met rivierbeheerders binnen het Programma Stroomlijn.
Bijzonder interessant voor natuurbewerkers, ecologisch managers in riviergebieden, beleidsmedewerkers en iedereen die betrokken is bij de ontwikkeling van dynamische oeverecosystemen in Nederland.