Erosie in Zuid-Limburg is een steeds groter probleem door verhoogde oppervlakkige afstroming, veroorzaakt door meer verharde oppervlakken, veranderingen in riolering en intensieve landbouw. Deze toegenomen afstroming leidt tot diepere insnijdingen in beken, vooral tijdens extreme zomerse buien. Dit versnelt erosie en beïnvloedt de hydrologie, wat leidt tot lagere grondwaterstanden en ecologische verarming van beekbeddingen. Het doel van het onderzoek was het formuleren van effectgerichte maatregelen voor het duurzaam herstel van onnatuurlijk diep ingesneden beken in het Heuvelland. De nadruk lag op effectgerichte maatregelen die zowel effect hebben op de natuurwaarden in de beek zelf als op de grondwaterafhankelijke natuur in de directe omgeving. De focus lag daarbij op de gebieden en natuurwaarden
die zowel bescherming genieten op basis van Natura 2000, de Europese Kaderrichtlijn Water als de waterbeheerplannen van provincie en waterschap (natuurbeken). Experimenten met grindsuppletie, grindmatjes en worteldoek toonden enige effectiviteit, maar gaven aan dat deze maatregelen niet volledig duurzaam zijn zonder grootschalige brongerichte maatregelen. Het onderzoek concludeert dat om hernieuwde insnijding te voorkomen, dringende aanpassingen nodig zijn om piekafvoeren te verminderen.