2013/OBN170-LZ
Dit rapport beschrijft het onderzoek (fase 1 en 2) naar de kansen én bedreigingen van verbrakking (toename zoutgehalte) voor het natuur- en waterbeheer in het Nederlandse laagveen- en zeekleilandschap. Paradoxaal genoeg neemt de invloed van zout water door klimaatverandering en intensief waterbeheer weer toe — hoewel de afgelopen eeuw juist verzoeting domineerde na de aanleg van Afsluitdijk en Deltawerken.
Het onderzoek bestudeerde acht centrale kennisvragen via doorstroomexperimenten, veldenclosures en vergelijkingen van veenmosrietlanden. Belangrijke bevindingen zijn dat verbrakking leidt tot een verminderde beschikbaarheid van nutriënten (fosfaat en ammonium), een vermindering van de veenafbraak en een sterk gereduceerde methaanuitstoot. Fluctuerende zoutconcentraties (“zoutschokken”) blijken op lange termijn vergelijkbare of zelfs betere resultaten te leveren dan constante zoutgehalten. Technisch is veel mogelijk om gebieden te verbrakken — via brakke kwel stimuleren, verbindingen met de zee herstellen of zout oppervlaktewater aanvoeren. Een kansenkaart identificeert gebieden met potentie voor herstel van brakwatergebonden natuur.
De conclusie: verbrakking kan een kans zijn voor zeldzame brakke habitats zoals trilvenen en veenmosrietlanden, maar vereist een zorgvuldige systeamanalyse en aangepast beheer. Een goed ontworpen project met hoge, fluctuerende zoutgehalten (>5000 mg Cl/l) biedt het meeste perspectief.