In 2008 werd de waterloop van het Oostervoortschediep hersteld om het natuurgebied te versterken en te ontwikkelen, met als doel de biodiversiteit te verbeteren en het hydrologische evenwicht van het beekdal te herstellen. In een proef die tien jaar duurde, werden verschillende maatregelen onderzocht om de fosfaattoestand in de bodem te verlagen. Uitmijnen, verschralen en afgraven werden getest op hun effectiviteit in het verlagen van fosfaat, met als doel een soortenrijke vegetatie te krijgen. De resultaten lieten zien dat uitmijnen vooral effectief is op droge zandgronden, waar de fosfaatgehalten in de bovenste bodemlagen hoog zijn. Afgraven had snel positieve effecten op de biodiversiteit, terwijl verschralen en uitmijnen langzamer tot resultaat leidden. De keuze voor de juiste maatregel hangt af van de specifieke bodemomstandigheden en het beoogde doel van natuurherstel. Het onderzoek benadrukt dat natuurontwikkeling tijd vergt en dat de juiste combinatie van maatregelen essentieel is voor succes op de lange termijn.