OBN-2026-154-CU
Akkers vormen een belangrijk overwinteringsgebied voor een gevarieerd pallet aan vogelsoorten. Dit zijn deels trekvogels van elders (bijvoorbeeld blauwe kiekendief, toendrarietgans) en deels lokale standvogels (bijvoorbeeld geelgors, en deel van de broedpopulatie van de veldleeuwerik). Overwinterende akkervogels zijn de laatste 50 jaar echter (sterk) afgenomen.
Deze afname wordt veelal toegeschreven aan de krimp van het areaal graanstoppel. Hier liggen twee zaken aan ten grondslag: (1) Met de introductie van maïs in de jaren 70-80 is het areaal graan sterk gekrompen en (2) Na de graanoogst wordt het perceel tegenwoordig ingezaaid met een groenbemester, een landbouwkundig gunstige maatregel die door het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) wordt gestimuleerd. Daarnaast is een graanstoppel zelf ook minder aantrekkelijk geworden omdat tegenwoordig vrijwel geen graan (voer!) wordt gemorst tijdens de oogst.
Er is relatief weinig aandacht geweest voor de kwaliteit van het leefgebied voor overwinterende akkervogels, ondanks het feit dat er een directe relatie lijkt te bestaan tussen de (voedsel)omstandigheden gedurende de winter en de omvang van de broedpopulatie in het voorjaar. Voor het behoud van vitale akkervogelpopulaties is bescherming in broedseizoen én winter cruciaal.
Het doel van voorliggend onderzoeksvoorstel is om de kwaliteit van het agrarisch landschap voor overwinterende akkervogels in kaart te brengen. De studie richt zich op 3 typen habitats/maatregelen:
Door middel van wintervogeltellingen wordt het gebruik van bovengenoemde habitats in kaart gebracht, waarbij onderscheid zal worden gemaakt tussen zaadeters (bijv. geelgors), insecten-planteneters (bijv. veldleeuwerik) en muizeneters (bij. torenvalk). Door de resultaten te koppelen aan de toestand van het gewas (hoogte-bedekking, kapotgevroren-ondergewerkt) en voedselbeschikbaarheid, kunnen boeren, boerencollectieven, terreinbeherende organisaties en beleidsmakers worden geadviseerd over welke maatregelen met welk beheer waardevol zijn voor overwinterende akkervogels.
De prioriteit van het onderzoek ligt bij het in kaart brengen van de kwaliteit van het landschap voor overwinterende akkervogels. Welke habitats/gewassen zijn aantrekkelijk en waarom. Groenbemesters zijn hierbij het belangrijkst, maar we vergelijken ook met gaanstoppel en wintervoedselveldjes om het belang van groenbemesters goed te kunnen duiden.