Als gevolg van klimaatverandering treden weersextremen steeds frequenter op en in de nabije toekomst zal dit naar verwachting nog vaker voorkomen. Dit zet een extra druk op populaties van beschermde diersoorten en karakteristieke fauna van de Europees beschermde habitattypen in N2000-gebieden. Om de effecten daarvan zoveel mogelijk te mitigeren zijn aanpassingen in en rondom het beheer van natuurgebieden nodig die hierop voorsorteren. Dit ‘klimaatadaptieve beheer’ moet zich richten op het veerkrachtiger maken van ecosystemen. Doel is dat soorten beter in staat zijn om in het landschap mee te bewegen of dat populaties versterkt worden waardoor herkolonisatie na het optreden van een klimaatextreem event mogelijk is. Een tweede oplossingsrichting is het aanpassen van het beheer van de N2000 beschermde gebieden, zodat leefgebieden beter bestand zijn tegen het optreden van extreme droogte of extreme neerslag.
Op de vraag hoe klimaatadaptief beheer moet worden vormgegeven is vooralsnog geen eenduidig antwoord. Binnen het OBN-netwerk is het nog zeer weinig onderzocht (Huurdeman & Thijssen, 2021), maar de urgentie wordt wel steeds meer gevoeld. Klimaatadaptief beheer is bij uitstek een landschapsoverstijgend thema dat het beste breed vanuit de verschillende deskundigenteams wordt gedragen. We voorzien dat het effectief ondervangen van klimaatextremen bij uitstek een pleidooi is voor het klimaatrobuuster maken van natuurgebieden. Tegelijkertijd wordt duidelijk dat bij grondaankoop en inrichting vaak niet meer kan worden uitgegaan van de historische omstandigheden: deze moeten worden ontworpen op de toekomst.
Het optreden van klimaatextremen leidt met name bij diersoorten tot het snel verdwijnen van populaties, omdat overmatige sterfte direct optreedt en soorten vaak gebruik maken van een ‘voorspelbare omgeving’. Bij één extreem nat of droog jaar kan ineens die locatie niet meer geschikt blijken, wat binnen een jaar leidt tot een sterke afname in populatieomvang, en een toegenomen risico op lokaal uitsterven. Om deze problemen effectief te kunnen ondervangen is het noodzakelijk om een overzicht te hebben van de aard van de problematiek, met onderbouwde scenario’s voor leefgebieden en diersoorten. Dit kan helpen bij het prioriteren van beheermaatregelen, beleidskeuzen en gebiedsinrichting.
Het onderzoeksidee sluit aan op het UPN-thema klimaatadaptieve natuur het en geeft een eerste antwoord op de raad-en-daad vraag 10 uit de UPN vragenlijst van de provincies: “Wat zijn de effecten van verschillende klimaatscenario’s voor het behalen van N2000 doelen?”