Home > Publicaties > Statistische analyse van Nederlandse PARTRIDGE-gegevens

Statistische analyse van Nederlandse PARTRIDGE-gegevens

Publicatiedatum:
april, 2026
Uitvoerder: Grauwe Kiekendief – Kenniscentrum Akkervogels

Raad en daad analyserapport OBN-44-CU

Samenvatting

Het Interreg‑project PARTRIDGE (2016-2023) had als doel het verbeteren van de biodiversiteit in Europese akkerlandschappen. De patrijs (Perdix perdix) fungeerde daarbij als icoonsoort: een typische akkervogel waarvan de populaties in grote delen van Europa sterk zijn afgenomen.

In het project zijn tien demonstratiegebieden ingericht met akkerranden, bloemrijke habitats, keverbanken en andere landschapselementen waarvan een breed scala aan soorten profiteert. In Nederland ging het om Burghsluis (Zeeland) en Oude Doorn (Noord‑Brabant). Tussen 2017 en 2023 is in deze gebieden uitgebreide monitoring uitgevoerd, waaronder habitatkarteringen, tellingen van broed‑ en wintervogels, en van patrijzen, hazen, insecten en regenwormen.

De Europese eindrapportage richtte zich echter alleen op de totale resultaten en niet op de individuele gebieden. Het Brabants Landschap vroeg om een verdieping op Nederlandse schaal. Dit daaropvolgend Raad en Daad-project maakt inzichtelijk hoe verschillende typen maatregelen, landschapssamenstelling en teelten op landschapsschaal uitwerken op een breed spectrum aan soorten.

Uit de analyses blijkt dat de genomen maatregelen duidelijke positieve effecten hebben op verschillende soortgroepen, hoewel deze effecten niet altijd statistisch hard zijn aan te tonen. Voor patrijzen geldt dat ze in het voorjaar duidelijk talrijker zijn in de demogebieden dan in de referentiegebieden. Vooral bloemblokken en wintervoedselveldjes blijken belangrijke habitats. Toch zijn er geen significante trends in populatieontwikkeling vastgesteld, wat waarschijnlijk samenhangt met lage aantallen en hoge variatie.

Voor broedvogels zijn de resultaten overtuigender. In de demogebieden komen meer territoria voor van typische akkervogels, zoals veldleeuwerik en fazant. Bovendien laten deze gebieden een lichte positieve trend zien, terwijl in de referentiegebieden juist een afname optreedt. Dit wijst op een gunstig effect van de maatregelen op de bredere akkervogelgemeenschap.

Samenvattend laat het rapport zien dat agrarische natuurmaatregelen een positief effect hebben op biodiversiteit, vooral wanneer ze op grotere schaal en in samenhang worden toegepast. Tegelijkertijd maken de beperkte statistische zekerheid en regionale verschillen duidelijk dat langdurige monitoring en verdere optimalisatie van beheer noodzakelijk zijn.

Gerelateerde activiteiten

Komende activiteiten

Helaas, geen gerelateerde activiteiten.

Afgeronde activiteiten

Helaas, geen gerelateerde activiteiten.

Nieuws

Helaas, geen gerelateerd nieuws.