In de afgelopen decennia blijkt vrijwel ongemerkt meer dan 75% van de insectenbiomassa te zijn verdwenen. Als mogelijke oorzaken worden gesuggereerd het ‘weglekken’ van insecten uit relatief kleine natuurgebieden naar het agrarisch gebied erom heen, het inwaaien van pesticiden en stikstofdepositie. De focus in dit onderzoek ligt op de effecten van pesticiden en stikstofgerelateerde verschuivingen in stoichiometrie om zo een weging te kunnen maken van de mogelijke oorzaken van achteruitgang van insecten: welke factor(en) spelen waar en in welke mate een (hoofd)rol? Daarnaast zal rekening worden gehouden met effecten van klimaatverandering en andere inmiddels beter bekende oorzaken, zoals verlies van habitat en versnippering. In welke mate deze knelpunten bijdragen aan de insectensterfte, is te achterhalen door hun effecten te bestuderen op een modelsysteem, bestaande uit een voorheen talrijke en nu sterk afgenomen insectensoort in (trofische) samenhang met zijn omgeving. Bladluizen zijn de modelsoort omdat ze stapelvoedsel zijn voor vele andere insectensoorten en daarmee een sleutelsoort in meerdere voedselketens. Zelf zijn ze fytofaag en zullen direct reageren op stoichiometrische veranderingen in de waardplanten.