OBN-2021-129-RI
Het Nederlandse rivierengebied bestaat tegenwoordig vooral uit een permanent natte hoofdgeul en grotendeels droge uiterwaarden. Overstromingsgebieden die 30 tot 150 dagen per jaar onder water staan, komen nog maar weinig voor. Juist deze ondiepe, langdurig natte vlaktes zijn in natuurlijke riviersystemen belangrijk, omdat ze een hoge biodiversiteit en biomassa ondersteunen, waaronder macrofauna, amfibieën, vissen en vogels. Daarom worden natte overstromingsvlaktes gezien als een ontbrekende schakel in het huidige Nederlandse rivierenlandschap.
In de eerste fase van het OBN-project is onderzocht waar in Nederland kansrijke locaties liggen voor het herstellen of ontwikkelen van dergelijke overstromingsvlaktes. Daarbij is gekeken naar hoe deze systemen ecologisch functioneren, zowel voor soorten als voor het voedselweb. Op basis hiervan zijn randvoorwaarden opgesteld, zoals de juiste timing (maart tot juni), een overstromingsduur van 8 tot 12 weken en voldoende verbinding tussen tijdelijke wateren en de rivier of andere waterlichamen. Met behulp van GIS-analyses zijn potentiële locaties in kaart gebracht. Daarnaast is veldonderzoek uitgevoerd in de Buiten-Ooij bij Nijmegen, waar de ontwikkeling van algen, zoöplankton en macrofauna is gevolgd.
Uit deze eerste fase blijkt dat meerdere samenhangende factoren de ecologische ontwikkeling sturen, zoals reliëf, vegetatie, waterpeil, herkomst van het water, troebelheid en bodemtype. De precieze relaties tussen deze factoren zijn echter nog onvoldoende bekend om gericht beheeradvies te geven. Daarom richt fase 2 van het onderzoek zich op het verdiepen van deze kennis en het vertalen ervan naar concrete aanbevelingen voor inrichting, beheer en beleid.