Home > Publicaties > Nevengeulen in uiterwaarden als kraamkamer voor riviervissen

Nevengeulen in uiterwaarden als kraamkamer voor riviervissen

Status: OBN - Afgerond onderzoek
Looptijd:
maart, 2007
-
maart, 2011
Uitvoerder: Stichting Bargerveen, RUN, Ravon, Natuurbalans Limes Divergens

2011/OBN143-RI

Samenvatting

Na decennia van waterkwaliteitsverbetering en het opheffen van migratiebarrières leek verdere herstel van riviervispopulaties vooral belemmerd door een tekort aan geschikt habitat. Dit onderzoek onderzoekt de meerwaarde van vijf Habitattypen in uiterwaarden — geïsoleerde plas, aangetakte rivierarm/plas, aangetakte strang, meestromende nevengeul en de bestaande rivieroever — voor met name juveniele rheofiele (stroomminnende) vis.

De resultaten laten zien dat de nieuw aangelegde habitattypen hogere visdichtheden herbergen dan rivieroevers. Meestromende nevengeulen en aangetakte strangen springen eruit als de waardevolste opgroeihabitats voor rheofiele soorten en fungeren als kraamkamer voor herstel van inheemse riviervissen. Geïsoleerde plassen huisvesten een andere visgemeenschap met vooral eurytope soorten en hebben voor rheofielen een beperkte functie, maar zijn wel waardevol voor de totale diversiteit van de visgemeenschap. De habitattypen blijken complementair: afzonderlijke soorten hebben hun optimum in verschillende habitattypes.

Belangrijke conclusies zijn dat meer variatie in de habitattypen nodig is — veel huidige nevengeulen en strangen zijn te eenvormig. Kleine ondiepe plassen herbergen hogere visdichtheden dan grote diepe, en grote lange geugen scoren beter dan kleine korte. Rivieroevers blijven essentieel als uitwijkgebied en overgangszone. Tot slot vormen stortstenen bodems een risico doordat ze vestiging van bodemgebonden exotische vissoorten faciliteren.

Gerelateerde activiteiten

Komende activiteiten

Helaas, geen gerelateerde activiteiten.

Afgeronde activiteiten

Helaas, geen gerelateerde activiteiten.

Nieuws

Helaas, geen gerelateerd nieuws.