OBN-2013-149-BE
Dit onderzoeksrapport gaat over de vijfjarige praktijkproef (2005–2010) naar de herstelmogelijkheden van een verdroogd beekdalbos op landgoed Het Lankheet (Overijssel). Het onderzoek richtte zich op het herstel van het Vogelkers-Essenbos (Pruno-Fraxinetum), een bostype dat sterk is aangetast door verdroging. De oorspronkelijke onderzoeksvraag was of dit bostype kon worden hersteld door vernatting met gezuiverd oppervlaktewater afkomstig uit aangrenzende zuiveringsmoerassen.
Al in een vroeg stadium bleek dat directe bevloeiing leidde tot te hoge waterstanden. De gewenste hydrologische situatie werd echter wel bereikt door een verhoogde kwelinvloed vanuit de zuiveringsmoerassen. De conclusies van het onderzoek hebben daarom betrekking op herstel onder invloed van verhoogde kwel, niet op bevloeiing. In het proefgebied werden 18 meetpunten ingericht, waarvan de helft werd geplagd, en zes referentiepunten buiten de hydrologische invloedssfeer.
Het onderzoek richtte zich op veranderingen in hydrologie, humusprofiel, bodemchemie en vegetatiesamenstelling. Uit de resultaten blijkt dat de uitgangssituatie vooral werd gekenmerkt door te lage grondwaterstanden in de zomer. Na vijf jaar was een duidelijke hydrologische zonering ontstaan, variërend van zeer natte zones met potentie voor broekbos tot drogere delen waar het oorspronkelijke, armere bostype waarschijnlijk zal blijven bestaan.
De bodemchemie en humuskwaliteit verbeterden aanzienlijk: pH, basenverzadiging, C/N- en C/P-ratio’s en fosfaatverzadiging benaderden op veel plaatsen de streefwaarden voor het doeltype. De vegetatieontwikkeling verliep trager, mede door een erfenis van het verdroogde verleden en door dispersieproblemen. Elzenbroekbossoorten namen duidelijk toe, terwijl typische soorten van het Vogelkers-Essenbos slechts beperkt verschenen. Dit wordt verklaard door het ontbreken van nabijgelegen bronpopulaties van oud-bossoorten.
Een aanvullend experiment met bosanemoon bevestigde dat dispersiebeperking een belangrijke bottleneck vormt. Het onderzoek concludeert dat herstel van het Vogelkers-Essenbos via hydrologisch herstel kansrijk is, maar dat volledige vegetatieontwikkeling sterk afhankelijk is van tijd, bronpopulaties en aanvullend beheer.