Home > Publicaties > Natuurherstel in ondiepe plassen in het zeeklei- en laagveenlandschap

Natuurherstel in ondiepe plassen in het zeeklei- en laagveenlandschap

Status: OBN - Afgerond onderzoek
Looptijd:
februari, 2009
-
februari, 2012
Uitvoerder: B-Ware, Witteveen+Bos, Stichting Bargerveen, Radboud Universiteit Nijmegen

OBN 2013-185-DZ

Samenvatting

Veel ondiepe plassen in het Nederlandse zeekleigebied verkeren in een matige tot slechte ecologische toestand. Dit onderzoek (OBN) richt zich op het identificeren van sturende factoren voor biodiversiteit en waterkwaliteit, met name voor het KRW-type ‘gebufferde ondiepe meren’. Kenmerkend zijn troebel water, hoge nutriëntenconcentraties, vrijwel ontbrekende ondergedoken waterplanten en soortenarme macrofauna.

De belangrijkste oorzaak is een hoge nutriëntenbelasting, zowel extern (inlaatwater, afspoeling, vogels, depositie) als intern via de waterbodem. Zeekleibodems zijn voedselrijk, sterk gebufferd en zwavelrijk. Hoewel veel fosfaat chemisch gebonden is (aan ijzer, aluminium en calcium), beperkt zwavel de ijzerbinding, waardoor toch aanzienlijke fosfaatnalevering optreedt. In veel meren ligt alleen al de interne belasting rond of boven kritische grenzen voor een omslag naar een troebele, algenrijke toestand. Hierdoor is herstel moeilijk, zelfs bij vermindering van externe belasting.

Troebelheid wordt veroorzaakt door zowel algenbloei als zwevende kleideeltjes. Door hun geringe grootte blijven kleideeltjes lang in suspensie, wat lichtinval beperkt en vestiging van waterplanten belemmert. Brakke zeekleimeren zijn gemiddeld voedselrijker en troebeler dan zoete varianten; flocculatie door zout blijkt geen doorslaggevend positief effect op doorzicht te hebben.

De bodemsamenstelling varieert sterk; vaak is geen homogene zeeklei aanwezig en bestaat de sliblaag grotendeels uit intern gemobiliseerd materiaal. Baggeren is daarom weinig effectief, omdat snel nieuw slib ontstaat.

Voor herstel worden drie typen maatregelen onderscheiden: (I) bronmaatregelen (nutriëntenreductie), (II) systeemmaatregelen (vergroten draagkracht, bijvoorbeeld moerasontwikkeling, verkleinen strijklengte, peildynamiek) en (III) interne maatregelen (voedselwebsturing zoals visstandbeheer). Tijdelijke droogval, vergroting van doorstroming en meer dynamiek kunnen het systeem ‘resetten’, maar effecten zijn niet altijd duurzaam.

Omdat helder en plantenrijk water vaak moeilijk haalbaar is, kan beheer zich ook richten op alternatieve natuurdoelen, zoals uitbreiding van moeras- en rietvegetaties met waarde voor vogels.

Gerelateerde activiteiten

Komende activiteiten

Helaas, geen gerelateerde activiteiten.

Afgeronde activiteiten

Helaas, geen gerelateerde activiteiten.

Nieuws

Helaas, geen gerelateerd nieuws.