2007-081-O
Sieralgen (diatomeeën) vertegenwoordigen een belangrijke maar onderbelichte component van de Nederlandse biodiversiteit. Met circa 450 bekende soorten — naar verwachting groeiend naar 500 — staan ze op de derde plek binnen de algen.
In het verleden heeft er door verzuring, vermesting en verdroging een verarming van de Nederlandse sieralgengemeenschap plaatsgevonden, maar recente herstelprojecten in verschillende vennen hebben tot herstel geleid. De verspreiding en diversiteit van sieralgen wordt beïnvloed door diverse (a)biotische factoren: alkaliniteit (gebufferde meren 1,0-4,0 meq/l), zuurgraad, elektrisch geleidingsvermogen, voedselrijkheid (met name fosfaat) en — belangrijk — de aanwezigheid van waterplanten. De soort waterplant speelt eveneens een rol; op Groot blaasjeskruid worden bijvoorbeeld veel meer sieralgentaxa gevonden dan op Brasenia schreberi.
Dit rapport adresseert zes kennisvragen van het ministerie van LNV over samenstelling, trend, doelsoortenlijst (ITZ-criteria), relatie met waterplanten, herstelmaatregelen en beoordelingsmethodiek.