OBN-2016-206-HE
De Zuid-Limburgse hellingbossen zijn van oudsher rijk aan bijzondere planten- en diersoorten. Het meest bijzonder zijn de bossen op ondiepe kalkrijke bodems die – vooral in de struweelfase na kap – een aantal zeldzame orchideeën soorten kunnen herbergen. De soortenrijkdom van de Zuid-Limburgse hellingbossen is in de tweede helft van de vorige eeuw sterk achteruitgegaan. De belangrijkste oorzaak van de achteruitgang was het staken van het traditionele beheer als hakhout met overstaanders (middenbos).
In dit rapport staat een beheerexperiment beschreven van een omvorming naar een “ongelijkvormig hooghout”, met meerdere generaties (diameterklassen) bomen in één perceel en een cyclus van periodieke kap. De beheerexperimenten in het Eyser- en Wijlrebos hebben aangetoond dat een omvorming van een (voormalig) middenbosbeheer naar een beheer als ongelijkvormig hooghout ook in de Zuid-Limburgse context (steile hellingen, meerdere decennia geen ingrepen) bosbouwtechnisch goed mogelijk is. Bovendien zijn de proeven ook in bedrijfseconomisch en ecologisch opzicht een succes. Wel waarschuwen de onderzoekers er voor dat de effecten van de ingreep in de eerste kapcyclus sterk kunnen afwijken van die in latere kapcycli. Zij verwachten dat bij meerdere kapcycli het aantal doelsoorten geleidelijk toe en de mate van verruiging door bosrank en/of braam iets af zal nemen.
[wpgb_grid id=”22″