OBN 2013-171-LZ
In het kader van het Natura 2000-beheerplan voor De Wieden en De Weerribben zijn vier kennisvragen onderzocht over waterkwaliteit, peilbeheer en hydrologie in dit laagveenmoeras. Doel is het bereiken van een gunstige staat van instandhouding van kwetsbare habitattypen, met name basenrijke trilvenen.
Nutriëntenhuishouding (vraag 1).
Fosfor (P) en stikstof (N) worden vooral aangevoerd via de Steenwijker Aa, vijf omliggende polders en atmosferische depositie. Dit leidt lokaal tot te hoge P-concentraties, vooral nabij inlaatpunten. In centrale delen zijn concentraties lager. Voor soortenrijke vegetaties is P-limitatie cruciaal, maar die wordt slechts beperkt bereikt. Hoge N-aanvoer is ongunstig omdat bij relatief hoge P-beschikbaarheid stikstof de groeibeperkende factor wordt, wat verruiging stimuleert. Tegelijk leveren polders ook calcium (Ca), essentieel voor buffering in trilvenen. Afkoppelen van polders is daarom niet zonder meer wenselijk; nutriëntenreductie is noodzakelijk, met behoud van Ca-aanvoer.
Vegetatieontwikkeling (vraag 2).
Verlanding komt langzaam op gang. Aquatische vegetaties en initiële verlandingsstadia breiden zich uit, maar nieuwe schorpioenmostrilvenen ontstaan vrijwel niet. Voor behoud en herstel zijn lage P-beschikbaarheid en voldoende aanvoer van basenrijk water (Ca circa 40 mg/l in bodemvocht) cruciaal. Ook beheer (wintermaaien) en beschikbaarheid van diasporen spelen een rol.
Peilbeheer (vraag 3).
Een beperkte winterpeilverhoging blijkt weinig effectief voor trilvenen. Tijdelijke hogere zomerpeilen zijn kansrijker: infiltratie van basenrijk water is dan beter mogelijk en nutriëntconcentraties zijn lager. Langdurige droogte vormt daarentegen een groot risico door verzuring, stikstofmineralisatie en fosfaatvrijstelling.
Grondwater en wegzijging (vraag 4).
Wegzijging beïnvloedt de instroom van basenrijk water, maar is geen garantie voor behoud. Inundatie met schoon, basenrijk boezemwater – vooral in de zomer – is essentieel.
Beheeraanbevelingen:
Verlagen van P- en N-belasting, voldoende Ca-aanvoer, hogere zomerpeilen toestaan en langdurige droogte vermijden.