OBN-2008-042-O
Heideterreinen staan onder druk door vermesting, verzuring, verdroging en versnippering van het landschap. Ondanks een afname van schadelijke depositie zijn deze effecten nog steeds groot. Eerder richtte onderzoek zich vooral op abiotiek en vegetatie, wat heeft geleid tot effectieve oplossingen voor herstel van plantengemeenschappen. Daarbij werd lange tijd aangenomen dat fauna automatisch mee zou herstellen, maar dit blijkt niet altijd het geval: maatregelen die gunstig zijn voor flora kunnen nadelig uitpakken voor fauna.
Daarom is het noodzakelijk om beheer van heideterreinen integraal aan te pakken, met aandacht voor abiotiek, vegetatie én fauna. Omdat kennis over fauna achterbleef, is een inhaalslag gemaakt via het project ‘Inhaalslag OBN-Fauna’, waarin bestaande literatuur en praktijkkennis van experts zijn gebundeld.
De publicatie dient als praktisch handvat voor beheerders en beleidsmakers bij het plannen en uitvoeren van herstelmaatregelen. Het beschrijft de effecten van ver-factoren op heidelandschappen en geeft richtlijnen voor maatregelen zoals plaggen, maaien, begrazing, baggeren, bekalken en hydrologische ingrepen. Deze richtlijnen zijn geen vaste recepten, maar bieden inzicht voor maatwerk. Voor vegetatieherstel zijn effecten goed onderbouwd, maar voor fauna is de kennis nog beperkt en deels gebaseerd op ervaring en vergelijkbaar onderzoek.
Daarnaast wordt het ontstaan en functioneren van heidelandschappen, de knelpunten voor karakteristieke soorten en de effecten van beheer behandeld. Het benadrukt het belang van inzicht in ecologische processen en soortspecifieke eisen om herstelmaatregelen effectief en verantwoord toe te passen.