OBN-2024-43-NZ
Het herstel van hoogveenecosystemen staat of valt met een goede hydrologie. In het Korenburgerveen, een soortenrijk hoogveenrestant in de Achterhoek, zijn sinds 2000 verschillende maatregelen uitgevoerd om het vasthouden van regenwater te bevorderen, de waterstanden te stabiliseren en de invloed van voedselrijk water te verminderen. Deze hydrologische ingrepen hebben tot doel om de typische hoogveenvegetaties – met veenmossen en andere kenmerkende soorten – te versterken. Kort na uitvoering van de maatregelen werd een eerste effectmeting uitgevoerd (2002–2004), waaruit bleek dat de soortensamenstelling van waterinsecten en andere ongewervelden sterk was veranderd, vooral in de sterk vernatte delen van het gebied. Twintig jaar later is in het kader van de OBN-vervolgmonitoring onderzocht hoe deze veranderingen zich op de lange termijn hebben ontwikkeld. Daarbij zijn dezelfde locaties opnieuw bemonsterd met dezelfde methodiek.
De resultaten laten zien dat de watermacrofaunagemeenschap deels is hersteld en dat sommige locaties zijn teruggekeerd naar hun oorspronkelijke soortensamenstelling. Dit wijst op veerkracht van het systeem, ondanks landelijke achteruitgangstrends bij insecten. De hydrologische maatregelen hebben bijgedragen aan herstel van hoogveencondities, maar brengen ook risico’s met zich mee: te snelle vernatting kan ertoe leiden dat soorten zich niet tijdig kunnen aanpassen aan verschuivende milieugradienten.
Hoewel het aantal bemonsterde locaties beperkt is, lijkt er sprake van een lichte afname in totale soortenrijkdom. Het behoud van de bestaande biodiversiteit en de heterogeniteit in terreincondities is daarom cruciaal. Aanbevolen wordt om de monitoring voort te zetten en de gegevens uit de provinciale herhalingsmetingen te betrekken, zodat trends beter kunnen worden vastgesteld en toekomstige herstelmaatregelen verder kunnen worden verfijnd.