In het Pleistocene zandlandschap is door atmosferische depositie van N- en, voorheen S-verbindingen zowel bodemverzuring als vermesting opgetreden. Dit heeft tot een sterke kwalitatieve afname van de kenmerkende voedselarme en (zeer) licht gebufferde habitattypen van het droog zandlandschap geleid. Naast heiden en heischrale graslanden hebben ook de loofbossen op voedselarme of soms iets rijkere zandbodem – veelal met zomereik – te maken met deze problematiek. Kant en klare effectieve herstelmaatregelen zijn er voor droge arme loofbossen op dit moment niet.
In de periode eind 2015-2018 is een eerste onderzoek uitgevoerd naar de korte termijn effectiviteit van steenmeel (“slow-release silicaatmineralen”) als herstelmaatregel in loofbossen met zomereik op droge zandgrond. Het is na drie jaar onderzoek duidelijk geworden dat steenmeeltoevoeging kansrijk is maar nog geen praktijkrijpe herstelmaatregel. Het is vooral nog onduidelijk na hoeveel jaren het optimale effect van de steenmeeltoedieningen bereikt zal worden en of deze maatregel op middellange termijn tot voldoende abiotisch en biotisch herstel van het hele bossysteem zal leiden. Pas dan kan de door beheerders en beleid gevraagde praktijkrijpe herstelmaatregel worden geformuleerd.
Dit onderzoek moet leiden tot een praktijkrijpe effectieve maatregel voor herstel van de mineralenstatus, bodemchemie, bodemleven (microbieel, mycorrhiza), boomvitaliteit, kenmerkende biodiversiteit en de daarbij behorende voedselketens van loofbos met zomereik, door inzicht te verkrijgen in de middellange termijneffectiviteit van bosherstel door experimentele steenmeeltoediening.