Rapportnummer 2014/OBN189-DK
In veel duingebieden is de hoge stikstofdepositie een probleem voor een gunstige staat van instandhouding van de Grijze duinen. In deze rapportage wordt onderzocht of plaggen dit tegen kan gaan. Hiervoor is gekeken naar de betekenis van N-opslag in de bodem en de rol van het bodemleven daarbij. In dit onderzoek zijn de verschillen tussen kalkrijke en kalkarme duinbodems wat betreft microbiële gemeenschap en activiteit, en N-beschikbaarheid, anders dan verwacht, en relatief gering. De verwachting was dat in kalkrijke duinen het bodemleven gedomineerd zou worden door bacteriën en bacterie-etende protozoa, en in de kalkarme duinen door schimmels en fungivore en herbivore microarthropoden. Maar dat verschil blijkt niet te bestaan. Op basis van dit onderzoek lijkt plaggen in kalkrijke bodems onnodig. Bodems met hoge organische stofgehalten hebben geen hoge N-beschikbaarheid, geen hoge P-beschikbaarheid, maar wel een hoge diversiteit wat betreft bodemfauna, en de pH is nog hoog genoeg voor de aanwezigheid van kalkminnende plantensoorten. In de kalkhoudende duinen is het relatief simpel om de pH te verhogen door het bevorderen van kleinschalige verstuiving. Voor kalkarme bodems is plaggen misschien ook niet altijd nodig. Vergrassing is tot op zekere hoogte tegen te gaan door begrazing, met name wat betreft vegetatiestructuur, al lijken ook bij begrazing de effecten op bodemfauna minder gunstig.